Somaliërs mogen niet vervolgd om piraterij

Een federale rechter in Virginia heeft gisteren bepaald dat zes Somaliërs niet vervolgd mogen worden voor piraterij. Het eerste Amerikaanse proces tegen piraterijverdachten uit Somalië kan nu niet meer uitmonden in de ‘zwaarste’ veroordeling. De verdachten worden nog wel vervolgd voor zeven andere misdaden, waaronder samenzwering en agressie tegen opvarenden.

De Somaliërs hebben volgens de openbaar aanklager in april een Amerikaans fregat beschoten. Maar volgens de rechter hebben zij daarmee nog niet de Amerikaanse wet overtreden.

De aanklager gebruikte een wet uit 1819 waarin het Congres piraterij bestraft, maar niet nader specificeert. Piraterij is eenvoudigweg verboden, stelde het Congres. De verdediging stelde daar een vonnis van het Amerikaanse Hooggerechtshof uit 1820 tegenover dat piraterij omschrijft als „roof op volle zee”. En daar hebben de Somalische verdachten zich niet schuldig aan gemaakt: op 10 april zouden zij vanuit hun boot wel een schot hebben gelost op de USS Ashland, maar die schoot daarop hun bootje kapot. Eén Somaliër kwam om, de zes anderen werden gearresteerd.

Het in 1982 opgestelde Internationale Zeerechtverdrag van de Verenigde Naties definieert piraterij ruimer, onder meer als „illegale geweldsdaden voor private doeleinden” op volle zee. De Verenigde Staten hebben dat verdrag nooit geratificeerd.