Obama onder Arabieren bijna even impopulair als Bush

De Arabische publieke opinie was vorig jaar nog zeer te spreken van de Amerikaanse president Obama. Maar zijn ster is razendsnel gedaald.

Onder Arabische burgers is president Barack Obama inmiddels bijna even impopulair als zijn voorganger George W. Bush, wat na zijn positief ontvangen toespraak tot de Arabische en islamitische wereld in Kairo in juni vorig jaar nog haast onvoorstelbaar was. In de Arabische wereld heerst speciaal teleurstelling over zijn onvermogen beweging te krijgen in het Israëlisch-Arabische conflict. Op dat punt waren de verwachtingen juist hooggespannen na Obama’s beloften van extra inspanningen om het vastgelopen vredesproces op gang te krijgen en kort daarop zijn harde eis dat Israël de bouw in nederzettingen in bezet gebied zou staken. Geen van beide lukte.

Tegelijk is de Arabische publieke opinie opmerkelijk positief gaan denken over het internationaal omstreden Iraanse nucleaire programma, zo constateert de jaarlijkse peiling van de Arabische stemming van professor Shibley Telhami van Maryland University samen met het opiniebureau Zogby International. Het een heeft met het ander te maken, schreef Telhami deze week in een commentaar in de Los Angeles Times: „De Arabieren hebben de neiging Iran voornamelijk te zien door het prisma van de Amerikaanse en Israëlische politiek.” Wie tegen Amerika en Israël is, kan geen vijand van de Arabieren zijn.

Volgens de peiling onder 4.000 mensen in zes Arabische landen is de steun voor Obama het afgelopen jaar van 45 tot 20 procent teruggelopen. Hoopvolle verwachtingen van de Amerikaanse Midden-Oostenpolitiek koestert nog 16 procent, tegen 51 in 2009. Nu staat 62 procent negatief tegenover Obama en omschrijft 63 procent zijn houding ten opzichte van het Amerikaanse beleid als ontmoedigd. Nog maar 12 procent staat positief tegenover de VS, tegenover 15 procent in het laatste jaar van de regering-Bush.

Belangrijk is dat de zes landen, althans hun regeringen, alle gelden als zogeheten gematigde bondgenoten van de Verenigde Staten, waaronder Egypte, Saoedi-Arabië, Jordanië en Marokko. Hoewel het allemaal autoritaire regimes zijn, kunnen ze een anti-Amerikaanse stemming niet zomaar negeren.

Deze ontwikkeling was eerder dit jaar al zichtbaar, zij het wat minder geprononceerd, in een onderzoek van Gallup, dat eveneens regelmatig de Arabische opinies peilt. Volgens dit in februari en april uitgevoerde onderzoek was de waardering voor het Amerikaanse leiderschap na een duidelijke stijging halverwege 2009 behoorlijk verminderd.

Deze week memoreerde de Egyptische schrijver en blogger Issandr al-Amrani nog eens de hoop die na Obama’s toespraak in Kairo was ontstaan dat deze Amerikaanse president het Israëlisch-Arabische conflict structureel anders zou benaderen dan zijn voorgangers. „De teleurstelling die volgde was niet alleen het natuurlijke aflopen van de wittebroodsweken”, schreef hij in de Egyptische krant Al-Masri al-Youm. „Het was ook de weerspiegeling van het falen van de regering-Obama om haar beloften na te komen.”

Obama zelf zag de bui al begin dit jaar hangen. „Ik denk dat wat we dit jaar hebben gedaan niet het soort doorbraak heeft geproduceerd dat we wilden”, zei hij in januari in een vraaggesprek met het Amerikaanse blad Time. „En als we ons sommige van de politieke problemen aan beide zijden eerder hadden gerealiseerd, hadden we misschien niet de verwachtingen zo hoog laten oplopen.”

Met name de groeiende sympathie voor het niet-Arabische Iran, op een moment waarop hij dat land met toenemend zware sancties probeert te isoleren, is slecht nieuws voor Obama. Niet dat de ondervraagden allemaal denken dat het atoomprogramma van Iran vreedzaam is: een meerderheid gelooft die Iraanse verzekering niet. Maar terwijl in 2009 nog 46 procent van mening was dat een Iraans kernwapen slecht voor het Midden-Oosten zou zijn, is nu nog maar 21 procent die mening toegedaan. Daarentegen denkt 57 procent dat het een positieve uitwerking zou hebben.

De peilers hebben het niet gevraagd, maar het ligt in de lijn der verwachting dat een Iraanse atoombom door deze meerderheid wordt gezien als welkom tegenwicht tegen de Israëlische militaire overmacht. Immers op de vraag welke twee landen de grootste bedreiging vormt, antwoordt 88 procent Israël, met 77 procent gevolgd door de VS. Iran noemt slechts 10 procent.

„Hoe bozer het publiek is op Israël en de VS”, aldus Telhami, „des te minder het zich zorgen maakt over Iran, dat het allereerst ziet als de ‘vijand van mijn vijand’ ”.

Opiniepeiling Telhami op nrc.nl/buitenland