Burgemeesters willen geen nationale politie

Burgemeesters willen geen nationale politie. Ze vrezen dat ze zeggenschap over de politie zullen kwijtraken. Dat blijkt uit de reacties van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters (NGB) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) op berichten in Trouw. Het dagblad meldde dat VVD, PVV en CDA, de drie partijen die onderhandelen over een nieuw kabinet, een ministerie van Veiligheid willen invoeren met daaronder een nationale politie. De politie valt nu onder het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Het NGB vreest dat justitie te veel bevoegdheden krijgt op politiegebied. Burgemeesters en gemeenteraden krijgen hierdoor te weinig zeggenschap, zegt de NGB-woordvoerder. „Nu beslissen de burgemeester en de officier van justitie samen. De burgemeester krijgt juist steeds meer bevoegdheden, dan moet je hem niet de verantwoordelijkheid over de politie uit handen nemen.”

Volgens de burgemeesters is veiligheid vooral een regionale aangelegenheid. Het meeste politiewerk vindt in gemeenten plaats, weet de NGB-woordvoerder. „Dan moet Den Haag niet gaan bepalen hoeveel tijd agenten aan een zaak mogen besteden. De afstand wordt erg groot met te veel tussenstations.”

De VNG vindt dat de politie gescheiden moet blijven van het Openbaar Ministerie, dat onder het ministerie van Justitie valt. „Die scheiding van machten moet gegarandeerd blijven en staat op de tocht als er één ministerie van Veiligheid komt”, aldus een VNG-woordvoerder.

De Raad van Korpschefs is juist voorstander van een nationale politie. Dat zegt een woordvoerder van de raad tegen persbureau ANP. Het doel is efficiënter werken en het verminderen van bestuurlijke druk voor de politie, zegt hij. „Ook houden criminelen zich niet meer aan grenzen. Daarom moeten we nationaal en internationaal kunnen ‘meeschakelen’ in onderzoeken.” De woordvoerder benadrukt dat „de lokale verankering nu een heel sterk punt van de politie is” en „dat moet zo blijven”.