Zestig doden bij aanslag op rekruten Irak

Bij een van de dodelijkste aanslagen in Irak in maanden zijn vanochtend zestig rekruten gedood die stonden te wachten voor een legerhoofdkwartier in de hoofdstad Bagdad. Volgens Iraakse functionarissen werden ongeveer 125 mensen gewond.

Een zelfmoordterrorist bracht zich tot ontploffing te midden van honderden rekruten bij het vroegere gebouw van het ministerie van Defensie dat nu het hoofdkwartier van de 11de legerdivisie huisvest. Elke week worden daar ongeveer 250 nieuwe rekruten geregistreerd in het kader van de inspanningen van de Iraakse autoriteiten de veiligheidsdiensten te versterken nu de Amerikaanse troepen zich terugtrekken. Op 1 september moet de terugtrekking van de Amerikaanse gevechtstroepen zijn voltooid; op 1 januari 2012 moeten de resterende 50.000 militairen ook allemaal zijn vertrokken.

Het Iraakse leger schreef de aanslag toe aan de sunnitische extremisten van Al-Qaeda-in-Irak. De commandant van de Amerikaanse Speciale Eenheden in Irak, brigade-generaal Patrick Higgins, zei een week geleden dat groepen als Al-Qaeda nog steeds „redelijk intact” zijn.

In vergelijking met het geweld in de periode 2005 tot en met 2007 is de veiligheidssituatie aanzienlijk verbeterd. Maar sinds begin dit jaar loopt het aantal dodelijke slachtoffers van aanslagen en aanvallen weer op. De maand juli was volgens de Iraakse regering de bloedigste in twee jaar met 396 burgerdoden, tegen 204 in juni en 275 in mei. Het Amerikaanse leger betwistte die cijfers – er zouden 161 burgers zijn gedood – maar gaf niet aan hoe het aan zijn cijfers kwam.

Vorige week zei de Iraakse legerchef, generaal Babakan Zebari, dat de Iraakse veiligheidsdiensten nog niet in staat zijn de rol van de Amerikaanse troepen over te nemen. „Als mij gevraagd zou worden naar de terugtrekking, dan zou ik tegen de politici zeggen: het Amerikaanse leger moet blijven tot het Iraakse leger volledig klaar is in 2020”, zei hij op een persconferentie in Bagdad.

Het feit dat de Iraakse politici er niet in slagen een nieuwe coalitieregering te vormen na de parlementsverkiezingen van maart, verergert de problemen nog. Gisteren maakten de grootste partij-allianties, de seculiere Iraqiya van ex-premier Iyad Allawi en de shi’itische Staat van het Recht van huidig premier Nouri al-Maliki, een eind aan hun coalitie-onderhandelingen. Iraqiya was beledigd omdat Maliki de partij-alliantie „sunnitisch” in plaats van seculier had genoemd. (Reuters, AFP, AP)