Recht op werk voor Palestijnen Libanon

Het Libanese parlement heeft de honderdduizenden Palestijnse vluchtelingen in het land gisteren voor het eerst het recht gegeven om in de particuliere sector te werken. De Palestijnen zijn nu hoofdzakelijk aangewezen op illegaal werk in de bouw en uitkeringen van de VN-hulporganisatie UNRWA. Maar onder andere de publieke sector, de gezondheidszorg en het recht blijven gesloten voor Palestijnen en andere buitenlanders.

Palestijnen krijgen bovendien nog steeds niet het recht woningen of land te kopen. Met name christelijke partijen zijn ervan overtuigd dat dit voor de Palestijnen de weg opent naar permanente vestiging. De ongeveer 400.000 Palestijnen zijn hoofdzakelijk sunnitische moslims. De door emigratie krimpende christelijke gemeenschap vreest dat de verhoudingen tussen de etnische en religieuze gemeenschappen dan in hun nadeel worden verstoord.

Ongeveer 4,7 miljoen Palestijnse vluchtelingen, verdreven of gevlucht na de Israëlisch-Arabische oorlogen van 1948 en 1967 en hun nakomelingen, leven verspreid over het Midden-Oosten. In veel landen genieten ze meer rechten dan in Libanon. De meeste Palestijnen leven hier in armzalige omstandigheden in kampen.

De kampen, waartoe het Libanese leger krachtens een oude afspraak geen toegang heeft, herbergen eveneens bewapende Palestijnse en moslimextremistische groepen. Internationale organisaties waarschuwen dat ze vruchtbare bodem vormen voor groei van terreurorganisaties.

De Palestijnse ambassadeur in Beiroet, Abdullah Abdullah, prees de actie van het parlement als „een stap voorwaarts”, maar kondigde aan dat Palestijnse leiders zullen blijven vechten voor uitbreiding van hun rechten, voorop het recht op bezit. Maar Palestijnse vertegenwoordigers onderstrepen daarbij dat het hun einddoel blijft naar hun vroegere woonplaatsen in Israël terug te keren. (Reuters, AP, AFP)