Rond sociale zekerheid is PVV de hoop van links

Bij een door de PVV gedoogd VVD/CDA-kabinet is de partij van Wilders de dempende factor bij het verlagen van de uitkeringen en het koopkrachtverlies voor de laagste inkomens.

Of de crisis nu is veroorzaakt door roekeloze beleggers en bankiers of niet, voor werklozen en arbeidsongeschikten zal het weinig uitmaken. Zij zullen zich bij een eventueel door de PVV gedoogd kabinet van VVD/CDA moeten voorbereiden op flinke kortingen. Politici die in één kabinetsperiode 18 miljard euro willen bezuinigen, kijken vanzelf naar de grootste uitgaven van het Rijk en dan kan je niet om de uitkeringen heen.

De sociale zekerheid is altijd een aantrekkelijke optie geweest voor saneerders van de overheidsfinanciën. Snijden in uitkeringen is een relatief makkelijke en effectieve manier om snel geld te besparen. En ook op lange termijn hebben saneerders gegarandeerd succes: in de modellen van het Centraal Planbureau vertalen lagere uitkeringen zich in meer arbeidszin, lagere kosten voor het bedrijfsleven en uiteindelijk een groei van de economie en de werkgelegenheid. Het is een van de redenen dat het VVD-verkiezingsprogramma zo goed uit de analyse van het Centraal Planbureau (CPB) kwam. De partij wil rigoureus snijden in de sociale zekerheid.

Begin jaren tachtig waren er hardnekkige problemen in de ontwikkeling van lonen en uitkeringen. Harde ingrepen onder Onno Ruding (Financiën) en premier Ruud Lubbers maakten die kosten weer beheersbaar en verbeterenden de flexibiliteit en structuur van de economie. Ook begin jaren negentig werd onder leiding van Lubbers en Wim Kok (toen minister van Financiën) met succes de scheefgroei in de WAO, de uitkering voor arbeidsongeschikten, omgebogen. Nederland was ziek, en dat moest worden opgelost.

De ingrepen die nu aan de onderhandelingstafel bestudeerd worden, betekenen niet dat er weer fundamentele problemen in de sociale zekerheid zijn. De kosten van zorg en vergrijzing groeien sneller dan de economie, maar voor de uitkeringen geldt dat niet. De uitgaven aan uitkeringen blijven – de AOW uitgezonderd – tot 2060 vrij stabiel ten opzichte van het nationaal inkomen, zo verwacht het CPB. De komende vier jaar zullen de kosten van de sociale zekerheid bij ongewijzigd beleid zelfs dalen van 12,5 naar 12,25 procent van het bruto binnenlands product. Let wel, als politici niets doen.

En dat willen ze nu juist wel. Om te beginnen met de uitkeringen waar wél een probleem mee is. Zoals de AOW en de Wajong, de regeling voor arbeidsongeschiktheid bij jonggehandicapten. Bij de AOW is er een complicatie doordat de kosten van vergrijzing sneller groeien dan de economie en de begroting. Zonder ingrepen dreigen andere uitgaven, zoals aan onderwijs of veiligheid, te worden weggedrukt. Balkenende IV wilde de AOW-gerechtigde leeftijd al verhogen naar 67 jaar en de verwachting is dat ook een nieuw kabinet hiervoor zal kiezen. De PVV toonde zich eerder dit jaar samen met de SP een van de grootste tegenstanders van een hogere AOW-leeftijd. De PVV maakte er, zoals bekend, als enige een breekpunt van bij de verkiezingen, maar trok dat één dag na de verkiezingen in. Haar standpunt is nu onduidelijk.

De Wajong levert ook problemen op. CDA en VVD willen hier ingrijpen omdat de uitkering te veel wordt gebruikt door mensen waarvoor zij niet is bedoeld. Tieners blijken bovendien moeilijk uit de Wajong te ontsnappen omdat werkgevers bang zijn voor sollicitanten met het predicaat „gehandicapt”. De vergelijking met de WAO is al gemaakt: de uitkering is hoger dan de bijstand, en hij is te makkelijk toegankelijk. De PVV wil volgens haar verkiezingsprogramma de Wajong echter niet aanpakken.

De VVD en de PVV hebben een broertje dood aan reïntegratiebudgetten. Die willen zij afschaffen. Dat is een van de weinige onderwerpen waar PVV en VVD overeenstemming hebben. CDA en VVD zijn het, net als bij AOW en Wajong, vaker eens. Zij willen de WW van 38 naar 12 maanden beperken, de PVV niet. Zij willen de hoogte van de uitkeringen niet meer laten mee groeien met de lonen maar met de lagere inflatie, de PVV niet. Zij willen de kinderopvangtoeslag beperken, de PVV niet. Zij willen verbieden dat mensen in de bijstand een belastingvoordeel aan hun partner overdragen, de PVV niet. Zij willen het ontslagrecht aanpassen, de PVV niet.

Partijen als PvdA, SP en GroenLinks zullen het niet graag toegeven, maar als het om hervormingen in de sociale zekerheid gaat, is hun hoop gevestigd op Geert Wilders. Zonder de PVV is 7,5 miljard euro aan bezuinigingen zeker en zullen de lage inkomens er sterk op achteruitgaan. Bij gedoogsteun van de PVV is die zekerheid er niet. Wilders is de belangenbehartiger voor linkse partijen bij onderhandelingen over de verzorgingsstaat.

Lees drie eerdere artikelen over de standpunten van de rechtse coalitie (bezuinigingen, zorg, migratie) op nrc.nl/binnenland.