Betonnen veldje op het prachtige gras

Waar winden stedelingen zich over op? In Naarden wil de gemeente een voetbalkooi plaatsen op een deel van een grasveld. Omwonenden vinden het overbodige luxe.

Het voetbalveldje aan de Keverdijk is een favoriete ontmoetingplaats voor Naardense artsen, fysiotherapeuten en brandweerlieden. Zij trappen in hun vrije tijd graag een balletje, met of tegen elkaar. Het is een nostalgisch aandoende plek – ter grootte van een handbalveld – met hoog gras, vale krijtlijnen en een vervallen dug-out. Daar maken oudere hangjongeren met opgevoerde auto’s en brommers ’s avonds laat de buurt lawaaiig. Zeggen althans de bewoners aan de overkant van de Keverdijk.

Nee, zij klagen niet over deze overlast, wel over wat ze „de onttakeling van het prachtige veldje” noemen. De gemeente Naarden wil namelijk een betonnen trapveld op het bestaande gras aanleggen. „Nog meer lawaai”, zegt Manda-Marieke Schuurer, die namens de bewoners van de Keverdijk het woord voert. „Kijk maar op Google, die kooien maken overal een rotherrie.” Ze wijst naar de plek des onheils. „Er gaat een hele hap uit het veld.”

Wethouder Metz (VVD), die het plan moet uitvoeren, ontkent dat het hele grasveld vernacheld zal worden door het trapveld. „Er wordt een stukje in een hoek van het veld afgenomen, meer is het niet”, legt ze uit door de telefoon. Er blijft volgens haar nog genoeg ruimte over om op het gras te voetballen. Maar een van de twee grote doelen zal zeker sneuvelen. En een voetbalveld met maar één doel is geen echt voetbalveld, weten de tegenstanders van de bouwplannen.

Het betonnen trapveld komt er op verzoek van buurtjongeren die bij het buurthuis geen geschikte voetbalplek zouden hebben. Het basketbalveldje is te klein en de ballen schieten alle kanten op. De buurtjongeren worden gesteund door de gemeente en in het bijzonder wethouder Metz. De bewoners zijn woedend, ze vrezen een zuigende werking op hangjongeren en dienden een bezwaarschrift in.

De wethouder is, benadrukt ze, niet de initiatiefnemer van het project. Dat zou eerst 50.000 euro kosten, maar is volgens de bewoners nu geraamd op 125.000 euro. Metz was raadslid in Huizen voordat ze in 2008 wethouder in Naarden werd. Het plan lag al op de tekentafel. „Ik voer alleen maar uit wat anderen verzonnen hebben.”

De wethouder is wel verantwoordelijk voor de dure variant van de voetbalkooi, erkent ze. „Dat vind ik trouwens een naar woord, ik praat liever over speelveldje.” Om de verwachte geluidsoverlast te verminderen, krijgt het een absorberende bodem (drainbeton) en hekken met een kunststof coating. „Zo komen we de bewoners tegemoet. Ik heb me heel goed laten informeren, we willen het beste van het beste.”

De wethouder heeft de bewoners gevraagd mee te denken, maar die hebben niet gereageerd, vertelt ze verbaasd. „Ik zeg: wil je hoog, wil je laag. Maar ze willen helemaal niets.” Nee natuurlijk niet, zegt Schuurer. „Als we de gemeente medewerking beloven, kunnen we niet meer terug.”

Gevraagd of er geen andere, geschiktere plek in de buurt is, zegt de wethouder: „We wilden geen aanslag plegen op de natuur. Hier hoeven we geen boom te kappen.” Onzin, reageren de bewoners. Volgens Schuurer is in een eerder bestemmingsplan van de gemeente natuurgebied gereserveerd op de plek van het voetbalveld. „Dus wat de wethouder zegt klopt niet.”

In het buurthuis om de hoek van de Keverdijk zijn de twee jongerenwerkers dik tevreden met de oplossing van de gemeente. Ze tonen begrip voor de buurtjongeren die het bestaande grasveld („een modderige knollentuin”) hebben afgekeurd. „Zij doen geen partijtje, maar doen liever trucjes en panna’s [bal door de benen spelen van de tegenstander]. Een trapveldje is meer van deze tijd.”

Onzin, zeggen de (oudere) bewoners aan de Keverdijk. Waarom ruim een ton besteden aan overbodige luxe? We lopen over het grasveld dat de nacht ervoor is overspoeld door een langdurige hoosbui. Schuurer: „Ziet u plassen liggen? Nee toch zeker! Het is een prima veld dat niks kost. Maar ja, de gemeente heeft de buurtkinderen een toezegging gedaan en daar komen ze niet meer onderuit.”

Dat de meeste voetballertjes allochtoon zijn, doet er volgens de bewoners niet toe. „Maar ze hebben een andere manier van elkaar vermaken.” En dat nu ontkennen de twee begeleiders van de circa vijftig buurtjongeren. „Die willen overdag lekker samen kunnen voetballen en daarna meteen naar huis of buurthuis. Zij mogen daar geen alcohol drinken en zullen dat op het nieuwe trapveld ook niet doen. Ze zijn geen probleemjongeren.”

De bewoners hebben slechte ervaringen met een oudere groep hangjongeren, die in de weekenden met ronkende auto’s en scooters („kijk maar naar de remsporen op het gras”) komt aanrijden en zich verzamelt rond de oude dug-out langs het grasveld. Daar is het volgens de bewoners ’s ochtends vroeg een grote puinhoop. Schuurer: „En volgens mij is het een drugsplek, wordt er ook gedeald.”

Jongerenwerker Lennert van het buurthuis weet de oplossing. „Haal als eerste die dug-out weg, leg vervolgens het trapveldje aan en je hebt nergens last van.” Wethouder Metz op haar beurt noemt de overlast „een kwestie van handhaven”.

Ja ja, dat kennen we, reageert de spreekbuis van de bewoners aan de Keverdijk. Ze ziet nooit surveillerende agenten rondrijden. Manda-Marieke Schuurer: „Weet u, we vechten tegen windmolens, het klopt gewoon van geen kanten.”