Italië zakt verder weg

Terwijl oud-president Francesco Cossiga gisteren op 82-jarige leeftijd overleed, zakte het Italiaanse politieke bestel verder weg in het moeras waarvoor dezelfde Cossiga in de laatste fase van zijn leven vaak had gewaarschuwd. Want hulpkrachten van premier Silvo Berlusconi proberen president Giorgio Napolitano in een conflict te zuigen dat de regeringspartijen toch echt zelf hebben ontketend.

De crisis begon eind juli toen de voormalige neofascist Gianfranco Fini, thans parlementsvoorzitter, zich met 32 geestverwanten losmaakte uit de fractie van de regerende Il Popolo della Libertà (PdL), zonder zich overigens van de partij zelf af te scheiden. Zij wilden zich niet meer neerleggen bij het feit dat Berlusconi er alles aan doet om zijn bondgenoten en zichzelf zoveel mogelijk te vrijwaren van strafrechtelijke rekenschap voor mogelijke malversaties. Deze 33 spijtoptanten waren net genoeg om de coalitie van haar meerderheid te beroven.

Tot nu toe heeft Fini dat bij stemmingen niet gedaan. Hij beperkte zich tot het aankondigen van nieuwe onthullingen over Berlusconi, bijvoorbeeld over diens relatie met premier Poetin van Rusland. Maar die dreiging is al genoeg om de premier te verzwakken en tot razernij te brengen. Bovendien zou de zwakke linkse oppositie er moed uit kunnen putten. Vandaar dat Berlusconi nieuwe verkiezingen wil.

Gelet op de recessie in Italië – met een staatsschuld van ruim 115 procent van het bbp is het land vergelijkbaar met Jamaica – weigert Napolitano dat echter. De president opteert voor een interim-regering die eerst de ergste economische crisisverschijnselen aanpakt.

Volgens de fractievoorzitter van de PDL in het Huis van Afgevaardigden, Maurizio Bianconi, pleegt de president met zijn weigering „verraad” jegens de Grondwet. De subtekst hiervan is dat de in 2006 voor zeven jaar gekozen president eigenlijk nog steeds een bolsjewiek is. In de jaren zeventig en tachtig was hij namelijk een van de geestelijke vaders van het ‘eurocommunisme’ en het ‘historisch compromis’.

Napolitano op zijn beurt liet gisteren weten dat de volksvertegenwoordiging, als ze dat echt in meerderheid vindt, dan maar een afzettingsprocedure tegen hem moet beginnen, omdat het uitschrijven van verkiezingen nu eenmaal het prerogatief is van de president. Opmerkelijke steun krijgt hij van enkele invloedrijke katholieke media en zelfs van regeringspartner Umberto Bossi van de xenofobe en separatistische Lega Nord. Of de steun van die laatste beklijft, is overigens de vraag. Voor Bossi is het heil van Italië uiteindelijk ondergeschikt aan de belangen van het noorden.

Los daarvan. De aantijgingen van Berlusconi’s partij zijn ten principale bedenkelijk, omdat het staatshoofd juist boven de dagelijkse politieke tegenstellingen moet kunnen staan, ook al is hij zelf vaak ex-politicus. Door de president zo nadrukkelijk te betrekken bij zijn eigen onverzoenlijke en polariserende strategie, morrelt de premier openlijk aan de laatste hoekstenen van de toch al broze stabiliteit in Italië.