Gevolgen ramp deels man made

Slecht waterbeheer en een gebrek aan voorbereiding op natuurrampen hebben tot de watersnood geleid.

Ook de respons van de regering schiet tekort.

De machtige Indus heeft Pakistan bedrogen. Sinds mensenheugenis heeft ze het land bevloeid, zorgde ze ervoor dat de bevolking te eten kreeg. Soms stroomde ze zo traag dat ze uitgeput raakte voordat ze haar water kon lozen in de Arabische Zee. Soms, als de moessonregens kwamen, gedroeg ze zich zo onstuimig dat ze buiten haar bedding trad en haar loop verlegde. Maar nooit toonde ze zich zo verraderlijk als nu. Plotseling heeft de Indus het land in nationale rouw gedompeld.

Factoren als klimaatverandering en ontbossing spelen een rol. Ook andere landen worden ermee geconfronteerd. De wereld zal moeten nadenken over structurele aanpassingen. Maar intussen mag men niet de ogen sluiten voor gemaakte fouten, zegt Dr. Abid Qaiyum Suleri, directeur van het Sustainable Development Policy Institute in Islamabad. „Deze natuurramp is uitgelopen op een menselijke catastrofe door bestuurlijk falen”, stelt hij vast.

Cruciaal was volgens Suleri dat de regering en de betrokken instanties niet alert hebben gereageerd op de dreiging van het natuurgeweld. Al bijna twee maanden geleden, op 20 juni, waarschuwden meteorologen dat de regenval tijdens de moesson 40 procent hoger zou zijn dan gemiddeld in Pakistan. Extra voorzorgsmaatregelen bleven achterwege. Er werd rekening gehouden met gebruikelijke overstromingen, niet met excessieve. Zelfs president Zardari zei dat twee weken geleden op bezoek in Groot-Brittannië. Terwijl zijn regering beter had moeten weten.

Dat zoveel mensen werden getroffen, naar schatting ruim vijftien miljoen op een totaal van 170 miljoen inwoners, heeft een diepere oorzaak. De Indus heeft Pakistan in slaap gesust. In het noordwesten werden hotels en huizen weggevaagd omdat ze veel te dicht bij de rivier stonden, op te zwakke funderingen. Ze hadden daar nooit gebouwd mogen worden. Maar de verantwoordelijke autoriteiten hebben dat altijd oogluikend toegestaan, zegt Suleri.

Hetzelfde geldt voor de grote problemen in het zuiden van Punjab en Sindh. Miljoenen mensen hebben zich de afgelopen decennia gevestigd in drooggevallen beddingen van de Indus. Als er overstromingen waren ruimden ze tijdelijk het veld. Deze keer was er geen houden aan. „We hebben het over arme mensen, zonder alternatieven”, zegt Suleri. „De regering had hun andere vestigingsmogelijkheden moeten bieden. Hun leven had nooit op het spel gezet mogen worden.” En toen het water kwam, bleek het onderhoud aan de afwateringskanalen niet op peil.

Het is allemaal te vatten onder de noemer van onbehoorlijk bestuur. Daarom kan Suleri zich de aarzeling van de internationale gemeenschap voorstellen om ruimhartig te doneren. Het vertrouwen in de Pakistaanse regering is op zijn zachtst gezegd niet groot. Los daarvan is sprake van donormoeheid. Pakistan heeft al zo vaak om hulp moeten vragen: de aardbeving in Kashmir in 2005 met zeker 73.000 doden, het terrorisme, de vluchtelingen uit de Swat-vallei. En kijk wat er met de hulp in Kashmir is gebeurd. Nog steeds wachten vele slachtoffers van de aardbeving op een nieuw huis.

„Goed bestuur is de basis van alles. Als dat er niet is, blijft het geld wegvloeien”, zegt Suleri. En: „De regering heeft de kans gemist adequaat te reageren toen deze ramp zich aankondigde. Nu loopt men achter de feiten aan. De omvang van de ramp is zo groot. Elke keer als de media inzoomen op problemen met de hulpverlening in een bepaalde regio, proberen de autoriteiten daar in te springen. Maar ik zie geen samenhangende aanpak bij de hulpinspanningen.”

Geen misverstand: dat betekent niet dat de internationale gemeenschap nu afzijdig mag blijven. „Het falen van de Pakistaanse regering mag niet als excuus worden gebruikt”, zegt Suleri met nadruk. „De slachtoffers van deze watersnoodramp hebben eenvoudig recht op alle hulp die ze kunnen krijgen.” Als de hulp niet aan de overheid gegeven wordt moet het geld worden ingezameld en besteed onder toezicht van een onafhankelijke commissie – met participatie van maatschappelijke groeperingen en lokale hulporganisaties. Die kunnen ervoor zorgen dat de hulp bij de echte slachtoffers terechtkomt. Zij kunnen de garantie bieden voor goede besteding.

Dat Pakistan de hulp nodig heeft staat buiten kijf. De schatting over het aantal doden varieert van 1.300 en 1.600. Alle deskundigen noemen dat relatief laag. Maar alle deskundigen waarschuwen ook dat het aantal doden de komende tijd verder zal oplopen door hongersnood, gebrek aan drinkwater en ziektes. Het grootste probleem is dat veel slachtoffers niet kunnen worden bereikt doordat wegen en bruggen zijn verwoest .

Voor de watersnoodramp was bijna de helft van de bevolking al niet in staat zich behoorlijk te voeden, zegt Suleri. „De voedselonzekerheid voor veel mensen zal drastisch toenemen”, zegt hij. Alleen dat al zal leiden tot toenemende instabiliteit. Maar structurele oplossingen zullen lang op zich laten wachten.