Een enorme rust in je hoofd en heel veel poetsen

De klipper Stad Amsterdam biedt luxe cruises en faciliteiten voor recepties. Voor de bemanning is het vooral hard werken. „Een groot deel van de dag ben je aan het schoonmaken.”

Zeilen zit er niet in met dit weer. Een zwakke tot matige en pal noordelijke wind maakt dat de Stad Amsterdam zich door de grommende motor moet laten voortstuwen, onderweg van Portugal naar Noorwegen. De paar gehesen stagzeilen zijn slechts bedoeld om het misselijkmakende schommelen op de golven te temperen. Het belangrijkste is dat de 76 meter lange klipper op tijd zijn bestemming bereikt. Dan maar op honderd liter brandstof per uur.

„Niet zeilen is slecht voor de moraal van de bemanning”, constateert kapitein Andi Manser (48), de baas van dit kleine bedrijf op zee. Zelf ziet de Zwitser de driemaster ook het liefst met 31 volle zeilen over zee scheren, maar de huidige omstandigheden zijn wel ideaal om het schip op te knappen. In de laatste weken voor het morgen als pronkstuk van de botenparade van Sail Amsterdam over het IJ vaart, is onderhoud het belangrijkste. Nu de dekbemanning niet druk is met manoeuvreren en het hijsen en opruimen van de zeilen, kan zij aan het krabben, schuren en schilderen worden gezet. „Die boot blijft niet vanzelf zo knap”, weet bootsman Cornelis Nederlof, die al negen jaar op dit schip zeilt.

De stalen klipper is geïnspireerd op het koopvaardijschip de Amsterdam dat in 1866 verging. Dit nieuwe schip voldoet aan alle moderne veiligheidseisen en gemakken, van een stalen romp tot airconditioning in de veertien gastenhutten. Het passagiersschip is inmiddels vooral bekend van het VPRO-programma Beagle: In het kielzog van Darwin, waarvoor het afgelopen jaar de wereld rondzeilde. Sinds die tocht vaart het weer luxe cruises in de Middellandse Zee en het Caraïbisch gebied en leent het zich voor recepties van uitzendbureau Randstad. De oprichter van de multinational, Frits Goldschmeding, nam eind vorige eeuw het initiatief om de boot te laten bouwen en overtuigde de gemeente Amsterdam om mee te doen. De hoofdstad is voor 30 procent mede-eigenaar. Als de Stad Amsterdam vanmiddag vanuit IJmuiden Amsterdam binnenzeilt is zij voor het eerst in bijna twee jaar terug in de stad waar zij tien jaar geleden gedoopt werd.

De tocht – delivery – naar Noorwegen wordt gemaakt om vanuit Kristiansand een zogenoemde tallshipsrace te zeilen met een groep scholieren aan boord, een van de andere vaste activiteiten van het schip.

Zes jaar geleden voer Yara Rood (24) mee op zo’n jongerenreis. „Op een gegeven moment stond ik in de mast een zeil op te ruimen en besefte, die gast naast mij verdient hier gewoon zijn geld mee.”

Sinds een jaar is Rood hier lichtmatroos. Wat bedoeld was als ‘even weg uit de boeken’ na haar bachelor Slavische talen en culturen, werd al snel verlengd. Het werk op zee, de praktische taken die ze moet uitvoeren en vooral de afstand tot haar leven in Amsterdam geven „een enorme rust in mijn hoofd”, zegt ze. „Hier kan ik loslaten waar ik volgens de maatschappij allemaal aan moet voldoen. Niet constant de vragen wat ik verder ga studeren, geen sociale verplichtingen. Hier maakt het niets uit hoe je eruit ziet.”

Toch is het schip een sociale biotoop op zich. Een 24-uursbedrijf waar ergernissen over het werk worden meegenomen naar de hutten van 3 bij 3 meter, die vier mensen delen. Een drijvend dorp waar intensieve vriendschappen ontstaan en barsten en geen ontluikende romance geheim blijft. „Dat is soms wel zwaar. Iedereen kijkt letterlijk over je schouder mee, zelfs in je zeer beknopte privéleven”, zegt Rood.

De 30-koppige bemanning bestaat deels uit matrozen zoals zij die, allemaal met hun eigen redenen, het leven aan wal een tijd verruilen voor dat op zee. Twintigers en zelfs tieners, vooral uit Nederland, maar ook uit Denemarken, Zuid-Afrika en Bulgarije, die avontuur zoeken. Sommigen blijven jaren hangen, velen korter. Bootsman Nederlof heeft er inmiddels 700 zien komen en gaan.

Daarnaast zijn er de professionele zeelui, de kapitein en zijn officiers en de technische crew. Zij hebben gekozen voor een carrière op het water, doorliepen zeevaartscholen en verkiezen dit klassieke zeilschip boven het geld dat ze op de grote vrachtschepen kunnen verdienen.

„Veel mensen hebben een heel romantisch beeld van dit werk”, waarschuwt Terry van Kampen (43), de eerste stuurman op het schip. Iedereen die er aan begint weet wel dat hij of zij hard moet werken aan boord, „maar ze denken toch ook vooral aan de mooie plekken die ze gaan bezoeken en de spannende mensen die ze ontmoeten, terwijl je nauwelijks iets van de bestemmingen ziet en een groot deel van de dag aan het schoonmaken bent.”

Van Kampen hoeft zelf niet te poetsen. Hij staat hoog in de hiërarchie en geeft commando’s in plaats van ze op te volgen. Maar hij staat wel van 4 tot 8 uur ‘op wacht’, en werkt daarnaast nog vier uur. Alleen op sailor Sunday hoeft de bemanning maar acht uur te werken. Voor elke twee maanden die ze werken zijn ze er één helemaal vrij.

Naast de nautische bemanning heeft de Stad Amsterdam horecapersoneel. Niet om de zeilers op hun wenken te bedienen, maar om voor de andere gasten te zorgen. Wat dit schip varende houdt, zijn de commerciële activiteiten, niet de wind. En dat wringt soms met de wensen van de zeilers. Tijdens een delivery als deze mag er rotzooi worden gemaakt, gerookt op het dek en gegeten in de zaal voor de gasten. Maar als het schip afmeert in Kristiansand, slaat de balans weer door van het plezier van de zeilers naar dat van de klanten. Of, zoals Maarten Termorshuizen (30), de baas van het horecagedeelte, het tegen Nederlof verwoordt: „Zodra we aan land zijn, pas jij je weer aan mij aan.”