Kamernood

De hospiteeravonden tijdens de introductiedagen van Leiden waren de meest pathetische avonden van het jaar. Veertig zwetende eerstejaars in onze woonkamer stonden krampachtig hun best te doen, zich verbazend over de kerstverlichting die er nog hing, of de verzameling pizzadozen op de grond. Soms vroegen dronken huisgenoten aan de woningzoekenden om een aardbei na te doen. Of om een lied naar keuze te zingen in onze Idols-competitie. Soms keken een aantal hospitanten aan de deur al zo ongeschikt uit hun ogen, dat we ze vertelden dat ze zich in het adres hadden vergist. Dat ze bij de buren moesten zijn.

Nee, vriendelijk waren we niet. Maar de kans op een kamer was tijdens die avonden ook buitengewoon klein. Kamernood zorgt voor een eerste levensles. Tot het eindexamen was er altijd genoeg van alles: genoeg bankjes en stoeltjes op school, genoeg eten, altijd een bed dat klaarstond, altijd een plekje in de auto voor de vakantie naar Zuid-Frankrijk. Na je eindexamen kom je voor het eerst in aanraking met een schaars goed: kamers. Hier vindt een eerste schifting plaats. Hier splitst een jaargang zich in mensen die gewoon huisvesting voor zichzelf regelen, en mensen die zich beklagen over de schrijnende kamernood.

Terwijl de kamernood helemaal niet schrijnend is, als je je strategie maar goed kiest. Vergelijk het met een uitpuilende treincoupé in de spits. Er zijn drie mogelijkheden: wurm je ertussen, oftewel: neem genoegen met een mini-kamer. Neem een andere trein, oftewel: ga buiten het centrum wonen. Of koop een eersteklas kaartje en betaal je een aantal maanden blauw aan de huur. In alle gevallen wordt het na de spits beter. In de winter is er altijd plaats om door te schuiven in studentensteden. In de winter zijn de studentenhuizen blij met elke hospitant die ze kunnen krijgen. Dan hoef je waarschijnlijk geen aardbei na te doen.

Maar er zijn ook altijd mensen die hoofdschuddend voor de uitpuilende coupé blijven staan. Mensen die onze overvolle woonkamer in augustus niet proberen te vermijden maar als voorbeeld gebruiken voor de ernst van hun problemen. Dat is dan de eerste schifting. Kamernood is er alleen voor degene die dat wil.

Rosanne Hertzberger