David Cameron wil gewoon 'Dave' zijn

De Britse premier, die op het elitaire Eton studeerde, zegt dat hij middle class is.

David Cameron heeft alle werkelijkheid uit het oog verloren, zeggen critici.

„Cameron probeert Eton achter zich te laten en binnen te dringen in de middle class.” Met deze kop in de Britse krant The Times, eind vorige week, is het onderwerp sociale klasse – en dan vooral de klasse waartoe de Britse premier behoort – terug in het publieke debat.

Het was Camerons eigen schuld. Op een vraag wat zijn regering gaat doen met de Sure Start-kindercentra, door Labour opgezet om de onderste laag van de samenleving uit zijn onmacht te halen, antwoordde de conservatieve premier dat hij wil voorkomen dat die opvangcentra worden gekoloniseerd door „de middle classes met scherpe ellebogen, zoals mijn vrouw en ik, die daar binnenlopen en alle voorzieningen inpalmen.”

Dat was aanleiding voor commentatoren om Cameron te verwijten dat hij óf alleen maar zegt middle class te zijn, uit politieke overwegingen, óf geen zicht heeft op de werkelijkheid. Hij is verwant aan de koningin, zijn vrouw heeft adellijk bloed, hij ging op school in Eton en was lid van de jacquet dragende Bullingdon Club in Oxford. Ook is hij vermogend. Als dát geen upper class was.

In de 19de eeuw stonden de upper classes, in hun eigen opvatting, voor het beste waarvoor een mens kon staan: afkomst, intelligentie en beschaving. Geboren daarom om te heersen over anderen. En dankzij een geërfd vermogen minder geneigd tot corruptie. Dat beeld is gedateerd, maar niet geheel verdwenen. Klassebesef wordt minder („wij zijn nu allemaal middle class geworden”, zei Tony Blair) maar bestaat zeker nog. Een van Blairs ministers, Michael Meacher, liep ooit naar de rechter om een krant aan te klagen die had durven suggereren dat Meacher niet écht arbeidersklasse was, omdat zijn vader een witte boordenbaan had gehad.

Zoals Meacher electoraal zijn working class-afkomst belangrijk vond, zo vindt Cameron het belangrijk te laten zien dat hij niets te maken heeft met de aristocratische, conservatieve premiers die voor Margaret Thatcher aan het hoofd van zijn partij stonden. Noch aristocraat, noch „die kruideniersdochter”, maar meer ‘Dave’ dan David en net zo gewoon als de gegoede middenklasser uit Notting Hill.

Geen premier ontkomt aan het klassedebat. Camerons meest recente conservatieve voorganger, John Major (1990-1997), wiens vader tuinkabouters verkocht, leed onder het feit dat hij niet op een goede school had gezeten en niet het goede accent had. Thatcher nam om dezelfde reden spraaklessen en werd vervolgens belachelijk gemaakt om haar aangeleerde dictie. De manier waarop iemand spreekt is dé indicatie voor klasse. Tony Blair ging platter praten als hij geïnterviewd werd voor ‘gewoon’ publiek. Gordon Brown („ik kom uit een gewone middle class familie”) had al een Schots accent en viel daarom buiten elke definiëring.

Nog een onderscheid: premier Blair, een jurist van opleiding, hoorde daarmee tot ‘the professions’ (de geleerden), John Major was ‘trade’ (ondernemer). Mijn buurman (die een kleine drukkerij heeft) hoorde ik eens zonder enige rancune uitleggen waarom hij niet voor een borrel met chiquere buren was uitgenodigd: „Nee, wij zijn trade”.

De sociale mobiliteit – alle pogingen van New Labour ten spijt – is hier nog steeds het laagste van alle Europese landen. De kloof tussen arm en rijk blijft groeien. Klassebesef en snobisme gaan hand in hand. Je gedragen ‘above your station’ (je elitairder voordoen dan je bent) is een doodzonde, die meteen wordt afgestraft. Majors vicepremier Michael Heseltine, die zichzelf een echte grandee achtte, werd afgedroogd door de zich nog chiquer achtende collega-parlementariër Alan Clarke als „een man die zijn eigen meubels heeft moeten kopen”. Het etiket is altijd aan Heseltine – puissant rijk, landhuis in Oxfordshire – blijven kleven.

De acteur/scenarioschrijver Julian Fellowes, zelf redelijk ‘posh’ want getrouwd met een nicht van Lord Kitchener of Khartoum, schreef de roman ‘Snobs’. Die gaat over mensen die zich sociaal omhoog trachten te klauwen en dan door de mand vallen. „Terwijl ze waarschijnlijk uit Bournemouth komen!”, lichtte zijn vrouw in een interview toe.

En dan is er Kate Middleton, de vriendin van prins William. Met haar kan het volgens de snobs nooit iets worden, want haar moeder – een voormalige stewardess – zegt ‘what?’ in plaats van ‘I beg your pardon’ en ‘toilet’ in plaats van ‘lavatory’.