Allahakbarries in Neverland

De Britse schrijver J.M. Barrie, schepper van Peter Pan, begon in 1887 een literair cricketteam. Dit team speelde een belangrijke rol in Barries leven, meent Kevin Telfer. Hij ging op zoek naar het cricketplezier van weleer.

Patrick van IJzendoorn

Kevin Telfer: Peter Pan’s First XI: the Extraordinary Story of J.M. Barrie’s Cricket Team. Sceptre, 344 blz. € 22,95.

Iedere zomer spelen de Sherlock Holmes Society en de P.G. Wodehouse Society een cricketwedstrijd in het heuvellandschap van Buckinghamshire. Indachtig Sherlock Holmes’ melancholieke mijmering over een land waar het altijd 1895 is, gaan de boekenliefhebbers gekleed in vintage fin de siècle en spelen ze volgens de regels uit die tijd. Ze zouden kunnen overwegen om er een toernooi van te maken met de A.A. Milne Society en de J.M. Barrie Society. De vier schrijvers, immers, speelden voor de Allahakbarries, waar Kevin Telfer het boek Peter Pan’s First XI: the Extraordinary Story of J.M. Barrie’s Cricket Team over heeft geschreven. Anders dan Barries biografen beschouwt Telfer de geschiedenis van de Allahakbarries als een belangrijk onderdeel in het leven van Peter Pans geestelijke vader.

Het literaire cricketteam van de kleine Schotse weverszoon speelde zijn eerste wedstrijd in 1887. Tot de deelnemers behoorden de schrijver Jerome K. Jerome, minder bekende auteurs, redacteuren van het satirische blad Punch en twee ontdekkingsreizigers. Op weg naar het pittoreske dorpje Shere, waar het plaatselijke kroegteam de tegenstander was, vroeg Barrie één van de avonturiers wat ‘Heaven help us’ is in het Afrikaans. De ploeggenoot, die de klok had horen luiden maar niet wist waar de klepel hing, antwoordde ‘Allahakbar’. Barrie vervormde het tot ‘Allahakbarries’. Dat de aanvoerder de steun van hogere machten zocht, was begrijpelijk omdat hij tijdens de treinreis de spelregels nader moest verklaren aan zijn spelers. Barrie adviseerde hun geen warming-up te houden om te voorkomen dat de tegenstander te veel vertrouwen zou krijgen. Het raken van de bal zou een overwinning op zichzelf worden. Vangen bleek lastig samen te gaan met het stoppen van een pijp.

Met de komst van Arthur Conan Doyle, een paar jaar later, steeg het spelniveau van de Allahakbarries. De bedenker van Sherlock Holmes – de voornaam is een eerbetoon aan de Nottinghamshire-cricketers Sherwin en Shacklock – nam ooit het wicket van de legendarische slagman W.G. Grace. Conan Doyle is waarschijnlijk de enige speler ter wereld die tijdens een wedstrijd bijna in brand vloog, toen een bal tegen het doosje lucifers in zijn broekzak aan schuurde. Hij raakte goed bevriend met ploeggenoot P.G. Wodehouse, wiens Jeeves (een soort butler, red.) is vernoemd naar een echte cricketer die tijdens de Slag om de Somme zou omkomen. In Amerika richtte Wodehouse in de jaren dertig de Hollywood Cricket Club op. Winnie de Pooh’s A.A. Milne ten slotte maakte in 1913 zijn debuut tijdens de zwanezang van de Allahakbarries, gespeeld in de tuin van Darwins landhuis.

De Allahakbarries kozen voor hun wedstrijden tijdloze oorden uit, zoals het eerdergenoemde Shere en het kunstenaarsdorpje Broadway in de Cotswolds. In Londen met haar lawaai en stinkende schoorstenen benaderen alleen Denmark Hill, St John’s Wood en Peter Pans Kensington Gardens de verlangde idylle. Met hun liefde voor zorgeloze weekeinden op het platteland en het uitgangspunt dat plezier hebben belangrijker is dan winnen, personifieerden de Allahakbarries het Edwardiaanse tijdperk. Na de sobere, industriële Victoriaanse dagen was onder de flamboyante koning Edward VII een historisch speelkwartier aangebroken, dat niet toevallig samenviel met de gouden tijd van het cricket. Dat wil zeggen, het cricket van de gentleman, de welgestelde amateur voor wie het een spel en geen sport was. Deze Peter Pans van de cricketwereld wantrouwden professionaliteit, zoals Sherlock Holmes neerkeek op het hoofdstedelijke politiekorps. In de achtertuin van zijn buitenhuis organiseerde Barrie wedstrijden tussen ‘Gentlemen (left-handed)’ en ‘Ladies’. Zijn Allahakbarries vielen buiten de maatschappelijke tweedeling tussen de decadente dandies naar het evenbeeld van Oscar Wilde en de heldhaftige asceten van Baden-Powell. ‘They were’ in de woorden van Telfer, ‘bohemian heroes, subversive conservatives, unconscious imperialists and a mass of other strange and often oxymoronic collocations’.

Bovenal belichaamden de Allahakbarries de contemporaine droom van de eeuwige jeugd, een thema dat reeds was opgedoken met Dorian Gray. De spelers lieten zich meeslepen door Barries fantasieën, waarbij het cricketveld dienst deed als Neverland. Twee ploegmakkers stonden, zonder het te beseffen, model voor de piraten, terwijl Captain Hooks naam verwijst naar de hoekslag uit het cricketspel. De Verloren Jongens waren geënt op de broers George en Michael Llewelyn Davies (oompjes van Daphne du Maurier) voor wie de kinderloze Barrie praktisch een peetvader was. George zou ook uitkomen voor de Allahakbarries.

Barries droomwereld verging langzaam door sterfgevallen van onder anderen zijn moeder, zijn vriend Robert Falcon Scott en de ouders van George & Michael. Het onschuldige tijdperk kwam definitief ten einde met WO I, waarin George, die de slagvelden tegemoet was getreden als een gewapende cricketwedstrijd, zou overlijden. Michael pleegde in 1921 zelfmoord.

In de literatuur domineerden inmiddels de modernisten, bij wie Neverland had plaatsgemaakt voor The Waste Land. Barrie, tot baronet verheven, trok zich terug op het landgoed van zijn secretaresse Cynthia Asquith, schrijfster van spookverhalen. Daar speelde hij soms wat zomeravondcricket en ontving hij het toerende Australische cricketteam. In 1930 speelden enkele Australische topspelers zelfs op het cricketveld in Kirriemuir, het dorpje waar Barries kindertijd begon die een halve eeuw zou duren.