WTO: EU moet heffing op hightech schrappen

De Europese Unie schendt internationale handelsregels door importaccijnzen te heffen op miljarden euro’s aan hightech goederen als computermonitoren en printers. De EU moet de invoertarieven, ter waarde van naar schatting 3,9 miljard euro per jaar, schrappen of handelssancties riskeren op Europese goederen.

Dat heeft de Wereldhandelsorganisatie (WTO) gisteren bepaald naar aanleiding van een klacht van de Verenigde Staten, Japan en Taiwan. De uitspraak van de WTO in het handelsconflict, dat loopt sinds mei 2008, is een zware nederlaag voor de EU – de tweede in twee weken, nadat de Unie vorige week op de vingers werd getikt voor tarieven op schroeven en bouten uit China.

De WTO steunt de klacht van de VS, Japan en Taiwan dat de EU met de invoeraccijnzen op hightechgoederen een internationaal verdrag ondermijnt om die tarieven af te schaffen. Volgens dat akkoord, het Informatietechnogieverdrag of Information Technology Agreement (ITA) uit 1996, moeten invoeraccijnzen op een reeks goederen worden gereduceerd tot nul. Het verdrag is getekend door ongeveer 70 landen.

Het conflict draait specifiek om drie soorten producten: platte computermonitoren, settopboxen voor televisies, en multifunctionele printers waarmee ook kan worden gescand en gekopieerd. Volgens de EU zijn die producten, alle ontwikkeld na 1996, geen informatietechnologie maar consumentengoederen. Daarom zouden ze niet vallen onder het ITA, maar in aanmerking komen voor invoeraccijnzen van 6 tot 14 procent. Zo beschouwt de EU platte schermen als televisies, niet als computeronderdelen.

Met internationale handel in de betwiste goederen is volgens Amerikaanse schattingen meer dan 70 miljard dollar per jaar gemoeid. De producten worden gemaakt door bedrijven als Hewlett-Packard, Dell en Canon. Hoewel het om Amerikaanse en Japanse merken en technologie gaat, worden de producten gemaakt in onder meer China en Maleisië.

De EU heeft eerder aangeboden om een nieuwe onderhandelingsronde te openen over de producten die wel en niet moeten worden beschouwd als ‘hightech’, en dus onder ITA vallen. Nu heeft de Unie de mogelijkheid om tegen de uitspraak van de WTO in beroep te gaan. (Bloomberg)