Rest van oudste dierlijk leven ontdekt

’s Werelds oudste fossiele resten van primitieve sponzen zijn ontdekt in het zuiden van Australië. Dat melden Amerikaanse wetenschappers deze week in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Geosciences.

Sponzen hebben op het eerste gezicht iets van planten, maar het zijn heel primitieve dieren met een zakvormig lichaam. Ze leven van voedsel dat ze uit het water filteren. Adam Maloof (Universiteit van Princeton) en zijn collega’s claimen daarom dat hun ontdekking ook het oudste overtuigende bewijs voor dierenleven is.

De fossielen die Maloof beschrijft zijn een verzameling van ring- of slingervormige afdrukken in een 650 miljoen jaar oude gletsjerafzetting. Hij vond de fossielen bij toeval tijdens zijn onderzoek naar oeroude ijstijden. Dat het hier sponsachtige organismen betreft, ontdekte Maloof toen hij stap voor stap 0,05 millimeter dunne laagjes van de fossielen afschaafde en telkens een nieuwe foto maakte. Stapeling van de foto’s bracht een driedimensionaal netwerk van millimeterdunne kanaaltjes aan het licht dat doet denken aan het lichaam van sponzen.

Sponzenresten van vergelijkbare ouderdom zijn eerder ontdekt in Oman (Nature, 5 februari 2009). Het betrof hier echter geen gefossiliseerde lichamen, maar moleculen die kenmerkend zijn voor de celmembranen van sponzen. Dit zouden evengoed resten kunnen zijn van eencellige voorlopers van de sponzen. Volgens veel biologen zijn sponzen in de loop van de evolutie ontstaan uit een samenwerking van zulke eencelligen.

Mogelijk zijn ook de sponzen die Maloof nu heeft ontdekt primitieve voorlopers van de echte sponzen van nu. In de fossielen ontbreken de voor sponzen kenmerkende skeletnaalden. Het is mogelijk dat sponzen deze naalden van calciumcarbonaat of siliciumoxide pas later hebben ontwikkeld, maar het is ook denkbaar dat oude skeletnaalden in de loop van de honderden miljoenen jaren zijn afgebroken.

Veel ingewikkelde dieren ontstonden iets meer dan vijfhonderd miljoen jaar geleden tijdens de Cambrische explosie. Oudere fossielen – zoals Maloof heeft ontdekt – zijn zeldzaam en vaak lastig te classificeren. Verschillende paleontologen herkennen er vaak uiteenlopende diersoorten in.