Zakenman met sporthart Jordania is geen Abramovitsj

Merab Jordania, de nieuwe eigenaar van Vitesse, verdiende veel geld in de postcommunistische jaren negentig. De grens tussen legaal en illegaal was vaag.

De Rozenrevolutie was in Georgië nog maar net gewonnen door de wilde Michail Saakasjvili of de voorzitter van de Georgische voetbalbond werd gearresteerd. Op 12 december 2003 hield de douane Merab Jordania op het vliegveld van Tbilisi aan, omdat hij de grens probeerde te passeren zonder zijn pas te laten zien. De douaniers droegen hem over aan de politie, die hem zeven uur lang verhoorde in verband met belastingontduiking. Hij bleef in voorarrest.

Het was het begin van de grote schoonmaak, waarmee de nieuwe president van Georgië de corruptie onder het regime van zijn voorganger Edoeard Sjevardnadze wilde uitbannen. Jordania, zegt een Georgische journalist, was zo’n beetje de eerste die werd opgepakt. In januari kwam hij vrij, nadat voetbalvrienden de achterstallige 350.000 dollar aan de staat hadden overgemaakt.

Merab Jordania (1960) voetbalde bij Dinamo Tbilisi, maar zijn talenten lagen op een ander vlak. Toen succes op het veld uitbleef, klom hij op in de organisatie. Hij werd eigenaar van Dinamo en later voorzitter van de Georgische voetbalbond. Het waren gouden jaren voor jonge ondernemende klanten: in 1991 viel de Sovjet-Unie uiteen en werd het kleine Georgië (4,5 miljoen inwoners) een onafhankelijke staat. De markt deed zijn intrede in het voormalige vakantieparadijs van de sovjet-burgers. In die eerste postcommunistische jaren maakten in het hele sovjet-imperium talloze mensen voor het eerst fortuin.

De grens tussen legaal en illegaal was vaag. Belastingwetgeving bestond niet of nauwelijks. Zo ontstond een nieuwe klasse tycoons. De bekendsten waren Russen als Roman Abramovitsj (inmiddels eigenaar van Chelsea en vriend van Jordania), Boris Berezovski en Michail Chodorkovski, die miljardair werden dankzij de dubieuze privatisering van grote staatsbedrijven. Ook sport, vroeger een staatszaak, bleek een lucratief bedrijf.

Jordania ontdekte dat met de verkoop van voetballers goed geld te verdienen was. „Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie”, zegt Zaza Gatsjetsjiladze, hoofdredacteur van de Engelstalige The Messenger in Tbilisi, „werd het verkopen van voetballers big business”. Zo verkocht Merab Jordania de broertjes Shota en Archil Arveladze aan Nederlandse clubs. Daarbij zou frauduleus gehandeld zijn.

Vervolg Jordania: pagina 9

Jordania is geen Abramovitsj

Ook de Nederlandse FIOD heeft daar onderzoek naar gedaan. Jordania’s eerste arrestatie was een waarschuwing.

Op 18 maart 2005 werd Jordania weer korte tijd opgepakt in verband met de hoge prijzen voor voetbalkaartjes: 11 dollar per ticket is bijna evenveel als het minimumpensioen in Georgië. Saakasjvili drong zelf aan op verlaging van de prijzen. Georgië is geen Zwitserland, zei de president. „Aan het voetbal warmen zich lokale maffiose kringen”, waarschuwde Saakasjvili.

Een maand later, op 7 april, was het weer raak. Jordania werd vlakbij zijn woning in het centrum van Tbilisi opgepakt wegens „ontvreemding van financiële middelen van Dinamo Tbilisi” (art. 182 Wetboek van Strafrecht). Vast was komen te staan, aldus rechercheur David Kezerasjvili in de Georgische pers, „dat in 1998 van één van de Zwitserse bankrekeningen van de club Dinamo Tbilisi 1.3 miljoen D-Mark was overgemaakt naar de privérekening van Merab Jordania, die toen voorzitter van Dinamo was.” Er was ook nog eens 1 miljoen dollar van de club verdwenen. En bij de verkoop van voetballers waren, aldus het Openbaar Ministerie, onregelmatigheden geconstateerd. „Zijn arrestatie was destijds een groot schandaal in Tbilisi”, zegt Gatsjetsjiladze. „Jordania was een prominent figuur in Georgië. Georgiërs zijn gek op voetbal.”

Deze keer zag het er slechter uit voor Jordania: hij zat een jaar in de gevangenis. Maar uiteindelijk trof hij een schikking met Justitie. „Georgië heeft na de Rozenrevolutie grote delen van het Amerikaanse rechtssysteem overgenomen, waaronder het principe van plea bargaining”, zegt een hoge Nederlandse diplomaat in Tbilisi. „In ruil voor een schuldbekentenis kun je een rechtszaak voorkomen en strafvermindering krijgen.” Jordania verdween uit Tbilisi en uit het Georgische openbare leven. Hij zou op dit moment in Zwitserland wonen, maar zijn bedrijf Mj-Georgia staat gewoon geregistreerd in Tbilisi, waar hij nog regelmatig zijn familie bezoekt.

Zelf doet Jordania zijn juridische perikelen af als een politieke afrekening. Inderdaad is de beschuldiging van belastingontduiking in de anarchie na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie vaak gebruikt als middel om tegenstanders uit de weg te ruimen. Poetin maakte zo korte metten met zijn rivalen Chodorkovski en Berezovski (de een zit al jaren vast, de ander werd verbannen naar Londen). Abramovitsj, Jordania’s voetbalvriend, wist evenwel met veel kunst- en vliegwerk (zoals het afstaan van zijn oliebedrijf Sibneft) in de gunst van het Kremlin te blijven.

Er is een groot verschil tussen Abramovitsj en Jordania. Miljardair Abramovitsj werd rijk van olie, auto’s en aluminium en doet voetbal er als liefhebberij naast. Miljonair Jordania is een voetbalmakelaar die zijn geld verdient met transfers en televisierechten. „Financieel is Jordania echt niet met Abramovitsj te vergelijken”, zegt Gatsjetsjiladze. „Het zou mij niets verbazen als Abramovitsj Jordania een handje geholpen heeft met de aankoop van Vitesse.” Jordania zou ook financieel gesteund zijn door de vader van zijn ex-vrouw, fotomodel Maka Asatiani. Haar broer Kachi Asatiani was een populaire sterspeler van Dinamo, die in 2000 in zaken ging. Hij werd in 2002 in zijn auto doodgeschoten.

Hoewel Georgië nog lang geen rechtsstaat is (ook Saakasjvili heeft politieke tegenstanders achter de tralies gezet), pakte de Georgische president, min of meer onder Amerikaanse curatele, aan het begin van zijn bewind de criminaliteit hard aan. De belasting ontduiken is in Georgië inmiddels aanzienlijk moeilijker geworden. Veel op onduidelijke manier rijk geworden Georgiërs namen de wijk naar het buitenland. „Ook maffiose figuren zijn gedwongen te emigreren”, zegt Gatsjetsjiladze. „De georganiseerde misdaad opereert nu voornamelijk buiten het land. Er is sinds de Rozenrevolutie aanzienlijk minder criminaliteit in het land.”