De Zitting / Hondenbezitter veroordeeld voor verstoren konijnenrust

beetGerard K. stond maandag terecht voor het jagen op konijnen. Het openbaar ministerie acht bewezen dat hij zijn hond op de Rotterdamse Maasvlakte “met hevige armbewegingen” achter de dieren aanstuurde, met als doel deze te apporteren. De glazenwasser uit Capelle aan den IJssel ontkent.

“Het was nog maar een pupje”, zegt Gerard (42) over zijn destijds vijf maanden oude Cane Corso. “En over het algemeen zijn ze heel erg lief.” De Rotterdamse politierechter De Koning lacht die opmerking weg. “Dat zeggen alle hondenbezitters. Ook die Pitbull-eigenaren die hier weleens langskomen.” Hij komt ter zake. “Uw hond schijnt konijntjes achterna gezeten te hebben. Daar moeten we het over hebben.”

Hollende konijntjes

Gerard spreekt de beschuldiging tegen. Daarom heeft hij de boete van 250 euro laten voorkomen. Op maandagochtend 5 april 2009 wilde hij zijn nieuwe hond de ruimte geven. Met de bestelbus van zijn glazenwassersbedrijf reed hij naar een strand op de Maasvlakte. Aldaar raakte hij in contact met andere hondenbezitters. Vier mannen met vijf honden: een Thaise Dingo, drie Herders en een Jack Russell. Gerard erkent dat hij “hollende konijntjes” heeft gezien. Maar daar is zijn Cane Corso niet achteraan gegaan, want die “houdt niet van prikkelbosjes”. Zijn hond sukkelde maar wat rond en had volgens hem “niet de intentie” om konijnen op te jagen. Over de andere hondenbezitters en hun honden wil hij niet veel kwijt. Alleen dat hij de Ridderkerker met de Thaise Dingo een “vaag figuur” vond. Vorige week heeft die man voor de rechter bekend dat hij wel met zijn hond op konijnen aan het jagen was.

Geen jachtakte

De rechter neemt voetstoots aan dat “de hond zich van geen kwaad bewust was”. Maar er moet wel iets opgehelderd worden, vindt hij. “Er is een dood konijn gevonden.” Bovendien hebben twee opsporingsambtenaren gezien hoe dat dier om het leven is gebracht. “Het konijn trachtte te vluchten”, verklaarden zij eerder. “Maar de Thaise Dingo sprong erop en heeft gebeten.” De ambtenaren hadden zich verdekt opgesteld. “We hebben ze gevolgd. Ze zijn vier keer naar een andere plek gereden. Hun kentekens hebben we genoteerd. Zodra ze de honden weer uitlieten, namen wij positie in en hebben gekeken. De mannen maakten hevige armbewegingen en stuurden hun honden naar de duinrand. Daar kwamen meerdere konijnen uit.” De ambtenaren menen dat zij de mannen op heterdaad betrapt hebben en schreven voor ieder een proces-verbaal uit toen bleek dat niemand een jachtakte kon overleggen. “Als je dit zo leest”, zegt de rechter, “dan hebben die ambtenaren de indruk dat u de hond welbewust op de konijnen afstuurde”.

Gerard protesteert. Hij heeft zijn hond de hele tijd bij zich houden. “En als ik ergens van houd, dan zijn het dieren. Dat is het mooiste wat er is. Mijn zus heeft ook een konijn.” De rechter weigert Gerards liefde voor konijnen te veralgemeniseren. “Ik denk dat het bewuste konijn het wat minder leuk vond”, zo doelt hij op het dood aangetroffen dier. Daarbij: als Gerard zag dat de konijnen wegrenden voor de andere honden, waarom hield hij zijn eigen hond dan niet aangelijnd? “Het is de vraag of u de belangen van de konijntjes wel voldoende in het oog had.”

Niet verhinderd

Officier van justitie Drogt vindt het “niet chique” dat Gerard blijft ontkennen. Ze acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. “Je mag konijnen niet door honden laten opsporen.” Ze eist dat Gerard de boete van 250 euro alsnog betaalt. Of Gerard nog een laatste woord heeft, wil de rechter weten. “Ja, ik wil nog één ding zeggen. Ik heb geen één keer mijn hond achter de konijnen aan gestuurd. Mijn hond heeft het niet gedaan.”

Dat wil de rechter wel geloven. Het jagen acht hij niet bewezen. Maar hij rekent Gerard wel aan dat hij niet verhinderd heeft dat zijn hond de konijnen achterna kòn zitten. Een delict van een lichtere orde, maar volgens de rechter geen reden om de boete van 250 euro te verlagen. Dat bedrag mag in termijnen betaald worden, stelt de rechter voor, maar hij verwacht dat Gerard de nieuwe bekeuring pas over drie maanden in de bus krijgt. “Dan kan ik het wel opzij zetten”, antwoordt Gerard. Buiten zittingszaal 7 maakt hij nog een praatje met de bode. “Hij was zo klein…”, zegt hij terwijl hij zijn hand op kniehoogte houdt. “Dit gaat echt helemaal nergens over.”

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

Een ieder is op grond van artikel 16 lid 3 van de Flora en Faunawet verplicht te verhinderen dat een dier dat hem toebehoort of onder zijn toezicht staat, in het veld dieren opspoort, doodt, verwondt, vangt of bemachtigt.