Goed plan, beetje eng misschien

De Nederlandsche Bank (DNB) zet een stap in de goede richting met haar plan van aanpak, zeggen deskundigen.

Maar een visie op de rol van het toezicht ontbreekt.

Een stevig plan met hier en daar een vleugje angst. Dat is kort samengevat de reactie uit de wetenschappelijke wereld op het plan van aanpak dat De Nederlandsche Bank (DNB) deze week openbaar maakte.

In het plan, dat DNB op last van de Kamer schreef na de fouten die de toezichthouder had gemaakt in het toezicht op de DSB Bank, geeft DNB de aanzet tot een cultuurverandering binnen de bank. Het doel is om het toezicht „indringender, kritischer en vooral vasthoudender” te maken, zoals demissionair minister De Jager (Financiën, CDA) het verwoordde.

De Tilburgse hoogleraar internationaal bankieren Harald Benink is met name te spreken over het feit dat DNB in het plan impliciet erkent dat er de afgelopen jaren dingen fout gegaan zijn. „Dat is een belangrijke stap”, zegt hij.

Kernwoord is wat Benink betreft de interventiemacht die DNB nu binnen haar muren opricht. „Voor goed toezicht zijn twee dingen belangrijk. Allereerst heb je adequate regelgeving nodig. Die voldeed niet aan de eisen van deze tijd, maar daar komt verandering in dankzij de aanbevelingen van de commissie-De Wit en de voorstellen van het Basels Comité van banken. Binnen dat kader moet je op een goede manier omgaan met die regels. Minder juridisch, zoals in het verleden, maar praktischer. Ook als het juridisch niet helemaal dicht te breien valt, moet de toezichthouder bij problemen in de sector durven optreden.” Benink is benieuwd naar de praktijk. „Banken gaan het nieuwe toezicht natuurlijk uittesten de komende tijd. Dan komt het er voor DNB op aan: pak je door of niet?”

Ook hoogleraar economie Arnout Boot is tevreden. Hij hoopt dat de interventiedivisie een stevige rol naar buiten toe zal gaan spelen, „het liefst met een eigen gezicht”. Zo kan de directie van DNB boven de partijen blijven staan en kan de nieuwe divisie financiële instellingen „het mes op de keel zetten”. Boot betreurt het dat DNB er niet in is geslaagd een totaalplaatje te maken van de nieuwe toezichthouder. „Een stevige visie op de verhouding tussen het toezicht en de monetaire rol zou goed geweest zijn. Als je het negatief wilt formuleren is dit toch een beetje patchwork”, zegt hij. Boot neemt het DNB niet kwalijk: „De snelheid waarmee dit rapport geschreven moest worden, in dertig dagen, maakte een totaalbeeld op voorhand onmogelijk.”

Een opvallend punt in het plan van aanpak is de voorgenomen beperking van de aansprakelijkheid van DNB. DNB zegt met zoveel woorden dat ze wel openlijk kritisch wilde zijn de afgelopen jaren, maar dat dat niet kon vanwege het risico van rechtzaken. Hoogleraar aansprakelijkheidsrecht aan Kings College in Londen Cees van Dam: „Een beperking van de aansprakelijkheid is geen goed idee, omdat het in het huidige recht al goed geregeld is. Alleen als DNB ernstige fouten maakt kan ze aansprakelijk gesteld worden. Dat is voor de meeste burgers en bedrijven al een hele hoge drempel. Die hebben toch al het idee dat de rechter op de hand van DNB is.” Volgens Van Dam heeft de aansprakelijkheidsdiscussie niets te maken met meer openheid over problemen bij banken. „Als je daar als toezichthouder wat over zegt, is niet de aansprakelijkheid het probleem maar loop je het risico op een bankrun. Dat wil iedereen voorkomen.”

DNB houdt vol dat rechters de afgelopen jaren weliswaar vaak in het voordeel van DNB hebben geoordeeld (zoals bij het Vie d’Or-arrest), maar dat betekent niet dat de rechter dat altijd zal doen. Volgens Van Dam is die vrees ongegrond. „DNB en het kabinet lijken de wet te willen aanpassen naar Frans en Belgisch model. Daar staat in de wet dat de toezichthouder aansprakelijk gesteld kan worden bij ernstige fouten, hier is dat bij gewone fouten. De Nederlandse rechter past de wet nu al net zo toe als in Frankrijk en België. Een nieuwe regel zal juist nieuwe procedures uitlokken. Ook dan heeft de rechter het laatste woord.”