We bietsten alles bij elkaar

Sterke Verhalen is een uit de hand gelopen afstudeerfilm, gefilmd zonder vergunningen en geld voor acteurs.

„We hebben het systeem gekraakt.”

Hoe maak je een film zonder ervaring, zonder veel budget, zonder vergunning om in Amsterdam te filmen, maar met grote acteurs als Pierre Bokma, Hans Kesting en Halina Reijn? Antwoord: met een dosis geluk, met de nodige bravoure en met veel hulp van vrienden.

Sterke Verhalen is eigenlijk een uit de hand gelopen afstudeerfilm, zeggen Kees van Nieuwkerk (22) en Teddy Cherim (22). Toen ze aan de MET Film School in Londen studeerden, kregen ze heimwee naar hun oude leventje in Amsterdam. „We woonden in een grauwe flat in Londen en vertelden elkaar sterke verhalen over vroeger”, zegt Cherim. „Toen realiseerden we ons: als we die verhalen aan elkaar plakken met een rode draad hebben we een film.”

Ze schreven een eerste versie van een script, dat via Van Nieuwkerks moeder op het bureau belandde van Martin Lagestee, die een filmproductiebedrijf leidt. „Hij gaf ons tips bij het schrijven en wees ons op een aantal gouden regels”, zegt Van Nieuwkerk, zoon van tv-presentator Matthijs van Nieuwkerk. „Verder heeft hij ons erg vrijgelaten in onze absurde humor. Hij groeide langzaam uit tot een soort mentor, onder wiens leiding we stapsgewijs steeds professioneler te werk gingen.”

Zo gingen ze op zijn advies op zoek naar geld. Maar ze kregen geen subsidie los en sponsoren waren ook niet zo happig. Drie weken voordat ze gingen draaien, kregen ze het behoorlijk benauwd. „Uiteindelijk kwam G-Star Raw als eerste over de brug. Daarna ging het lopen.”

Maar een vetpot was het bepaald niet. Met nog drie draaidagen te gaan, was het geld op. „We hebben de hele crew bij elkaar geroepen en verteld wat er aan de hand was”, zegt Van Nieuwkerk. „We hadden nog 10.000 euro nodig, puur voor de benzine en de catering en dat soort dingen. De acteurs werkten gratis mee. We hebben alleen een paar professionals voor het camerawerk ingehuurd. Uiteindelijk heeft een meisje van de art department een rijke kennis gebeld, die ons uit de brand heeft geholpen.”

Ze hadden niet alleen weinig geld, maar ook geen vergunning om in Amsterdam te filmen. „We zijn gewoon op goed geluk ’s ochtends vroeg gaan filmen op de Dam. De politie is wel langsgereden, maar ze gingen er niet vanuit dat we illegaal filmden. En we hadden mazzel: de nacht ervoor waren er scènes gefilmd voor Komt een Vrouw Bij de Dokter. Ze dachten dat we daarbij hoorden.”

Behalve geluk was er ook overtuigingskracht nodig. Vooral om grote acteurs te strikken. Cherim: „We hebben het heel lief gevraagd: het duurt maar één dag, we halen je op en brengen je weer thuis en we hebben erg lekker eten.” Maar ja, dan staan ze ineens op de set. En dan moet je als 22-jarige jongen regieaanwijzingen geven aan Pierre Bokma. „Het was vreselijk spannend. Het is makkelijk om je vrienden te regisseren op een toon die je in de kroeg gebruikt. Maar bij Pierre Bokma moet je je woorden zorgvuldig kiezen. Gelukkig snapte hij meteen wat ik bedoelde.”

Uiteindelijk heeft de film zo’n 100.000 euro gekost. „Als we iedereen hadden betaald had de film een miljoen gekost”, zegt Cherim. „En dat zonder de heilige drie-eenheid Filmfonds, omroepen en distributeur. We hebben het systeem gekraakt!”