Wellink hoefde niet te worden weggestuurd

Minister De Jager sloot gisteren herbenoeming van Nout Wellink uit. Misschien kan Wellink daar toch van profiteren.

Nederland, Amsterdam, 26-3-2009 Jaarverslag DNB. Nout Wellink, links, . Mr A.J. Kellermann, rechts.De Nederlandsche Bank.De Nederlandse Bank Foto Maarten Hartman

Er was een wetswijziging voor nodig om hem weg te krijgen, maar nu is het dan zo ver: Nout Wellink, de veelgeplaagde president van De Nederlandsche Bank (DNB), keert in 2011 niet terug als hoogste baas van de toezichthouder. Demissionair minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA), toonde zich gisteren van zijn daadkrachtigste kant en sloot herbenoeming van Wellink uit. Formeel brengt De Jager het aantal termijnen dat álle directieleden van DNB mogen zitten terug van onbeperkt nu naar maximaal twee, maar de consequentie is helder: het kabinet neemt afscheid van Wellink, die sinds 1997 aan het hoofd van DNB staat.

De actie van De Jager is verrassend. De minister reageert in zijn brief op het gisteren openbaar gemaakte plan van aanpak van DNB, dat de toezichthouder op last van de Tweede Kamer moest schrijven. De Kamer trok die conclusie toen uit het rapport van de commissie Scheltema naar de teloorgang van de DSB Bank was gebleken dat DNB steken had laten vallen.

De aanbevelingen die DNB in het plan doet worden allemaal door de minister onderschreven, maar op één punt gaat De Jager zijn eigen weg: de zittingstermijn van de leden van de directie.

De vraag is voor welk probleem De Jager nu een oplossing levert. Ingewijden, inclusief De Jager, wisten al lang dat herbenoeming van Wellink geen optie was. Sterker nog: Wellink ambieerde die zelf niet meer. Niet voor niets woedt er in de financiële sector al enige maanden een openlijke discussie over Wellinks opvolging, waar kandidaten als oud-minister van Financiën Wouter Bos (PvdA), AFM-baas Hans Hoogervorst of de huidige directieleden Lex Hoogduin en Henk Brouwer in figureren. Overigens zal Brouwer met de nieuwe regels de directie moeten verlaten, hij zit al twee termijnen.

Ook Wellink zelf had zijn blik naar voren gericht, naar Frankfurt om precies te zijn. Hij laat het zich welgevallen dat zijn naam met enige regelmaat opduikt in de discussie over de opvolging van Jean-Claude Trichet, de huidige baas van de Europese Centrale Bank die, toevallig, ook volgend jaar afzwaait. Wellinks ijzersterke internationale profiel maken hem – niet alleen volgens hemzelf – geschikt om als ‘surrogaat-Duitser’ Trichet op te volgen, nadat de gedoodverfde opvolger Axel Weber van de Bundesbank zichzelf onmogelijk had gemaakt.

Anders gezegd: Wellink hoefde helemaal niet weggestuurd te worden, hij zou toch wel gaan.

Waarom doet De Jager dat dan nu wel? Het officiële antwoord van Financiën is dat aanpassing van de termijn niet over Wellink persoonlijk gaat, maar over directieleden van DNB in het algemeen. Daar mag geen speld tussen te krijgen zijn, onbevredigend is het wel.

Er zijn vele logische momenten om de zittingsduur van directieleden van DNB aan te passen. De invoering van de euro was zo’n moment, omdat daarbij het takenpakket van DNB fors werd uitgekleed. Het monetaire beleid ging immers naar de ECB. Ook het feitelijke afzwaaien van Wellink in juni 2011 was zo’n moment. Voor Wellinks opvolger was dan helder geweest dat hij maximaal twee termijnen kan aanblijven. Daarmee was in elk geval voorkomen dat de huidige wijziging riekt naar een verkapt ontslag van Wellink.

