Oude spierballen in retrofilm

The Expendables. Regie: Sylvester Stallone. Met: Sylvester Stallone, Jason Statham, Jet Li, Mickey Rourke, Dolph Lundgren. In: 89 bioscopen. **

Jammer dat Bruce Willis en Arnold Schwarzenegger alleen maar opdraven voor een cameo. Zij waren voor het gezicht van de jaren-tachtig-actiefilm niet minder bepalend dan de rest van de monstercast die scenarist/regisseur/ hoofdrolspeler Sylvester Stallone verzamelde voor zijn nostalgische retrovechtfilm The Expendables.

Die titel is het koosnaampje voor een bende vervaarlijke huurmoordenaars die tegen z’n uiterste houdbaarheidsdatum aanloopt. In het leukste scènetje van de film roept de geheimzinnige opdrachtgever Willis in een kerk de filmconcurrenten van weleer, Sylvester Stallone en Arnold Schwarzenegger, bijeen om een Latijns-Amerikaanse dictator omver te werpen. Arnie heeft geen zin („What’s his fucking problem?” „He wants to be president.”), Sly krijgt de klus. In Zuid-Amerika mogen zijn zware jongens met bommen en granaten spelen.

Want behalve op de kosten van botox en plastische chirurgie om de Mickey Rourkes en Dolph Lundgrens (Stallones vijand in Rocky IV) op te lappen, is er bepaald niet bezuinigd op explosieven. Zo losten ze misschien in de jaren tachtig hun problemen op, maar de aanwezigheid van actiehelden van recenter datum (de in oosterse vechtkunsten bedreven Jason Statham en Jet Li) bewijst dat een elegant gevecht filmisch stukken aantrekkelijker is dan de humorloze wreedheden waarin de rest van The Expendables excelleert.