Amsterdamse marinier zag in Engeland zijn droom uitkomen

Na vierenhalf jaar bij de mariniers greep Michel Kuipers de kans alsnog profvoetballer te worden met beide handen aan. „Ik heb geleerd door te zetten, en me aan te passen.”

Hij speelde in stadions als Villa Park, White Hart Lane en het Stadium of Light. Inmiddels heeft hij al meer dan 300 wedstrijden gekeept in het Engelse betaalde voetbal. Lange tijd zag het er niet naar uit dat de nu 36-jarige Michel Kuipers voetballer zou worden. Langs omwegen, die hem als mens vormden, werd hij op zijn 24ste toch profvoetballer. Nu weet hij als weinig anderen dat situaties die aanvankelijk uitzichtloos lijken tot iets moois kunnen leiden. Dat je uit elke ervaring waardevolle dingen meeneemt.

Voetballer worden was altijd zijn droom. De in Amsterdam-West geboren Kuipers begon als doelman bij Blauw-Wit. Hij had talent, maar een profcarrière leek niet voor hem weggelegd. Die was verder weg dan ooit toen hij op zijn achttiende in dienst moest. Na het bezoeken van een voorlichtingsdag koos hij ervoor zijn dienstplicht in te ruilen voor een vaste baan bij het korps mariniers. „Als ik die tijd dan toch in dienst moest, dan wilde ik het ook goed doen. Ik wil altijd alles honderd procent doen en bij de marine staat maximale effectiviteit voorop. Als ik voor het leger had gekozen, dan had ik waarschijnlijk als chauffeur gewerkt, of in het magazijn gestaan.” Kuipers moest zich wel voor vier jaar vastleggen, waardoor hij een loopbaan als profvoetballer uit zijn hoofd kon zetten.

Hij kreeg er een opleiding voor terug, waarin hij waardevolle lessen opdeed die hem ook later van pas zouden komen. Kuipers deed mee aan oefeningen over de hele wereld, waar hij in elk denkbare omgeving werd getraind. Van de noordpoolcirkel in Noorwegen en de hooglanden in Schotland tot in Zuid-Afrika, waar hij jungle- en woestijntrainingen deed. „Daar werden we in het Kruger Park gedropt, tussen de leeuwen, krokodillen en apen. We kregen geen eten mee en sliepen in de open lucht. Je leert dan om de natuur te lezen. Je gaat verschillende dieren bestuderen die twee keer per dag water moeten drinken. Je probeert te kijken wat voor traject ze afleggen, zodat je ze een volgende keer kan vangen. Zo leer je met de omgeving omgaan. Als marinier moet je overal ter wereld actief kunnen zijn. Mariniers staan vaak in de eerste linie van de aanval en zijn vaak als eerste ter plekke, nog voor andere soldaten.”

Kuipers leerde wat verantwoordelijkheid is, bijvoorbeeld als hij in steden anti-terreuroefeningen moest doen met afdalingen van hoge gebouwen. „Dan daalden we af, waarbij we het touw aan beide kanten van het gebouw gooiden. We moesten van elkaar weten hoe snel we afdaalden, want we gebruikten ons lichaamsgewicht om het touw in het midden te houden. Dat was wel vanaf negentig meter, dus je legt je leven in andermans handen. Je leert elkaar blindelings te vertrouwen. De band die je als mariniers opbouwt vind je nergens anders terug in de maatschappij. De sfeer was altijd goed. Elke dag was geweldig.”

Na vier jaar tekende Kuipers een vast contract; hij zag een leven als marinier wel zitten. Toch liet het voetbal hem niet los. „Als ik even tijd had, trapte ik tegen een bal. Dan probeerde ik mariniers bij elkaar te halen om een partijtje te spelen.” Toen Kuipers op de kazerne in Doorn terechtkwam, kon hij af en toe weer in Nederland voetballen. Ook in competitieverband, bij de Amsterdamse vierdeklasser SDW. „Toen ik kwam stonden we vierde of vijfde van onderen, maar aan het einde van het seizoen waren we kampioen. Voor SDW voor het eerst in 27 jaar.”

