In het Verre Oosten (2)

Op de tweede dag van onze tocht reisden we naar de Joodse Autonome Provincie Birobidzjan, op zo’n 170 kilometer ten oosten van Chabarovsk. Toen we de brug over de Amoer bij Chabarovsk over reden waren we er al bijna. De wegen werden na die oversteek al snel  slechter, want Birobidzjan is straatarm. Maar het landschap

P1010083

Op de tweede dag van onze tocht reisden we naar de Joodse Autonome Provincie Birobidzjan, op zo’n 170 kilometer ten oosten van Chabarovsk. Toen we de brug over de Amoer bij Chabarovsk over reden waren we er al bijna.
De wegen werden na die oversteek al snel  slechter, want Birobidzjan is straatarm. Maar het landschap is er overweldigend. Met zijn uitgestrekte steppes en moerassen heeft het iets van Afrika, maar dan met berkenbomen.

Op de achtergrond van ons decor lokten de hoge bergen, waar beren, wilde zwijnen en een enkele Siberische tijger rondzwerven. Ik kreeg ineens zin om die schitterende Russische film Djerzu Uzala van de Japanse regisseur Akira Kurosawa weer eens te zien, die gaat over een Russische expeditie in het Verre Oosten, in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog.

P1010048Na vier uur rijden bereikten we de gelijknamige hoofdstad van Birobidzjan, die zo’n 75.000 van de 190.000 inwoners huisvest. In de Sjolem Aleichemstraat namen we onze intrek in Hotel Vostok, waar de Sovjet-Unie nog niet verjaagd was, zo slecht waren de bediening, het voedsel, het sanitair, etc.

In de hoofdstraat was alles, zoals gebruikelijk in het Rusland van nu,  keurig opgeschilderd. En natuurlijk was er een modern winkelcentrum neergezet. Uit luidsprekers klonk helse muziek van de draadomroep. Waarom kan geen Russische stad toch niet zonder herrie.

Het enige dat er aan vroeger deed denken was de markt, met Jiddische letters boven de poort. Paddestoelen en bessen werden er aan kleine kraampjes verkocht. Een aanvulling op de schaars bevoorrade supermarkten.

P1010051

Birobidzjan werd in 1928 door Stalin bestemd als joods thuisland dat een proletarische joodse cultuur moest hebben en Jiddisch als nationale taal. Dat ‘Sovjet-Zion’ moest concurreren met een eventuele joodse staat in het Midden-Oosten. Op die manier probeerde Stalin het zionisme als concurrerende ideologie uit te schakelen. Maar tegelijkertijd wilde hij laten zien dat hij anders dan de westerse landen wél een oplossing had voor het zogenaamde ‘joodse vraagstuk’.

Vooral joden uit Wit-Rusland en Oekraïne trokken naar de verre moerassige streek, die in 1934 autonomie kreeg. In 1939 werd het hoogtepunt bereikt en woonden er 17.695 joden, zestien procent van de bevolking, die verder vooral uit kozakken en etnische Russen bestond.

P1010066

In de regen gingen we op zoek naar het joodse verleden van de stad. Overal zagen we Jiddische opschriften, bij bakkers, supermarkten, gemeentelijke instellingen, het station.

P1010119

Maar nergens was een jood te bekennen, ook bij de nieuwe synagoge en het joods maatschappelijk centrum Freud niet. Totdat er een  bewaker naar buiten kwam, die  ons meldde dat ze al bijna een jaar geen rabbijn meer hadden.

P1010058Een wetenschappelijk medewerkster van het historisch museum vertelde de hele geschiedenis van de provincie, aan de hand van oude attributen en vaak ontroerende foto’s van al die kolonisten - arbeiders, boeren, intellectuelen, artsen, advocaten - die uit het beschaafde deel van de Sovjet-Unie naar de wildernis waren getrokken en daar een nieuw leven probeerden op te bouwen.

P1010063
Dat nieuwe leven was rijk aan cultuur. Er was een Jiddische krant, de Sjtern, waarin goede schrijvers publiceerden, er was een Jiddisch theater. Dat alles is nu min of meer verdwenen, om de eenvoudige reden dat het merendeel van de ruim 17.000 joodse inwoners die Birobidzjan in 1939 telde, naar Israel, Chabarovsk of Moskou is getrokken. De achterblijvers zijn vooral de ouderen.

P1010074P1010054
De overwoekerde begraafplaats, even buiten de stad, was ontroerend van schoonheid. Joden en niet-joden liggen  er door elkaar in een door muggen veroverd bos. Wat me opviel was dat veel mensen er niet ouder dan begin dertig zijn geworden. Misschien als gevolg van het barre klimaat.

De volgende dag bezochten we de synagoge en het joods maatschappelijk centrum opnieuw. In dat laatste was nu een groep bejaarde vrouwen bijeen. Zonder uitzondering vertelden ze me dat ze hun kinderen al in geen tien jaar hadden gezien, omdat die naar Israël waren geëmigreerd en zij zelf geen zin of fut hadden daarheen te gaan. Dat is een  tragiek die je bij oudere Russische joden vaker tegenkomt.

Op onze tocht door de stad viel ons overal de schrijnende armoede op. In de wijk achter het spoor  haalden de bewoners hun water nog uit de pomp op straat , wat hun was aan te zien, want de meesten leken zich in geen maanden te hebben gewassen. Bovendien was vrijwel iedereen die we daar  tegenkwamen dronken. De fles is waarschijnlijk het enige middel dat nog verlichting geeft in hun leven.

P1010069
P1010097


Achter een oud raam van een huis dat aan beide zijden  half afgebroken was verscheen ineens een  gezin: moeder en vier kinderen. Ze bleken zigeuners te zijn. Met zijn vijftienen bewoonden ze  vijf kamers van de ruïne. Hun handen waren zwart van het vuil, achter de vitrages heerste chaos en verval, maar de familieleden zelf waren uiterst vrolijk. Het enige waarover ze zich zorgen maakten was dat ze nooit allemaal het huis konden verlaten. ,,Want zodra we allemaal de deur uit zijn, halen ze ons huis leeg of breken ze het af”, zei de moeder. De 17-jarige oudste zoon  Vasja kwam nu naar buiten en vertelde dat zijn familie al een paar generaties in Birobidzjan woonde. ,,We zijn joodse zigeuners”, zei hij. ,,Mijn overgrootouders kwamen uit het Westen. Maar ons thuis is nu hier. Dit leven is voor ons normaal.”
P1010099