Hoog gegil

Ik ben in de tuin aan het werk als ik opeens een hoog gegil hoor. Het geluid komt van voor het huis. Ik ren erheen en zie een kluitje scholieren op het fietspad staan. Mijn Groenendaeler herder holt er kwispelend omheen. Boven het groepje uit torent een dun Afrikaans meisje. Zij klemt haar armen beschermend

Ik ben in de tuin aan het werk als ik opeens een hoog gegil hoor. Het geluid komt van voor het huis. Ik ren erheen en zie een kluitje scholieren op het fietspad staan. Mijn Groenendaeler herder holt er kwispelend omheen. Boven het groepje uit torent een dun Afrikaans meisje. Zij klemt haar armen beschermend tegen haar borst en stopt niet met gillen. De andere meisjes schermen haar af met fietsen. Eén zegt: „Die hond doet echt niets hoor, niet bang zijn.” Als ik mijn herder bij zijn halsband pak zegt ze: „Mevrouw, u moet haar maar niet kwalijk nemen dat ze zo gilt hoor, die hond van u is ook zo vreselijk zwárt”.

Elisabeth Friederichs