Zo verdeeld als de Kaukasus zelf

Moskou slaat alarm over groeiende terreur in de Kaukasus. Volgens experts is de toename van het aantal aanslagen vooral een teken van zwakte. „Het is een wegkwijnende beweging.”

De Russische regering slaat alarm na weer een bloedige dag in de Kaukasus – dinsdag raakten daar bij twee aanslagen zeker 29 mensen gewond en kwam een politieagent om. In Moskou werd gisteren de politie in verhoogde staat van paraatheid gebracht. De bewaking bij de metro werd verscherpt. Het gaf aan hoe verontrust het Kremlin is over een toename van de Kaukasische terreur. Maar in wezen is de situatie de afgelopen tijd onveranderd.

Steeds vaker verschijnen na aanslagen in Rusland in de nationale (maar ook in internationale) media berichten dat het geweld in de noordelijke Kaukasus toeneemt, dat het verzet tegen de Russische autoriteiten in de veelal autonome – en in tegenstelling tot de rest van Rusland grotendeels islamitische – gebieden daar zich uitbreidt. Er zijn meer aanslagen, er worden nieuwe, andere doelwitten gekozen. En het geweld beperkt zich niet meer tot de Kaukasus maar treft Rusland ook in het hart, zoals in april, toen twee Tsjetsjeense weduwen zichzelf opbliezen in de Moskouse metro.

Zo ook na de aanslagen dinsdag in Noord-Ossetië en Stavropol. In beide regio’s was het toch al weer enige tijd geleden dat er een aanslag was gepleegd. Daarbij behoorde Stavropol ook weer niet echt tot de Noord-Kaukasus – het is een van de weinige regio’s waar men zich overal het algemeen wél verbonden voelt met Rusland. En Stavropol geldt als het centrum van het nieuwe federale Kaukasusdistrict dat het Kremlin onlangs heeft opgericht in de strijd tegen het geweld. De symbolische waarde van de aanslag was dus groot. Daar moest wel over nagedacht zijn, opnieuw een bewijs van de groeiende kracht van de rebellen.

Maar volgens veel Kaukasuskenners wordt die toenemende terreur ernstig overschat. „Het geweld in Stavropol is niets nieuws”, zegt Lawrence Sheets, hoofd van de Kaukasusafdeling van de International Crisis Group. In 1995, zegt hij, was de regio het decor van „de grootste terreuractie in Ruslands geschiedenis”. Toen hielden tussen de 80 en 200 opstandelingen tijdens een gecoördineerde actie onder leiding van de Tsjetsjeen Sjamil Basajev zo’n 2.000 mensen vijf dagen gegijzeld in een ziekenhuis in Boedjonnovsk. „De aanslag van nu is maar één voorbeeld van het voortdurende geweld.”

Volgens Sheets is het geweld de afgelopen jaren nooit verdwenen, eerder is het een constante geweest. Alleen had het vooral in de Kaukasus zelf plaats en niet in de rest van Rusland, waardoor het voor veel Russen een vergeten oorlog werd. Russische media berichtten er niet over. Na de aanslagen in april in Moskou moest de pers er wel over schrijven. Maar dat betekende niet dat de rebellen nu ineens oprukten in Rusland. Ze waren alleen even weggeweest. Waarschijnlijk omdat het voor hen moeilijk is om buiten de Kaukasus te opereren. Deze aanslagen waren geen teken van betere organisatie maar van doorzettingsvermogen, aldus Sheets.

Ja, zeggen Kaukasuskenners, het aantal aanslagen is vooral de afgelopen maanden scherp gestegen. Maar Mark Galeotti, een hoogleraar van de Universiteit van New York die het gebied al meer dan twintig jaar volgt, ziet daarin vooral een teken van zwakte. „Het gaat om individuele aanvallen, waarbij bijvoorbeeld een zestienjarige rebel een kalasjnikov op een politieagent leeg schiet of ingezet wordt om een zelfmoordaanslag te plegen. De tijd dat de Tsjetsjeense rebellenbeweging succesvol grote aanslagen kon plegen [zoals de bezetting van een school in Beslan in Noord-Ossetië in 2004 en het gijzeldrama in een Moskous theater in 2002, red.] is allang voorbij.”

Ook uit het feit dat bij dergelijke aanslagen vaak weinig doden vallen (In Noord-Ossetië kwam dinsdag één agent om), maakt hij op dat de rebellen niet heel daadkrachtig zijn, ja bijna amateuristisch zelfs.

Als er al iets veranderd is, dan is het dat het verzet de laatste maanden juist zwakker is geworden, zegt zowel Galeotti als Sheets. „Het is een wegkwijnende beweging. De oude, ervaren strijders zijn langzamerhand verdwenen en ervoor in de plaats zijn vooral jonge, onervaren strijders gekomen”, zegt Galeotti. In Tsjetsjenië hebben de milities van Ramzan Kadyrov, de door het Kremlin aangestelde tirannieke president van de regio, grof huisgehouden onder de rebellen waardoor hun bestand is uitgedund. Een misverstand, vervolgt Galeotti, is ook dat de beweging vaak wordt gezien als een georganiseerde pan-Kaukasische groep strijders met een gevestigde leider aan het hoofd, terwijl het veel meer om een los verband van autonome, lokale verzetshaarden met regionale leiders gaat die ieder hun eigen belangen nastreven.

Zelfs die individuele groepen zijn niet altijd hecht georganiseerd. Dat bleek recentelijk nog toen leider Dokoe Oemarov op een filmpje op internet (waarvan de echtheid niet valt te verifiëren) onverwachts aankondigde te stoppen, om enkele dagen later in een ander filmpje terug te komen op dat besluit. Over die U-bocht gaan verschillende theorieën. Hij zou uit zichzelf zijn opgestapt omdat hij een slechte gezondheid had – Oemarov zou ooit een been verloren hebben bij een explosie. Of hij zou gedwongen zijn te vertrekken door een jongere generatie die vond dat hij óf niet radicaal genoeg was, óf juist te radicaal. Hoe het ook zij, „het is een bewijs van de verdeeldheid binnen de Tsjetsjeense rebellie”, zegt Sheets.

Die verdeeldheid is al zo oud als de rebellenbeweging zelf, vervolgt hij. Tussen Basajev en zijn commandanten bestonden grote meningsverschillen en dat is ook nu het geval. „De verschillen tussen de gelederen zijn legendarisch”, zegt Sheets. Een echte eenheid is de beweging nooit geweest. Zij is zo divers als de Kaukasus zelf.