Toch geen concurrentie

Er komt toch geen extra concurrentie op de kabel, zo heeft het CBb besloten.

Ziggo en UPC hoeven hun netwerken voor analoge televisie niet open te stellen.

Kabelmaatschappijen hoeven hun netwerken toch niet open te stellen voor concurrenten. UPC, Ziggo en andere aanbieders van analoge kabeltelevisie worden niet verplicht nieuwkomers als Tele2 en Online (T-Mobile) toe te laten op hun infrastructuur. De keuze van de consument die tv wil kijken via de analoge kabel blijft beperkt tot één aanbieder per regio.

Dat volgt uit een besluit dat het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) gisteren heeft gepubliceerd. Het CBb vernietigt vier zogenoemde marktanalysebesluiten van Opta, de Nederlandse toezichthouder op het gebied van telecom.

Na drie jaar voorbereiding, consultaties en procedures bij de Europese Commissie bepaalde Opta in maart 2009 dat kabelmaatschappijen derden moesten toelaten op hun analoge netwerken. Kabelbedrijven hadden in de ogen van Opta een „aanzienlijke marktmacht” in hun regionale verspreidingsgebieden.

De beslissing lijkt enigszins op het open gooien van het elektriciteitsnet of het spoor enkele jaren geleden, waar de Nederlandse Spoorwegen treinen van concurrenten naast zich moesten dulden.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verwerpt echter de marktanalyse van Opta. Het beroep was aangespannen door de kabelbedrijven UPC, Ziggo, Delta en CAIW. Volgens het college heeft Opta de consumentenmarkt ondeugdelijk geanalyseerd door die op te delen in regio’s.

Het CBb stelt dat er nauwelijks verschillen zijn in het aanbod van de verschillende kabelbedrijven. Op nationaal niveau is sprake van voldoende concurrentie aldus het CBb, onder meer van satelliettelevisie en tv via de ether (Digitenne van KPN). „De concurrentie doet zijn werk op de tv-markt”, reageert een woordvoerder van Ziggo op het besluit. Ook UPC toonde zich tevreden over de uitspraak.

Het beroepscollege neemt mee dat de marktaandelen van de kabelmaatschappijen in Nederland afnemen ten gevolge van de concurrentie van andere verspreidingstechnieken. Dat die soms van minder kwaliteit zijn dan (analoge of digitale) kabeltelevisie is volgens het CBb een kwestie van tijd voordat dat verbetert.

Een van de partijen die het vermeende monopolie van de kabelmaatschappijen wilde doorbreken is het Zweedse telecombedrijf Tele2. Dat verkoopt sinds juli een abonnement op analoge kabel-tv via Ziggo en UPC.

Een woordvoerder van het bedrijf stelt dat voor de duizenden klanten die al zijn overstapt naar Tele2 voorlopig niets verandert. Zij kunnen analoge tv blijven kijken. Tele2 verwacht dat er spoedig een nieuwe uitspraak van Opta volgt die de verplichtingen opgelegd aan UPC en Ziggo herstelt. De uitspraak van het CBb is de laatste stap in de huidige procedure. „Het spel is nog niet gespeeld.”

Tele2 kreeg vrijdag te horen dat het bedrijf zijn advertenties moet rectificeren waarin het analoge kabel-tv aanbiedt voor vijf euro per maand. Volgens de rechter verzuimde Tele2 te melden dat consumenten een combinatiepakket van circa 50 euro moesten afnemen (met internet en telefonie) om analoge tv te kunnen kijken.

Opta noemt de beslissing van het beroepscollege „teleurstellend voor de consument”. Die had immers eindelijk keuze uit meerdere aanbieders van (analoge) televisie in zijn regio. Op termijn moesten kabelmaatschappijen ook concurrenten toelaten tot hun digitale netwerk. „Onze analyse dat UPC en Ziggo de markt domineren blijft overeind.”

KPN, dat ook graag een plek wilde op de analoge kabel, onthoudt zich voorlopig van commentaar. De woordvoerder van het telecombedrijf stelt dat men eerst de volledige uitspraak wil bestuderen. KPN en Tele2 waren partij in de beroepsprocedure omdat zij lagere toegangstarieven wilden tot de netwerken van de kabelmaatschappijen. Het CBb deed echter geen uitspraak over die grieven, omdat het fundament van de zaak, de analyse van de consumentenmarkt, niet correct was.