Een camera, koffie, en een stoet tallships

Sail Amsterdam trekt deze dagen zo’n zeshonderd schepen. Vanochtend vertrokken de grootste zeilschepen van IJmuiden naar hun ligplaats in het hart van de hoofdstad.

De uittocht uit Amsterdam is om zeven uur ’s ochtends in volle gang. Kleine plezierbootjes en evenementenschepen met een paar dozijn gasten schieten over het IJ in westelijke richting de stad uit. Wie kan, stoomt het konvooi van bijzondere schepen dat voor Sail onderweg is naar Amsterdam alvast tegemoet.

Intussen klapt Jan Weij (62) op de kop van de Nieuwe Houthaven zijn campingstoeltje uit. Hij heeft zijn spiegelreflexcamera, zijn verrekijker, zijn marifoon, zijn kan koffie, zijn doosje sigaren en zijn vrouw Wil meegenomen om de hele dag naar het voorbijtrekkende spektakel te kijken. De regenjas blijkt overbodig op deze verrassend zonnige ochtend. „Ik had ook wel mee gemogen op een boot, maar ze varen allemaal even hard, dus dan zit je vast en zie je maar een paar schepen.”

Vanaf hier ziet hij alle zeshonderd schepen die de komende vijf dagen in Amsterdam te bewonderen zijn arriveren.

Ook Edwin de Goede (60) had met zijn eigen sloep het water op kunnen gaan, maar dat was hem uiteindelijk toch te link. „Ik heb die boot met veel pijn en moeite opgeknapt en die is me veel te kostbaar. Het is zo ontzettend druk op het water en de meeste mensen varen zo onvoorzichtig”, zegt hij. Daarom heeft hij ervoor gekozen vanaf de Silodam te kijken naar de colonne schoeners, brigantijnen, brikken, barken en alles wat daarop lijkt.

Het wachten is tot in de verte de toppen van de masten van de Stad Amsterdam in zicht komen. Het Nederlandse schip voert, met prins Willem-Alexander aan boord, de stoet vanuit IJmuiden aan. Daarachter volgen zo’n vijftig andere imposante, dwarsgetuigde tallships en replica’s, zoals de Zweedse Götheborg, de Russische Mir, de Italiaanse Amerigo Vespucci en de Shabab Oman uit het Arabische sultanaat. Als vliegen die een bezweet paard belagen, zwermen duizenden bootjes met publiek om de varende attracties heen. Agenten op waterscooters moeten voorkomen dat ze te dichtbij komen.

Die klassieke zeilschepen zijn natuurlijk „ook best mooi”, maar waar Weij echt voor gekomen is, zijn de sleepboten. Wel driehonderd verwacht hij er. Voor de kost is hij dakdekker in Aalsmeer, maar in zijn vrije tijd is hij fanatiek tugspotter. Het zeilschip waar hij nog het meest naar uitkijkt, is de Tres Hombres, een schoenerbrik die op Nederlands initiatief probeert de zeilende handelsvaart nieuw leven in te blazen. „Dat schip heeft geen motor en omdat het niet zeilend de stad in kan, moet het naar binnen gesleept worden”, weet Weij.

De naam Sail-in parade suggereert dat de schepen Amsterdam binnen zeilen, maar ze tuffen met vijf kilometer per uur op de motor over het Noordzeekanaal. De zeilen die gehesen worden, zijn alleen voor de sier. Dat maakt het spektakel er niet minder om, weten bezoekers die vijf jaar geleden ook al langs het IJ stonden. Vooral het Indonesische marineschip Dewaruci heeft een showreputatie; als het een haven binnenvaart, dansen de cadetten op de ra’s.

Tot de schepen binnenkomen, is het vermaak op de steeds drukker wordende Silodam beperkt tot de hilariteit die ontstaat als een bootje van de reddingsmaatschappij vastloopt in een poging anderen te waarschuwen voor het ondiepe water langs de kade.

Hoe druk het op en rond het water is, konden de Sail-organisatie en de politie aan het begin van de middag nog niet inschatten. Wel waarschuwde de ANWB voor lange files richting Velsen en Amsterdam en zette de NS extra treinen in naar Amsterdam. De binnenstad is tijdens het vijfdaagse evenement gedeeltelijk afgesloten voor autoverkeer en een brug over de IJhaven is zelfs ontmanteld om de grote schepen en naar verwachting anderhalf miljoen bezoekers te accommoderen. Sinds Sail in 1975 voor het eerst georganiseerd werd, is het uitgegroeid tot een evenement dat 11 miljoen euro kost, maar de hoofdstad 90 miljoen moet opleveren.

Het enorme maritieme evenement geeft Amsterdam één keer in de vijf jaar bijna de allure van een echte havenstad. In tegenstelling tot Rotterdam, „een haven met een stad”, is Amsterdam „een stad met een haven”, zei toenmalig wethouder Han Lammers bij de opening van de allereerste editie van Sail in 1975. Meestal is die haven ver weggestopt van de toeristische trekpleisters in de stad, maar tot de zeshonderd schepen maandag weer vertrekken, is deze juist de grootste attractie.