In Groet

Schrijf nou eens over Groet en Schoorl, want die horen ook bij Bergen, mailde een lezeres mij. Mevrouw, ik doe niets liever, maar alles op z’n tijd. Ik had al veel eerder over Groet geschreven als ik er niet zo’n geheimzinnige ervaring die ik moeilijk kan plaatsen, had opgedaan.

Het gebeurde op zaterdagmiddag 14 augustus, een prachtige, zonnige dag. We hadden vanuit Bergen een fietstocht door de polders achter de rug en kwamen via het Bullepad Groet binnengezeild. Het Bullepad is een van de mooiste polderpaden van Nederland, het deed me sterk denken aan zo’n pad bij Greonterp in Friesland. Om je heen is alles groen en licht en stil en je denkt dat dit nooit meer voorbij zal gaan.

Klokslag twaalf uur hielden we stil in de Bergeendstraat te Groet, een doorsnee Nederlandse dorpsstraat. We stapten van onze fiets om ons te oriënteren. Er was, behalve wij, niemand te horen of te zien in deze straat. Het leek wel zondag in plaats van zaterdag. Plotseling verscheen er een vrouw van middelbare leeftijd die, zonder ons te groeten, achter ons langs liep. Zij was geheel verzonken in haar lectuur: NRC Handelsblad van die dag. Ze had de krant opengevouwen en slenterde, al lezend, de straat uit.

Het had een scène kunnen zijn uit een reclamefilmpje voor de krant. Ik keek de vrouw dan ook wantrouwig na. Werd ik misschien voor de gek gehouden? Had iemand uit mijn omgeving met een kennis in Groet gebeld om mij eens even heerlijk in de maling te nemen?

Die dingen gebeuren tegenwoordig, we zijn dol op practical jokes. Ik keek naar mijn vrouw. Zij stond alweer aandachtig over haar fietskaart gebogen, bepaald niet op het punt van uitproesten.

„Ik vraag me af waar die vrouw de krant vandaan heeft”, mompelde ik. Om twaalf uur in Groet! Ik was al blij als ik hem tegen die tijd in Amsterdam kreeg. En hem dan niet alleen kopen, maar ook nog meteen lézen, waar ik bij was. Ik zal niet gauw over de hand van God beginnen, maar het moet niet te gek worden.

Nog in stille verbijstering liepen we, fietsen aan de hand, het centrum van Groet in. Centrum is een ontzaglijk groot woord voor het centrum van Groet. Je hebt er een drukke verkeersweg die dwars door het dorp loeit, er zijn wat onopvallende straten die daarop aansluiten en er is een aardig, wit, hervormd kerkje. In café Mereboer trad ’s avonds Dries Roelvink op, Groet is kennelijk een dorp van uitersten. Kiosken waren er niet, maar bij De Spar lag nog net één NRC, die ik haastig verschalkte. Zou die mevrouw daar ook…?

Daarna gingen we kijken waar Karel van het Reve had gewoond. Aan de Wagenmakersweg nummer 25, op een sombere hoek aan het einde van de weg tegenover een klimduin. Een laag rechthoekig zomerhuisje, bijna verduisterd door het oprukkende groen. Van het Reve woonde en werkte er graag, hij wandelde veel in de omgeving, als hij niet in slaap kon komen maakte hij, ook in stikdonkere, maanloze nachten, een vaste wandeling „op geleide van de knisperende schelpen”, schreef zijn vriend Bob van Amerongen in Hier schijnt de zon.

Een straat verderop, de Achterweg, staan nog de huizen waar Nescio (nr. 26) en Jan en Annie Romein (nr. 22) hebben gelogeerd c.q. gewoond. Nog steeds mooie plekken, maar ongetwijfeld rumoeriger dan toen.

Tot zover Groet. Dag!