Concurrentie op de kabel: de vraag is wat meetelt

De rechter zette gisteren een streep door de concurrentie op de analoge kabel. Het zal niet de laatste stap zijn in een slepend proces.

Nog zeven weken en de tv in de slaapkamer in Gouda gaat op zwart. Evenals het toestel op de zolder in Aalsmeer en de tienerkamer in Schiedam. Op 10 oktober 2010 (10-10-10) staakt kabelmaatschappij CAIW de doorgifte van analoge televisie. Wie tv wil blijven kijken op een tweede toestel in bijvoorbeeld de slaapkamer of op zolder moet digitale tv nemen, met smartcard en decoder.

Het besluit van de Zuid-Hollandse kabelmaatschappij is een stap die alle kabelmaatschappijen in Nederland graag willen zetten. Analoge tv kost veel capaciteit en voor één analoge zender kunnen zij meerdere digitale kanalen doorgeven. Maar in plaats van een einde aan analoge doorgifte moesten CAIW, UPC, Ziggo en Delta (Zeeland) juist nieuwe partijen toelaten op hun netwerk. Telecomtoezichthouder Opta bepaalde in maart 2009 dat er meer concurrentie moest komen op de analoge kabel. De kabelbedrijven hadden een regionaal monopolie en moesten nieuwkomers toelaten op hun infrastructuur. Ook moesten zij programma-aanbieders verplicht tegen een redelijke vergoeding opnemen in hun pakketten.

Tot gisteren. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb), het hoogste beroepsorgaan in deze kwesties, zette een streep door de concurrentie op de analoge kabel. Kabelmaatschappijen hoeven hun netwerken niet open te stellen. Opta heeft volgens het CBb een verkeerde analyse van de consumentenmarkt gemaakt. En dat is de basis voor het besluit om de kabel open te gooien. De kabelaars hebben in hun eigen verspreidingsgebied weliswaar een groot marktaandeel, maar consumenten kunnen ook kiezen uit landelijke aanbieders als Canal Digital (satelliet-tv) en KPN (digitale ether: Digitenne). UPC heeft een marktaandeel van 70 tot 80 procent in zijn regio, maar een landelijk aandeel van 20 tot 30 procent. Ziggo zit regionaal op 80 tot 90 procent en landelijk op 40 tot 50 procent. „De concurrentie doet zijn werk op de tv-markt”, reageert een woordvoerder van Ziggo op het besluit. Ook UPC toonde zich tevreden over de uitspraak.

Zo blijft de keuze van de consument die analoog tv wil kijken beperkt tot één aanbieder per regio. De Consumentenbond vindt dat een slechte zaak. Zij roept de minister van Economische Zaken en de Tweede Kamer op een einde te maken aan dit monopolie, opdat consumenten kunnen kiezen. Concurrentie kan leiden tot lagere prijzen en een interessant en veelzijdig aanbod, aldus de bond. Er zijn alternatieven zoals Digitenne en satelliet-tv, maar dat heeft volgens de bond consequenties voor kwaliteit, prijs en zenderaanbod. Het CBb noemt het een kwestie van tijd voordat dat verbetert.

De Consumentenbond gaat uitzoeken wat de consequenties zijn voor consumenten die inmiddels klant zijn geworden van Tele2. Het Zweedse telecombedrijf werft sinds juli klanten voor zijn abonnement op, onder meer, analoge tv. Tele2 heeft daartoe contracten afgesloten met UPC en Ziggo. Volgens een woordvoerder zijn inmiddels enkele duizenden kijkers overgestapt. Het bedrijf legt zich niet neer bij de uitspraak van het CBb en is vandaag een petitie gestart voor meer keuzevrijheid op de kabel. Tele2 verwacht dat er spoedig een nieuwe uitspraak van Opta volgt die de verplichtingen opgelegd aan UPC en Ziggo herstelt. „Het spel is nog niet gespeeld”, zegt een woordvoerder.

Ook CAIW, dat zich tevreden toonde met de uitspraak van het beroepscollege, verwacht dat Opta snel een nieuwe uitspraak zal doen over de concurrentie op de kabel. „De vreugde zal van korte duur zijn”, zegt een woordvoerder.

Opta noemt de beslissing van het beroepscollege „teleurstellend voor de consument”. Die had immers eindelijk keuze uit meerdere aanbieders van (analoge) televisie in zijn regio. Op termijn moesten kabelmaatschappijen ook concurrenten toelaten tot hun digitale netwerk. „Wat ons betreft blijft er meer concurrentie nodig op de kabelmarkt.” Juristen van de telecomtoezichthouder overleggen nu met het CBb of er ruimte is voor zo’n ‘hersteluitspraak’.

Nico van Eijk, hoogleraar Media- en Telecommunicatierecht aan de Universiteit van Amsterdam, denkt niet dat Opta snel met een uitspraak zal komen die de concurrentie op de analoge kabel herstelt. „Dat duurt minstens anderhalf jaar. De Europese Commissie heeft bovendien gezegd dat regulering van de analoge kabel slechts korte tijd mag duren.” Van Eijk vindt dat Opta vooruit moet kijken. „Achter de stappen van Opta zit de gedachte dat analoge ontvangst nog heel belangrijk is. Maar meer dan 50 procent van de mensen kijkt nu digitaal tv. Dat zet nu definitief door. Aanbieders komen ook met goedkope aanbiedingen voor een tweede en derde decoder.” Wie de gehele tv-markt beschouwt, zowel analoog als digitaal, ziet volgens Van Eijk geen partij die zo’n grote marktmacht heeft dat zij eigenhandig die markt naar haar hand kan zetten. „De digitalisering zorgt er juist voor dat het aanbod steeds meer op elkaar lijkt. Zo heb je bij alle aanbieders een decoder nodig.”

Volgens een woordvoerder van CAIW kijkt 90 procent van de kijkers in zijn verspreidingsgebied op het hoofdtoestel digitaal. Meer dan de helft van de klanten kijkt ook digitaal op een tweede toestel. „Klanten vragen er ook zelf om. Zij hebben grote platte schermen gekocht en willen graag HD kijken.”