Kenianen wachten opnieuw op bevrijding

De Mau Mau-rebellen streden voor de vrijheid van Kenia, maar na het blanke kolonialisme volgden patronage en corruptie van eigen bodem. „Het is een schande.”

Isaac Kabui is verdrietig over wat de onafhankelijkheidsstrijd in Kenia een halve eeuw geleden heeft opgeleverd. „De blanken hebben we verslagen, zij zijn de mislukkelingen”, zegt de 87-jarige oud-strijder. „Maar onze eigen regering is eveneens mislukt, ze gaf ons nooit respect voor onze rol bij de bevrijding.”

Kabui’s vijftig jaar oude zoon Joseph Mwangi is bitter. Voor hem is de strijd voor gerechtigheid nog lang niet gestreden. „De Kenianen die een halve eeuw geleden met de kolonisten tegen ons vochten maken nu de dienst uit in Kenia. Het is een schande.”

Phylis Wambui laat een kookpot zien in haar houten huisje op de helling van Mount Kenya bij de stad Nanyuki. Drie tanden resteren in de mond van de 80 jaar oude echtgenote van Isaac Kabui, de anderen sloeg een Britse soldaat er vijftig jaar geleden met zijn geweerkolf uit. De kookpot gebruikte haar moeder in de gevangenis na haar arrestatie door de Britten. In de familie van Isaac Kabui doet het verleden aan alsof het gisteren was. „We voelen de pijn nog steeds in onze harten”, zegt Phylis. „De kolonisten en hun handlangers verbrandden onze huizen, ze stalen ons vee en land. En wat kregen wij voor onze opofferingen? Na de bevrijding gingen de akkers van de blanken naar degenen die heulden met de kolonisten. Wij ontvingen nooit enige compensatie.”

Iedereen in de familie van Isaac Kabui, van jong tot oud, knikt instemmend. Het gezang van een geuzenlied door Phylis Wambui doet de blik van haar man afdwalen naar het plafond van juten zakken en zijn gedachten vertrekken naar vroeger. Hun zoon Joseph Mwangi staart naar de met kranten behangen muren. Nog dagelijks gaan in familiekring de verhalen uit die tijd over tafel. Isaac Kabui streed tussen 1953 en 1958 in de wouden rond Mount Kenya met een groep guerrillastrijders tegen het Britse leger.

In 1953 had Isaac Kabui zich aangesloten bij het anti-koloniale verzet onder het Kikuyu-volk, de grootste bevolkingsgroep in Kenia. De Britten noemde de verzetsbeweging Mau Mau, de opstandelingen prefereerden de naam ‘Het Keniaanse Leger voor Land en Vrijheid’. Kenia telde 4 miljoen inwoners, van wie 60.000 blanke kolonisten en 1 miljoen Kikuyu’s. Jomo Kenyatta, de belangrijkste oppositieleider, benaderde de Kikuyu-stamoudsten. „Hij gaf ons Kikuyu’s opdracht een opstand te beginnen, want de blanken stalen ons land.” Isaac Kabui legde een rituele eed af, een heilige belofte zijn leven te offeren voor de bevrijding. „We zworen iedere blanke te zullen doden.” In het dichte woud rond Mount Kenya, streed hij aan de zijde van de belangrijkste leider van de Mau Mau, Dedan Kimathi.

Kenyatta had als een van de eerste Afrikanen op een blanke missieschool gezeten, hij had weinig op met de ruige rastastrijders van de Mau Mau en hun traditionele waarden. Maar de blanken weigerden overleg met de gematigde Kenyatta, vastbesloten als ze waren om hun bevoorrechte positie te behouden. Ze arresteerden hem, manipuleerden zijn rechtszaak en zetten hem gevangen wegens „het organiseren van de Mau Mau”.

Met blanken kon je in die tijd niet normaal omgaan. „Kenia was hun land, niet het onze”, vertelt Phylis Wambui. Iedereen in het gezin praat over de vernederingen. De stad Nanyuki kende strikt gescheiden delen voor blank en zwart. Phylis Wambui zwaait de handen naar haar hoofd. „Je moest blanke jongetjes van nog geen tien jaar gehoorzamen”, zegt ze. En haar zoon Joseph Mwangi: „Blanken konden zomaar zwarten doden. Ze gingen vrijuit door de politie te vertellen dat ze een aap hadden doodgeschoten.”

