Doedelzakheld van D-day

Op D-day speelde Bill Millin doedelzak om de Britse troepen moed in te blazen. „Nee, Sir, ik ren niet. Ik speel gewoon door.”

Bill Millin, doedelzakspeler van de Eerste Special Service Brigade die op D-day (6 juni 1944) al spelend het ijskoude water voor de kust van Normandië instapte en bleef spelen terwijl zijn kameraden om hem heen vielen, is dinsdag op 88-jarige leeftijd overleden.

In de week die in Groot-Brittannië in het teken staat van de herdenking van de Battle of Britain, krijgt de dood van ‘Piper Bill’ alle aandacht. Zijn naam en zijn rol bij de geallieerde landingen werd wereldwijd bekend door de film The Longest Day (1962): de doedelzakspeler in zijn kilt die onverstoorbaar over het strand heen en weer marcheerde onder het spelen van vertrouwde Schotse deunen als Hieland Laddie en The Road to the Isles. Pas op de vierde dag na de landing werd niet hij maar zijn doedelzak getroffen door granaatscherven. Het instrument is nu te zien in het National War Museum in Schotland.

De trommel en de doedelzak zijn traditioneel de elkaar beconcurrerende instrumenten van schapen houdende Schotse Hooglanders en hun clans geweest. Trommelslag was een communicatiemiddel tussen aanvoerders en manschappen, maar de Schotse doedelzak was het instrument dat de harstocht voor het gevecht deed oplaaien. Bill Millins heldendaad paste in een eeuwenlange traditie van doedelzakspelers die, sommigen al dodelijk gewond, met de laatste adem de troepen opnieuw moed inbliezen.

Millin speelde op verzoek van de bevelhebber Lord Lovat in Normandië het lied Very pleased to see you, old boy. Sorry we are two-and-a-half minutes late voor de verdedigers van de Pegasus Bridge, die hij kwam aflossen. Millin zou later zeggen dat hij door angst bevroren was. Toen een andere officier hem zei dat hij moest rennen, hoorde hij zichzelf rustig zeggen: „Nee, Sir, ik ren niet. Ik speel gewoon door.”

De Schot was een bescheiden man, die zelden uitweidde over zijn avonturen. De laatste twintig jaar ging hij wel regelmatig terug naar Frankrijk om zijn gevallen kameraden te herdenken. Franse bewonderaars proberen 80.000 pond (97.000 euro) in te zamelen om op Sword Beach een standbeeld voor hem op te richten.