Hippe kleren niet nodig

Morgen begint Sail Amsterdam.

Een impressie van de werkvloer van het paradepaardje: de driemaster Stad Amsterdam.

Een zware baan of een droom die werkelijkheid wordt. De leden van de bemanning van de Stad Amsterdam, het paradepaardje van Sail Amsterdam dat morgen begint, hebben allemaal zo hun eigen motieven om voor een leven op zee te kiezen. Voor lange of korte tijd. De klassieke driemaster is altijd op zoek naar matrozen, gekwalificeerde zeelui en horecapersoneel, want het verloop is groot.

Privacy bestaat niet in een hut van 3 bij 3 die je deelt met drie collega’s. Vrije tijd ook niet, met werkdagen van 12 uur per dag. Op de exotische plekken die je aandoet, kom je vaak niet verder dan de haven. En thuis een relatie onderhouden is op z’n minst problematisch als je maar vier keer per jaar thuis bent.

Toch noemt Yara Rood (24) haar bestaan als lichtmatroos een droom die is uitgekomen. Sterker nog, een droom die ze zelf uit durfde te laten komen. Zes jaar geleden won ze een prijsvraag om tijdens een jongerenreis mee te varen op de Stad Amsterdam. „Op een gegeven moment stond ik hoog in de mast een zeil op te ruimen en besefte, die gast naast mij verdient hier gewoon zijn geld mee”, herinnert Rood zich van haar eerste reis op de klassieke klipper. Ze wilde meteen blijven, maar aan land werden andere dingen van haar verwacht. „Ik zat op het gymnasium en dan wordt je niet eens gevraagd óf je gaat studeren, maar wát je gaat studeren.” Een leven op zee leek dus geen optie en Rood begon aan de studie Slavische talen en culturen. Pas toen ze haar bachelor had afgerond, gunde ze zichzelf een pauze uit de boeken. Waar anderen kiezen voor een lange reis, een studie in het buitenland of vrijwilligerswerk, meldde zij zich bij de Stad Amsterdam. Toen haar sollicitatie onbeantwoord bleef, ging ze aan de slag op een ander passagiersschip. „Binnen een week wist ik dat ik me niet ging beperken door van mezelf maar een jaar te mogen”, zegt Rood. Toen er alsnog een vacature op de Stad Amsterdam kwam, stapte ze over.

Het werk op zee, de praktische taken die ze moet uitvoeren, en de afstand van haar leven in Amsterdam geven „een enorme rust in mijn hoofd”, zegt ze. Vooral ‘op de bak’, voor op het schip, uitkijkend op de oneindige zee, en af een toe in de walkietalkie meldend wat er aan de horizon vaart, is ze in haar element. „Hier kan ik loslaten waar ik volgens de maatschappij allemaal aan moet voldoen. Niet constant de vragen wat ik verder ga studeren, geen sociale verplichtingen. Hier maakt het niets uit hoe je eruitziet.”

Die vrijheid en afstand van de samenleving, waarin verwacht wordt dat je een mening hebt over Geert Wilders en de hipste schoenen draagt, prijzen al haar collega’s. Cornelis Nederlof, de bootsman die al sinds 2001 op dit schip vaart, moet niet denken aan een baan op kantoor. „Ik hoef maar vier keer per jaar naar mijn werk en ik sta vrijwel nooit in de file”, omschrijft hij lachend zijn baan. Voor elke twee maanden die bemanningsleden aan boord zijn hebben ze er één helemaal vrij.

Toch is de vrijheid meestal beperkt tot het dek van 10 bij 60 meter; een sociale biotoop op zich. Een 24-uursbedrijf waar ergernissen over het werk worden meegenomen naar de kleine bemanningshutten. Een drijvend dorp waar intensieve vriendschappen ontstaan en barsten en geen ontluikende romance geheim kan worden gehouden. „Dat is soms wel zwaar. Iedereen kijkt letterlijk over je schouder mee, zelfs in je zeer beknopte privéleven”, zegt Rood.

De dertigkoppige bemanning bestaat deels uit matrozen zoals zij die het leven aan wal voor een willekeurige periode verruilen voor dat op zee. Twintigers en zelfs tieners, vooral uit Nederland, maar ook uit Denemarken, Zuid-Afrika en Bulgarije, die avontuur zoeken. Ze worden lid van de dekbemanning of het horecapersoneel dat de commerciële evenementen die het schip drijvend houden organiseert. Sommigen blijven jaren hangen, maar Nederlof (42) heeft er al zevenhonderd zien komen en gaan.

Daarnaast zijn er de professionele zeelui, de kapitein en zijn officiers, de technische crew. Zij hebben gekozen voor een permanente carrière op het water, doorliepen zeevaartscholen en verkiezen dit klassieke zeilschip boven het geld dat ze op de grote vrachtschepen kunnen verdienen. „Ik denk dat iedereen de nautische dienst ingaat omdat hij zo van zeilen houdt, maar dan kom je vervolgens op zo’n lelijk containerschip terecht”, zegt Wolter Westrik (44), de hoofdwerktuigbouwkundige die een paar maanden geleden de overstap uit de grote vaart maakte.

Maar eerste stuurman Terry van Kampen (43) waarschuwt dat veel mensen „een veel te romantisch beeld van dit werk” hebben. Iedereen die er aan begint weet wel dat hij of zij hard moet werken, „maar ze denken toch ook vooral aan de mooie plekken die ze gaan bezoeken en de spannende mensen die ze ontmoeten, terwijl je nauwelijks iets van de bestemmingen ziet en een groot deel van de dag aan het schoonmaken bent.” Onderhoud aan de overwegend teakhouten boot, die constant bloot staat aan zout water en uv-straling, houdt nooit op.

„Daarnaast is het ook lastig om zo veel van huis te zijn”, zegt Van Kampen. Het lukt weinig bemanningsleden hun werk te combineren met een lange relatie met iemand die niet toevallig ook aan boord is.

Alleen de kapitein heeft een vrouw en twee kinderen die thuis op hem wachten. Natuurlijk overweegt Van Kampen weleens een baan aan de wal, mede om zijn privéleven voorrang te geven. „Maar tot nu toe trok de zee harder.”