Begrip is goed maar ook bij man als dader

De verdachte van de moord op vier baby’s in Nij Beets kan op veel begrip rekenen. Voor een mannelijke verdachte geldt dat niet, stelt Ger Groot.

De vondst van vier babylijkjes in het Friese Nij Beets en de aanhouding van de moeder hebben de publieke opinie diep geraakt. Niet alle reacties en nieuwsgaring rond dit schokkende feit waren even gezond. Terecht riep het hoofdredactioneel commentaar (10 augustus) dan ook op tot terughoudendheid. Het wees op de traumatische omstandigheden die soms tot dergelijke daden aanleiding geven. In het algemeen, aldus het commentaar, „hebben deze moeders, los van het rechterlijk oordeel, vooral hulp nodig en veel compassie”.

Dit was een reactie die instemming verdient. Ze werd ook elders gehoord. Enkele dagen later deed de krant verslag van de morele steun die de verdachte vrouw in haar dorp nog steeds geniet. Een interviewer van Radio 1 sloot zijn gesprek met haar advocaat af met de bezorgde vraag: „Hoe gaat het nu met haar?” Bijna leek het alsof de vrouw in kwestie zélf het slachtoffer van een misdrijf was geworden, in plaats van verdachte van een viervoudige moord.

Die omkering staat niet op zich. Wie de berichtgeving van de afgelopen jaren overziet, vindt dit patroon steeds weer terug als de samenleving wordt opgeschrikt door moeders die hun kinderen om het leven brengen. Medea, de mythologische moeder die haar kinderen doodde om wraak te nemen op haar man, is al lang niet meer het afschrikwekkende voorbeeld dat zij in de Griekse tragedies was. Zij is een identificatiefiguur geworden die vraagt om begrip en inlevingsvermogen, misschien wel juist omdat haar daad zo gruwelijk en onbegrijpelijk is.

De gedaanteverandering van Medea wortelt diep in de Europese cultuur. Werd kindermoord door een moeder van oudsher al als iets ‘onnatuurlijks’ gezien, werkelijk verbijsterend werd een dergelijke misdaad pas toen de vrouw de belichaming werd van alle deugd en goedheid. Dat hebben we aan de late Middeleeuwen te danken, toen vrouwen door de gezamenlijke inspanning van troubadours (hoofse liefde) en franciscanen (Mariacultus) op een voetstuk werden gezet. Voortaan golden zij als hoger en beter dan de man. De vrouw was van nature geneigd tot het goede, de man tot het kwaad.

Wij leven al lang niet meer in de Middeleeuwen, maar de erfenis daarvan werkt nog altijd door. De reacties op gevallen van kindermoord getuigen ervan. Is de dader de moeder, dan putten media en publieke opinie zich uit in pogingen tot verklaring van het onbegrijpelijke en inleving in het leed dat aan die daad ten grondslag moet hebben gelegen. Is de vader de schuldige, dan wortelt de daad al snel in het kwaad dat hij als man belichaamt en dat geen verdere verklaring behoeft. Niet begrip is de aangewezen reactie, maar een onverbiddelijke veroordeling en een straf die niet hoog genoeg kan zijn.

Tegenover het humanisme waarvan het hoofdredactioneel commentaar getuigde, staat dus een hardvochtigheid die eerder toe- dan afneemt, vooral wanneer het om daders gaat uit allochtone kring. Eerwraak – vaak ook een vorm van kindermoord – hoeft bij het publiek en in de media niet op compassie te rekenen. Toch is het moeilijk voorstelbaar dat degenen die een dergelijke daad begaan, daarvoor níet door een hel zijn gegaan voordat het zover kwam, en dat zij daarna niet door groot verdriet worden verteerd.

Voor de goede orde: ook bij eerwraak of kindermoord door de vader gaat het om gruwelijke en onbegrijpelijke misdaden die evenzeer vragen om een rechterlijk oordeel als de babymoord van Nij Beets. Maar het humanisme waartoe dit commentaar tegelijk opriep, zou niet beperkt mogen blijven tot een bepaalde bevolkingsgroep, op grond van een seksetypologie die niets verlichts, moderns of geëmancipeerds meer heeft.

Ook wanneer een man, al dan niet allochtoon, tot gruweldaden komt, gaat daarachter vaak een tragedie schuil die compassie en een poging tot begrip verdient. Niet om de daad te verontschuldigen, maar om het onbegrijpelijke te onderkennen dat schuilt in ieder van ons. De rechter is er tenslotte voor om de daad op passende wijze te bestraffen, zonder aanzien des persoons.

Ger Groot is filosoof.