Van Zwolle naar Hasselt en weer terug

Thalia Verkade spreekt met schrijvers die over fietsen schrijven, onder meer over hun favoriete fietsroute. Aflevering 3: Rodaan Al Galidi

Rodaan en vier Hollandse meisjes met fietsen staan op een veerpontje.

Rodaan vraagt: „Hebben jullie allemaal een visum om naar Zwolle te gaan? Paspoort?”

De meisjes giechelen.

„Rijbewijs ook goed?”, zegt er een.

Rodaan lacht terug. „Da’s genoeg.”

Rodaan is Rodaan Al Galidi: schrijver, dichter, vluchteling uit Irak. Woont sinds twaalf jaar in Nederland, sinds drie jaar met een legale verblijfsstatus. Het pontje is het Haersterveer, dat al 32 jaar dienst doet in de Overijsselse Vecht nabij Zwolle. Het ligt op de NAP-Zeebodemfietsroute van de ANWB. Die volgt de kustlijn die zou ontstaan als alle dijken en duinen zouden wegvallen.

Het gesprekje tussen de dichter en de meisjes is vastgelegd in de minidocumentaire De pont van Rodaan, gemaakt door studenten van de Universiteit van Amsterdam.

Met houten grepen sleept de veerman van het Haersterveer de boot langs een stalen kabel en zet zo dagelijks vele malen fietstoeristen en buurtbewoners over. Rodaan Al Galidi was zes jaar lang een van de veermannen die in wisseldienst werken. Pontbaas en levenskunstenaar Jacob Versteegh vroeg de toenmalig uitgeprocedeerde asielzoeker niet om papieren.

Rodaan houdt bijzonder van de fietsen in Nederland. Van de variatie. Zelf rijdt hij in Zwolle op een zwarte omafiets met kleurige fietstassen en een groot plastic krat voorop. Met zijn zangerige accent vertelt hij: „Toen ik hier kwam, wist ik niet dat fietsen gebonden zijn aan leeftijd. Dat je een meisjesfiets, een vrouwenfiets, een omafiets hebt. Ik ben net in Spanje geweest. Ik miste Nederland niet. Ik miste alle mooie vrouwen niet, de eindeloze discussies over niets niet, de prachtige bussen en treinen die altijd op tijd rijden niet. Maar ik miste mijn fiets.”

Een auto heeft hij niet. „Gisteren ben ik nog naar de sauna gefietst. Iedereen komt met de Mercedes, en ik kom met de fiets. Het liefst zou ik van de woonkamer naar de wc fietsen.”

In Irak was het anders. Daar fietsen alleen de postbode en kinderen. „Gerespecteerde mannen met snorren fietsen niet”, aldus Rodaan. „Die vinden een fiets een beetje belachelijk: als fietser ben je arm, je hebt geen auto. Hoe groot je auto is, zo machtig ben je. Dus een Irakees koopt liever een Mercedes. Of hij laat zich door vrienden ergens heen brengen. Maar hij heeft geen fiets.”

Zelf fietste Rodaan in Irak ook alleen als kind. „Toen wij verhuisden van Zuid-Irak naar Bagdad, kwam ik ver van school te wonen. Toen kreeg ik een fiets en nam mijn broertje achterop naar school. Het was vier, vijf kilometer. De eerste dag bij school werd de fiets gestolen. Dat had ik kunnen weten. Hij stond wel op slot. Maar sloten helpen niet, in Irak niet en in Nederland niet.”

Ook in Nederland werden meerdere fietsen van Rodaan gestolen. De volgende zal hij niet meer kopen, maar samenstellen. „Alle stations hier hebben lijken van fietsen, zoals in Irak alle straathoeken lijken van mensen hebben. Je ziet fietsen doodliggen op straat. Ik vind dat zo erg. Een vrouw kun je niet naar het leven brengen, maar een dode fiets wel. Dat doe ik. Ik maak van drie fietsen één. Een zadel van hier, combinaties van vrouwen- en mannenfietsen. Ik maak een samenlevingfiets: alle generaties in één fiets.”

De Nederlandse Staat mag de fiets ook wel wat waardiger behandelen, vindt Rodaan. „Op die stomme paspoorten staan leeuwen. Die heb ik hier nooit gezien. Ook geen stoere mannen, alleen maar bange konijntjes. Waarom staat daar niet een mannen- en een vrouwenfiets op?”

Download de routekaart of het gpx-bestand en bekijk minidocu De pont van Rodaan op nrcnext.nl/fiets.