Tien jaar lang hield de opstand aan. Leider Dedan Kimathi werd in 1956 gevangengenomen en het jaar daarop door de Britten opgehangen. De andere Mau Mau-leider, Stanley Mathenge, ‘verdween’. De Mau Mau bleek niet opgewassen tegen het Britse leger en de rebellen raakten onderling verdeeld. In 1958 waren de meeste manschappen van Isaac Kabui gedood. Hij was wanhopig en ging nog slechts gekleed in dierenvellen. Hij gaf zich over aan de Britten en ging in een speciaal concentratiekamp voor Mau Mau-strijders.

In 1960 werd de oorlog beëindigd verklaard. Steeds meer landen in Afrika kregen hun vrijheid. Kenyatta werd in 1961 vrijgelaten en raakte betrokken bij het overleg voor een grondwettelijke machtsoverdracht aan de Afrikaanse meerderheid. Twee jaar later volgde Kenia’s onafhankelijkheid.

Alle partijen waren bruut opgetreden tijdens de opstand. Over het aantal slachtoffers blijven historici en mensenrechtenactivisten twisten. Officieel werden er 11.503 Mau Mau-rebellen in de strijd gedood en 1.090 opgehangen. Nog eens duizenden strijders overleden door ondervoeding en martelingen in Britse detentiecentra. De Mau Mau doodden ‘slechts’ 1.800 tegenstanders, van wie 32 blanke burgers en 63 militairen.

De bevrijding van Kenia bracht geen glorie voor de Mau Mau. Hun organisatie bleef zelfs tot 2003 verboden. Isaac Kabui is nu voorzitter van de organisatie voor Mau Mau-oorlogsveteranen. „Pas met de verkiezingszege in 2002 door de oppositie en de nieuwe regering van president Mwai Kibaki kregen we enige erkenning”, zegt hij. „Kibaki richtte een standbeeld voor Dedan Kimathi in Nairobi op en de president zou hem alsnog een heldenbegrafenis willen geven, maar zijn lichaam is onvindbaar.” Kibaki’s regering sloeg een flater toen ze met veel fanfare Mau Mau-leider Stanley Mathenge terughaalde uit Ethiopië, waar hij in de jaren vijftig heen zou zijn gevlucht. Het bleek om een oplichter te gaan. „Ik weet dat mensen denken dat Mathenge nog leeft, maar we hebben hem lang geleden in de bush begraven”, zegt Isaac Kabui.

Net als Nelson Mandela dertig jaar later in Zuid-Afrika, wilde Kenyatta zich snel verzoenen met de blanken. „Heer vergeef ze, ze wisten niet wat ze deden”, zei hij na zijn vrijlating. Bij een ontmoeting met de voormalige Britse gouverneur die hem gevangenzette, zei hij: „Ik had in uw positie precies hetzelfde gedaan.” Kenyatta veroordeelde vlak na de onafhankelijkheid de verzetsbeweging: „Mau Mau was een ziekte die is uitgeroeid, die we moeten vergeten.”

Het verraad werd steeds groter na de bevrijding. „Kenyatta weigerde de door de kolonisten geconfisqueerde akkers terug te geven. Integendeel, Kikuyu-loyalisten die tegen ons hadden gestreden kregen wél land”, bromt Isaac Kabui. Kenyatta, zo bleek nu, had er naar gestreefd om de boedel van de blanke elite te erven, niet naar sociale en politieke hervormingen ten behoeve van de Afrikanen.

Enkele jaren na de bevrijding verdwenen de eerste dissidenten in de Keniaanse cellen. Of ze werden vermoord. De oppositie verweet Kenyatta de hoop van de Mau Mau om zeep te helpen. Na zijn dood in 1978 namen de repressie en de corruptie verder toe onder president Moi. Tot in 2008 alle opgekropte frustratie over ongelijk grondbezit en de politieke elite ontplofte na omstreden verkiezingen. Wekenlang balanceerde Kenia op de rand van een burgeroorlog.

Nog geen vrijheid, heette in 1967 het boek van Kenyatta’s vicepresident en latere tegenstander Oginga Odinga. JM Kariuki, eens een naaste medewerker van Kenyatta, zei in 1975: „Kenia is een natie van tien miljonairs en tien miljoen bedelaars geworden.” Kariuki werd vermoord, waarschijnlijk in opdracht van Kenyatta. Kenianen noemden de afschaffing van de éénpartijstaat in 1992 hun „tweede bevrijding”. Na de mislukking van de oppositie die in 2002 regering werd, spreken ze over de noodzaak van een „derde bevrijding”. „We blijven het proberen, maar kijk wat er met opposanten is gebeurd”, zegt zoon Joseph Mwangi. „Daarom beginnen we geen nieuwe Mau Mau.”