Pakistanweerstand

We kennen allemaal het schokje dat door ons heen trekt als we ineens in één ruimte zijn met een beroemd iemand. Ook al willen we het niet, generen we ons ervoor en doen we alsof het ons niets doet, het is een biologische reflex, die als sinds de oplevering in ons systeem is ingebouwd, uit overlevingsoogpunt.

Het heeft evolutionair voordeel om in de nabijheid van winnaars te toeven. Daarom hebben we de neiging om mensen zonder succes te negeren. Bij de Albert Heijn verdwijnt de straatkrantverkoper naar de achtergrond van onze waarneming, terwijl zelfs een kleine celebrity als Erwin Kroll al oplicht in de menigte.

Voeg daar bij dat we geneigd zijn solidair te zijn met mensen naarmate ze meer overeenkomsten met ons hebben (in je eigen straat ga je aanzienlijk amicaler om met buren van je eigen opleidingsniveau), en het is begrijpelijk dat we niet zo begaan zijn met Pakistan.

Haïti en Thailand hadden nog een associatie van exotische vakantiebestemmingen, wat ze identificeerbaar maakte. Met Pakistanen hebben we zo weinig gemeen, dat hun lot verdwijnt naar de achtergrond van onze aandacht. Op een abstract niveau vinden we het sneu, maar het raakt ons aanmerkelijk minder diep dan de regen die Erwin Kroll steeds weer aankondigt in eigen land.

Is dat hypocriet?

Wel vanuit een christelijke moraal, maar als we gemakshalve even aannemen dat er geen God bestaat, dan is onze Pakistanweerstand domweg onze natuur, en zou het juist hypocriet zijn als we die probeerden te verdoezelen.

Om verre rampen toch aan de man te brengen proberen media die te scripten, er beelden bij te zoeken die ons dwingen tot inleving, en dan kom je snel uit bij kinderen en baby’s. Geef de straatkrantverkoper een baby op de arm en zijn dagomzet zal vervijfvoudigen.

Is dat hypocriet?

Welnee, het is domweg de natuur, zoals het de natuur is dat we liever winnaars dan verliezers zien.

Zoals het eveneens de natuur is die met rampen en epidemieën het bevolkingspeil reguleert op onze aardbol.

Christiaan Weijts