Halverwege het daaropvolgende seizoen bij de amateurclub kreeg zijn leven een onverwachte wending. Zijn teamleider hoorde van een bevriend bestuurslid van Bristol Rovers dat de tweededivisieclub uit Engeland nog een keeper nodig had. Hij beval Kuipers aan, die tot zijn eigen verbazing voor een week op stage mocht komen. „Dat is het laatste wat je verwacht, dat een professionele Engelse voetbalclub je uitnodigt. Maar ik moest me natuurlijk nog wel bewijzen.” Al op de eerste dag liet de Nederlander een onuitwisbare indruk achter. „Tijdens de eerste training was er een oefenvorm waarbij trainer Ian Holloway in een 1 tegen 1-situatie tegenover mij kwam te staan. Ik ging er vol in, en ging echt recht door hem heen. Ik pakte de bal van hem af en hij duikelde door de lucht. Alle spelers stonden vol verbazing toe te kijken. Dat dwong zoveel respect af van de manager, dat hij me direct een contract aanbood.”

Het avontuur werd niet wat Kuipers ervan verwachtte. Na zijn debuut kwam hij op de bank terecht. „Ik leerde direct hoe de voetbalwereld in elkaar kan zitten; een goede les om met teleurstelling om te gaan.” Ploeggenoot Bobby Zamora, nu spits bij Fulham, hielp hem. „Zamora was ook een speler die nooit een kans kreeg. Hij ging op huurbasis naar Brighton & Hove Albion en deed daar een goed woordje voor mij.” Zamora maakte vorige week zijn debuut in de nationale Engelse ploeg.

In de zomer van 2000 tekende beiden een vast contract bij de derdedivisieclub aan de Engelse zuidkust. Samen beleefden ze mooie tijden. „Toen wij hier speelden scoorde hij de doelpunten en hield ik de ballen eruit, zo simpel was het.” Met die tactiek werd de club tweemaal achter elkaar kampioen.

Toen vriend en teamgenoot Zamora naar de Premier League vertrok, bleef Kuipers bij Brighton, waar hij in de eerste en de tweede divisie speelde. Mede door een schouderblessure en een ernstig auto-ongeluk kwam hij niet hogerop. Na tien jaar bij Brighton te hebben gespeeld werd zijn aflopende contract deze zomer niet verlengd. Dit seizoen speelt hij voor Crawley Town FC, dat uitkomt in de Conference National (vijfde niveau in Engeland, red.). Hij kon ook naar grotere clubs, maar koos voor het naburige Crawley omdat hij daardoor kan blijven werken voor Brighton, in een ambassadeursrol. Uiteindelijk is hij erg blij met de invulling van zijn nieuwe contract, al was hij misschien liever bij Brighton gebleven. Hij zal niet meer zo snel wakker liggen van beslissingen die in zijn nadeel dreigen uit te pakken. „Ik heb er geleerd door te zetten, en me aan te passen in verschillende omstandigheden. Ook het zelfvertrouwen dat het me heeft gegeven is erg waardevol geweest. In de voetballerij gebruik ik heel veel dingen die ik bij de mariniers heb geleerd.” Bijvoorbeeld de bereidheid om van collega’s te leren. „Je moet altijd de positieve dingen uit andere mensen halen en die gebruiken om zelf beter te worden. Ik heb in de loop der jaren met zoveel verschillende keepers samengewerkt. Ik probeer altijd de positieve punten van andere keepers in me op te nemen, zoals technische aspecten of trainingsmethodes, en dat in mijn eigen spel te betrekken.”

Kuipers vraagt zich wel eens af hoe zijn voetbalcarrière zou zijn verlopen als hij op zijn achttiende was begonnen. „Maar misschien had ik er dan niet eens zoveel gespeeld, omdat ik dan niet de levenservaring bij de mariniers had opgedaan die later van grote waarde is gebleken.”