Zak meel voor de show

Voor de ramen hangen roodwitgestipte gordijntjes, op de tafels liggen papieren menukaarten met tekeningen van ezeltjes erop. De knappe serveersters glimlachen naar ons, zodat we vergeten dat we weldra 7 euro gaan uitgeven aan iets wat waarschijnlijk 50 cent heeft gekost om te maken. We zijn in een pannekoekenrestaurant. Vooraf dacht ik aan ouderwetse gezelligheid, beslaglucht en een stroopinfuus, maar nu ik hier zit en zie dat ik 5,50 moet betalen voor een pannekoek naturel, herinner ik me weer dat iemand ooit tegen me zei: als je rijk wilt worden begin je een pannekoekenhuis. Je hebt wat beginkosten, zoals namaak oud-Hollandsche stroopkannetjes, een juten zak meel voor de show en een hele hoop parapluutjes voor op de verrassingspannekoek, maar daarna hoef je alleen wat simpele ingrediënten in te kopen en goed uitziende pubers laten serveren.

Dit pannekoekenhuis heeft niet gekozen voor het nostalgische ‘Elsje Fiederelsje, zet je klompen bij het vuur’-gevoel, maar is de speelse kant opgegaan. Alles straalt uit: wij zijn Jong, Hip en Vrolijk. De polkadotgordijnen en –tafelkleedjes, de verschillende soorten stoelen, de dikbuikige suikerpotjes op de tafels. Ik begin de kaart wat beter te bestuderen (onder andere de oneindig lange lijst theesoorten) en dan valt mijn oog op een apart lijstje met luxe pannekoeken. De andere pannekoeken zijn allemaal genoemd naar hun unique selling point (‘pannekoek spek ananas’) maar deze hebben namen. En wat voor namen. Aloha Noah, de Dikke Dame, Chunky Chopper. En als ik even verder lees: Paddo Pappie en Moeke’s Koekie.

Ik weet niet of ik de enige ben, maar ik zou niet bepaald overlopen van enthousiasme om een Paddo Pappie te bestellen. Bij Paddo Pappie denk ik aan een achterovergeleunde, rondbuikige maffiabaas, die bekend staat om zijn plotselinge vlagen van krankzinnigheid door overmatig paddogebruik, waarbij hij zich af en toe inbeeldt dat hij een okapi is. Ik krijg geen trek van dit beeld.

Maar vergeleken bij een Moeke’s Koekie is de Paddo Pappie een bron van onschuldig en smakelijk eetplezier. Moeke’s Koekie: zijn er mensen van wie de eetlust door deze naam wordt opgewekt? Ergens? Mensen die geen Duitse kannibaal zijn?

Restaurants met thema’s of waarbij men geinige namen gaat verzinnen voor de schotels en de broodjes gaan bijna altijd de mist in. Wie vindt het prettig om met uitgestreken gezicht: ‘Eénmaal de Spinoza-burger en één keer de Archimedeswrap, alstublieft’ te zeggen? Welke date overleeft dat moment? Het zijn wrede geesten, de mensen die hun clientèle dwingen tot zulke uitspraken. Als klant kun je nog wijzen, of krampachtig ‘die ene met blauwe kaas’ proberen, maar als een serveerster niet meewerkt zul je het uiteindelijk toch over je lippen moeten krijgen.

Ook al had ik een verschrikkelijke zin gehad in paddestoelen, ik neem de pannekoek kaas.

Renske de Greef