Politie(k) in Suriname

Welke verhoudingen streeft Nederland na met het nieuwe Suriname onder president Bouterse? En welke toon slaat de Nederlandse regering daarbij aan? Na de opvallende correctie door minister Hirsch Ballin (CDA, Binnenlandse Zaken/Justitie) van de Amsterdamse politiecommissaris Welten is die vraag actueel geworden.

De politieman Bernard Welten zei deze week dat alle hulpprojecten met de Surinaamse politie worden stopgezet. Eerst maar eens zien wie minister van Justitie wordt en welke figuren op de sleutelposities in het Surinaamse justitieapparaat worden benoemd. Het is een standpunt dat is ingegeven door gezond verstand en praktische wijsheid.

Minister Verhagen (CDA, Buitenlandse Zaken) herinnerde er in zijn reactie op de Surinaamse verkiezingen eerder aan dat winnaar Desi Bouterse hier veroordeeld is tot elf jaar gevangenisstraf voor drugshandel. In Suriname loopt een strafproces inzake de Decembermoorden. Verhagen: „Dit alles kunnen we niet van tafel vegen.” Bouterse, zo voegde Verhagen eraan toe, is alleen in Nederland welkom om die straf uit te zitten.

Die stoere lijn is nu verlaten. Hirsch Ballin draaide het praktische besluit van de Amsterdamse korpschef acuut terug. Het heet dat de benoeming van Bouterse „op zichzelf” geen reden is om de samenwerking te staken. Maar dat Nederland het nieuwe bewind zal beoordelen op „benoemingen, plannen en daden”. Verder wenst Den Haag een „betrokken en zakelijke verhouding” met Paramaribo te realiseren. De politiesamenwerking blijft derhalve „ongewijzigd”. Het kabinet zal criteria vastleggen om de daden van Bouterse te beoordelen. En pas daarna wordt besloten „op welke voet” in de toekomst wordt samengewerkt.

Over de volgorde van de genoemde criteria is vast nagedacht: ‘benoemingen’ staan voorop. Als er leidinggevenden bij de Surinaamse politie worden benoemd, die (ook) een verleden in de drugshandel hebben, dan zal die ‘voet van samenwerking’ ongetwijfeld heel beperkt zijn.

Praktisch is er dus niet veel verschil tussen wat Welten deed en wat Hirsch Ballin aankondigt. Maar politiek is het verschil tussen Welten en Hirsch Ballin juist heel groot. De regering wil de broze betrekkingen met president Bouterse niet belasten met snelle conclusies en praktische consequenties. Paramaribo moet de tijd krijgen om z’n knopen te tellen. Timing en toonhoogte zijn in de diplomatie essentieel.

Welten sprak vast een waar woord, maar klassiek voor zijn beurt. De commissaris heeft dus geen antenne voor de fijnere kanten van het buitenlands beleid. Dat zij hem vergeven. In het geval-Bouterse zijn die nu samen te vatten als pappen, nathouden en vooral erbíj blijven. Nederland heeft in het Caraïbisch gebied elders immers ook belangen bij een goede politiesamenwerking. En er blijven vast ook vliegtuigen uit Paramaribo op Schiphol landen, ooit geassocieerd met ‘bolletjesslikkers’.

Om drugssmokkel tegen te gaan, blijft praktische politiesamenwerking met Suriname dus nodig.