De president met de pikhouweel

Cossiga doorzag hoe het einde van de Koude Oorlog het politieke evenwicht veranderde. Hij hielp het taboe op communisten in de regering doorbreken.

(FILE) This picture taken on February 4, 2008 in Rome show Italian senator and former President Francesco Cossiga during a press conference after a meeting with Italian Senate Speaker Franco Marini. Senator Cossiga died on August 17, 2010. Cossiga was Prime Minister between August 1979 and October 1980 and served as President between 1985 and 1992. AFP PHOTO / ANDREAS SOLARO AFP

„Ik ben niet gek. Ik speel de gek. Dat is iets anders. Ik ben de man die doet alsof hij gek is en zegt hoe het echt in elkaar zit.” Francesco Cossiga, die gisteren op 82-jarige leeftijd overleed, zei dit in 1990, een jaar na de val van de Berlijnse Muur. Vijf jaar daarvoor hadden de parlementariërs hem al in de eerste ronde tot president gekozen – een unicum. Toen was hij nog de grijze notaris tegen wie niemand veel bezwaar had.

Maar als een van de eerste politici in Rome doorzag Cossiga hoe het einde van de Koude Oorlog het politieke evenwicht in Italië veranderde. Het oude bestel was niet langer houdbaar. Sinds de Tweede Wereldoorlog hadden de christen-democraten, waar hij zelf deel van uitmaakte, onafgebroken de dienst uitgemaakt, met tegenover zich in de oppositie de grootste communistische partij van West-Europa. Met de val van de Muur verdween het taboe op communisten in de regering en werden de Italiaanse communisten gedwongen hun ideologie tegen het licht te houden. Uiteindelijk zou dat oude bestel in 1992 instorten onder een reeks corruptie- en maffiaschandalen.

Cossiga heeft daar veel aan bijgedragen. Hij tooide zich met de geuzennaam ‘picconatore’, de man met de pikhouweel. Daarmee ging hij de laatste twee jaren van zijn ambtstermijn als president de ‘oude politiek’ te lijf, ook partijgenoten binnen de christen-democratische partij. „Ik heb zo ingehakt op het systeem dat het niet meer gerestaureerd kon worden, maar moest veranderen”, zei hij in een interview. Cossiga deed dat met een mengeling van ironie, Sardijnse koppigheid, mediabelustheid en gebrek aan ontzag voor gevestigde namen. En ook met een energie die volgens zijn critici werd vergroot door de pilletjes die hij nam tegen depressiviteit.

Dat leidde tot wraakacties. Giulio Andreotti, een machtige tegenspeler binnen de partij, liet uitlekken dat Cossiga in de jaren zestig als staatssecretaris van Defensie betrokken was geweest bij Gladio, een clandestien paramilitair netwerk dat onder de NAVOvlag was opgezet en in actie zou moeten komen bij een mogelijke Russische invasie. Een poging van de linkse oppositie om de president hierom tot aftreden te dwingen, mislukte.

Cossiga’s naam zal verder altijd verbonden blijven aan de ontvoering van de christen-democratische leider Aldo Moro, in 1978, door de linkse terreurgroep Rode Brigades. Cossiga was toen minister van Binnenlandse Zaken. Hij vond toen dat de Staat niet moest onderhandelen met de Rode Brigades, ook al realiseerde hij zich dat hij daarmee Moro ter dood veroordeelde. Toen Moro na 55 dagen vermoord werd gevonden in de kofferbak van een auto, trad hij af als minister. „Mijn witte haren en de vlekken op mijn huid heb ik toen gekregen”, zei hij jaren later in een interview.

Na zijn aftreden als president is Cossiga een bescheiden rol blijven spelen als leider van een kleine centrumpartij. Hij was het die in 1998 het aantreden van de eerste ex-communist als premier mogelijk maakte. Maar in zijn politieke uitspraken was hij te grillig om nog veel invloed te hebben.

Zijn eigenzinnigheid heeft hij altijd behouden. De titel van zijn laatste boek, dit voorjaar verschenen, is Fotti il potere – nog het netst te vertalen als ‘Schijt aan de macht’.