Kennelijk vertrouwde De Jager het toch niet helemaal. Dat Financiën nu de stekker uit Wellinks presidentschap trekt, heeft in elk geval politieke logica. Wellink had de afgelopen drie jaar diverse malen negatief in de belangstelling gestaan. Hij heeft zich de laatste tijd stevig verzet tegen het feit dat ook hij steeds meer als politicus, en minder als onafhankelijk toezichthouder behandeld werd in de nasleep van de crises met ABN, Icesave en DSB. Wellink werd met grote regelmaat naar de Kamer geroepen om zich in een hoorzitting te verantwoorden.

Die politieke rol had hij overigens aan zichzelf te danken, met name door in oktober 2008 zelf een plek in de schijnwerpers te accepteren tussen Bos en Balkenende, toen die de overname van ABN Amro en Fortis door de Nederlandse staat bekendmaakten.

Daarmee was Wellink in de afgelopen jaren ook steeds meer een politiek risico geworden voor het kabinet. Wellink had per definitie de onvoorwaardelijke steun van het kabinet, maar individuele bewindslieden (eerst Bos, later De Jager) liepen daar wel risico mee. Als de Kamer Wellink niet kan wegsturen (en dat kan wettelijk niet), dan kan de woede zich op de minister zelf richten.

Het ging lang goed. Wellink wist zich de afgelopen maanden diverse malen handig en met gezag (vaak beschouwd als arrogantie) onder Kamervragen uit te redeneren. En bij de rapporten over Icesave en ABN Amro was de kritiek op het optreden van DNB zo technisch en procedureel dat doorbijten er voor de Kamer niet in zat. Tot het rapport van Scheltema over DSB. Dat was voor de Kamer de druppel. DNB, zo stelde Scheltema, had nooit de bankvergunning aan DSB mogen verstrekken.

Enige persoonlijke motivatie van De Jager moet ook niet uitgesloten worden. Hij belandde na de val van het kabinet op de ministersstoel na het aftreden van Bos en het is algemeen bekend dat hij graag terugkeert op die plek als er een kabinet van CDA en VVD komt met gedoogsteun van PVV. Als ‘De Man Die Wellink Wegstuurde’ zal hij het in het Haagse benoemingencircuit niet slecht doen.

Hoe het ook zij, de positie van Wellink staat na gisteren niet meer ter discussie, het politieke risico is verdwenen. In de praktijk zet Financiën met het tot lame duck maken van Wellink ook het instituut DNB op achterstand en de hele Nederlandse financiële sector. Wellink is voorzitter van het Basels Comité van bankentoezichthouders (dat nieuwe toezichtregels voor banken heeft gepubliceerd) en zit in de Financial Stability Board (een voorportaal van de G20 op financieel terrein). De vraag is of een opvolger die voor Nederland belangrijke posities ook weer weet te verwerven.

Als het al zo is dat Wellink onhoudbaar geworden was, dan kleeft er een enorm risico aan de gang van zaken, iets waarvan Financiën zich terdege van bewust is gezien de brief die gisteren werd verstuurd. De positie van de president van De Nederlandsche Bank, wettelijk gezien een op afstand geplaatste instelling waar de politiek niet over gaat, blijkt politieker dan gedacht. Waar toezicht gehouden wordt, worden fouten gemaakt, zei Wellink altijd. Daarop moet je reageren met optreden, en niet met (gedwongen) aftreden. Feit dat hij nu toch indirect ‘geofferd’ wordt, zal afbreuk doen aan de onafhankelijkheid van de toezichthouder, ondanks alle mooie verbeterplannen die DNB presenteerde.

Voor Wellink persoonlijk is de huidige soap rondom zijn persoon vervelend, maar mogelijk toch nog gunstig. Als ‘goedmakertje’ voor de gang van zaken zou hij kunnen vragen of het kabinet hem wél wil steunen bij zijn poging Trichet op te volgen. Daarmee kan het kabinet een deel van de veroorzaakte reputatieschade herstellen. Na Wim Duisenberg wederom een Nederlander als ECB-baas is een diplomatieke buitenkans.