Pensioen uit zicht

Veertien Nederlandse pensioenfondsen zitten dusdanig in het nauw dat zij per volgend jaar hun pensioenuitkeringen met tussen de 1 en 14 procent zullen moeten verlagen. Die waarschuwing hebben toezichthouder De Nederlandsche Bank en minister Donner (Sociale Zaken, CDA) doen uitgaan. De ingreep is uniek: nog nooit hebben pensioenfondsen moeten terugkomen op hun kernbelofte. Al was het arrangement al verschraald. De overgang van eindloon naar middenloon heeft grote gevolgen gehad voor de pensioenen. En de afgelopen tijd is bij sommige fondsen al dan niet tijdelijk de koppeling van de uitkering aan de inflatie losgelaten. Het heeft er alle schijn van dat de sector in zijn geheel onvoldoende berekend is op zijn taak.

De beurskoersen zijn redelijk hersteld van de klappen van de kredietcrisis en de beleggingsresultaten zijn grosso modo niet eens zo slecht. De grote boosdoener is de naar een recordlaagte gezakte rente. Bij de huidige methodiek betekent dit dat een fonds acuut onvoldoende dekking heeft. Meer dan de helft van de rond 600 pensioenfondsen zit zo bezien in de gevarenzone. Sommige fondsen speelt daarbij parten dat de verhouding tussen pensioentrekkers en betalende werkenden ongunstig is.

Toch is niet vol te houden dat de sector enkel en alleen getroffen is door een natuurverschijnsel waar niets aan te doen valt. Het ene fonds heeft, objectief bezien, betere resultaten geboekt dan het andere. Waarom? Daarover horen gepensioneerden en werkenden geen woord. De toezichthouder en de minister hebben zelfs niet willen vertellen welke veertien pensioenfondsen de noodmaatregel betreft. Dat brengt onnodige onrust. 150.000 tot 170.000 mensen worden erdoor getroffen, maar de onzekerheid wie dat zijn treft een veel grotere groep.

Het blijft wonderlijk hoe het geroemde Nederlandse pensioenstelsel, waaraan werknemers en werkgevers met behoorlijke premies bijdragen, nu al jarenlang in crisis is. Demografische trends laten zich verhoudingsgewijs eenvoudig voorspellen. Als het beleggingsbeleid kennelijk zo afhankelijk is gemaakt van de grillen van de markten en de pensioenpremies als gevolg daarvan te scherp zijn gesteld, dan gaat het hier om beleidsfouten waar de fondsbesturen tot nu toe bijzonder weinig verantwoording over hebben afgelegd.

Het verlagen van de uitkeringen is een ruwe en unfaire oplossing voor het huidige pensioenprobleem. Beter zou het zijn aan te dringen op het drastisch en versneld verhogen van de pensioenleeftijd. Dat levert de sector een langere duur van premiebetalingen en een kortere duur van pensioenuitkeringen op. De overheidsfinanciën, de toegenomen levensverwachting, de vitaliteit van de gemiddelde werknemer én de verwachte toekomstige krapte van de arbeidsmarkt wezen alle al in de richting van een verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd. En dan niet mondjesmaat en in een verre, politiek veilige, toekomst zoals nu het plan is, maar aanstonds en stapsgewijs.