Leuke mensen die wat kunnen

Deze zomer duikt nrc.next in het verenigingsleven.

Vandaag: de Maatschappij Voor Beter Openbaar Vervoer van Rikus Spithorst, die verguisd werd na een column.

In zijn favoriete eetcafé in de Amsterdamse wijk De Pijp zit Rikus Spithorst (51) in opperbeste stemming achter een kop dampende koffie. Na publicatie van dit gesprek is zijn nieuwe club – ‘Maatschappij Voor Beter Openbaar Vervoer’ – officieel gelanceerd. Hij informeert verschillende keren naar de publicatiedatum, zodat hij andere media en vervoerbedrijven een officieel geboortekaartje kan sturen.

Hij slaat met de hand op drie, aan elkaar geniete vellen papier, met relevante informatie.

„Lees dat thuis goed door.”

Zijn club, bestaande uit zeven zorgvuldig geselecteerde bekenden, streeft naar een beter Openbaar Vervoer. „Wij zijn een club van leuke mensen, die wat kunnen. Geen mierenneukers of uitsluitend OV-deskundigen, maar klanten. De belangenbehartiging van reizigers is niet het alleenrecht van Rover. Wij gaan het anders doen.”

Als kind wilde hij trambestuurder worden. Die droom kwam niet uit, maar treinen, trams en bussen bleven hem fascineren. Eind jaren negentig kreeg hij op het Centraal Station in Amsterdam een folder van reizigersvereniging Rover in de handen gedrukt. De plaatselijke afdeling zocht vrijwilligers. „Ik dacht: daar ga ik eens snuffelen, maar als het eikels zijn, ben ik zo weg.”

In korte tijd verwierf hij een zekere status binnen de vereniging. Op een vergadering in Den Haag verliet hij met veel misbaar de zaal. „Dat was in een periode dat er geen trein op tijd kwam. Rover had een spreker van de NS uitgenodigd. Die hield een lul-verhaal. De reiziger moest blij zijn dat de helft van de treinen op tijd kwam.”

In de zomer van 2001 verving hij in de zomermaanden de woordvoerder van Rover, die op vakantie was. Er gebeurde in die periode van alles bij de spoorwegen. Rikus Spithorst was bijna dagelijks op televisie. Met zijn recht-voor-de-raapstijl deed hij het zo goed dat ze hem vroegen als vaste woordvoerder. „Ik vind van mezelf dat ik wat kan, ik ben slim, in staat om mezelf snel ingewikkelde materie eigen te maken en ik kan het goed verwoorden.”

Naast zijn werk voor Rover maakte hij cryptogrammen voor De Pijpkrant – buurtorgaan van de Amsterdamse Pijp –, was hij actief voor de plaatselijke PvdA-afdeling en schreef hij onder het pseudoniem DriekOplopers satirische columns op de website Fok.nl.

Omdat hij zich had geërgerd aan Femke Halsema – ze vond partijgenoot Wijnand Duyvendak ‘een integer mens’ – schreef hij in het najaar van 2008 een column – ‘Femke Halsema moet dood’ – ‘vol grappen en grollen’ over de GroenLinks-leider.

‘Ik zou het erg toejuichen als iemand eventjes buitengewoon integer het woonadres van Femke Halsema opsnuffelt, en die tent buitengewoon integer in de fik steekt. Dat verdient dat wijf.’

Het werd verkeerd begrepen.

Femke Halsema deed aangifte.

„Daarna werd ik in Nova vakkundig gefileerd door Twan Huys.”

In de uitzending zei Spithorst meerdere malen dat hij Femke Halsema niet echt had willen bedreigen. Als DriekOplopers hanteerde hij graag het stijlmiddel van de overdrijving. Hij verwees naar een eerdere column, waarin hij gepeste kinderen adviseerde om een mes mee naar school te nemen.

In de taxi van de televisiestudio naar huis hoorde hij op de radio dat hij door Rover op non-actief was gesteld. „Meneer Michael van der Vlis zette me als dank voor acht jaar trouwe dienst als een schurftige hond bij het vuilnis.”

Ook de PvdA wilde niet langer met hem worden geassocieerd.

In de pers werd hij ‘tot aan de voeten afgezaagd’.

Alleen Gerrit Komrij nam het in een column voor hem op.

„Die tekst wil ik je ook nog wel even mailen”, zegt Spithorst.

Er brak een zware tijd aan, waarin hij het moeilijk vond om de straat op te gaan. Toen op een dag op de Ceintuurbaan de bovenleiding van de tram was gebroken, hoorde hij de monteurs in het voorbijgaan zeggen: „Kijk, daar heb je die mafkees.”

„Ik werd uitgekotst”, zegt Spithorst. „Je kunt het niet meer bijsturen. Waar moest ik de veerkracht vandaan halen?”

Zijn vrouw Trudy en enkele goede vrienden bleven ‘als blokken beton’ achter hem staan. Hij besefte dat ‘het akkefietje’ definitief op zijn cv stond en dat hij zich enige tijd koest moest houden. „Wachten tot de storm ging liggen.”

In de tussentijd maakte hij plannen voor zijn Maatschappij Voor een Beter Openbaar Vervoer. „De reiziger kan wel een steuntje in de rug gebruiken. Ik wilde verder met de belangenbehartiging. Ik was het gewend om ergens mijn tanden in te zetten. Ik dacht: als dat dan niet meer bij Rover kan, begin ik wel een eigen club.”

Het wachten was op justitie.

Na veel telefoneren kwam hij erachter dat de zaak tegen hem al lang geseponeerd was.

Hij neemt een paar slokken koffie en citeert uit de meegenomen papieren, die hij twee maanden eerder van het Arrondissementsparket Amsterdam heeft ontvangen. Plaatsvervangend Hoofdofficier van Justitie F.W.M. van Straelen laat in een schrijven weten dat Spithorst in zijn column ‘Femke Halsema moet dood’ de ‘absurde paradox als stijlfiguur’ gebruikt, maar dat hij daar geen strafbaar feit in ziet.

„En nu komt het”, zegt Spithorst. „In de ene laatste alinea schrijft hij: ‘Deze beslissing heb ik reeds in het voorjaar van 2009 genomen. Als gevolg van een communicatiefout is echter verzuimd u hier van mededeling te doen. Dat spijt mij oprecht. Hij biedt dus zijn excuses aan. Maar ik heb wel anderhalf jaar in spanning gezeten. Niet wetende wat mij boven het hoofd hing.”

Daarna: „Ik weet nog niet precies wat ik hier nou mee moet.”

Ter tafel komen vrolijker zaken. Hij heeft schetsen meegenomen van ‘Meneer Beter’, een mannetje met een bolhoed, die nogal treurig uit zijn ogen kijkt.

„Meneer Beter zul je nog vaak zien”, zegt hij. „Hij staat op al onze uitingen.”

Via de website kunnen reizigers aangeven waar Spithorst en de zijnen zich druk over moeten gaan maken. Een zolderetage bij hem in huis, een computer, een paar ordners, een website, wat papier, postzegels, een telefoon en ‘een portie gezond verstand’ zijn volgens hem genoeg om de vervoersbedrijven te dwingen tot het leveren van een beter product. „In tegenstelling tot Rover laten wij ons niet inkapselen door het establishment. Als het moet, laten we onze tanden zien.”

Hij wijst een gerecht aan op de menukaart van het eetcafé.

„Dat ben ik”, zegt hij. „Een pittige burger.”

In het besef ‘een primeur van de bovenste plank’ te hebben gekregen, nemen we afscheid.

De Maatschappij Voor Beter OV is vanaf vandaag actief.

Rikus Spithorst is terug.