Pasta voor dik Amerika

Pasta met kaas en tomaten, dat kun je echt in eindeloos veel variaties klaarmaken en eten, dacht ik gisteren bij het opschrijven van de frittata met spaghetti en tomatensaus. En hoe gewoon is dit eenvoudige maaltje ook bij ons geworden. Zo gewoon als opgebakken aardappelen – als je het even niet weet dan maak je een eenvoudige pasta met een of andere tomatensaus.

Vroeger thuis aten wij nooit pasta. Het hele woord ‘pasta’ bestond niet, dat is pas ergens in de jaren tachtig in zwang gekomen, daarvoor at je macaroni en héél soms spaghetti, maar nooit ‘pasta’. Macaroni betekende elleboogjes en bij voorkeur met ham en kaas. Of alleen met kaas. Of alleen met ham. En met tomatenketchup.

Ik heb een keer een aflevering van de Keuringsdienst van Waarde gezien waarin ze met onze elleboogjesmacaroni (‘onze’ in de zin van: een pak van Honig) naar de De Cecco-pastafabrieken in Italië gingen. De pastamakers keken naar het bord krullende elleboogjes alsof ze een koeienvlaai gepresenteerd hadden gekregen. Nee, ze dachten niet dat zij dit pasta zouden noemen.

Toen wij in de jaren tachtig de Italiaanse keuken ontdekten, verdween geleidelijk de traktatie die macaroni met kaas heette.

In Amerika niet. Daar eten ze dat onverbiddelijk verder, en sterker nog, daar kun je macaroni met kaas in een pak kopen.

In Jamie Olivers Amerika-kookboek (Jamie’s Amerika), waar ik laatst wat in zat te bladeren, staat natuurlijk ook een macaroni-met-kaas-recept: ‘a killer mac ’n’ cheese’. Hij zegt er zelf bij dat je het niet te vaak moet eten – het is het soort eten waar je heel grote, dikke Amerikanen van krijgt - maar voor een keertje, en als je braaf ook een bordje sla eet, kan het geen kwaad. Het gaat zo:

Mac ‘n’cheese

  • 20 g boter
  • 2 volle eetlepels bloem
  • 5 teentjes knoflook, gesnipperd
  • 3 verse laurierblaadjes
  • 1/2 l halfvolle melk
  • 300 g elleboogjesmacaroni
  • 4 tomaten
  • 75 g belegen kaas, geraspt
  • 50 g parmezaanse kaas, geraspt
  • blaadjes van 4 takjes tijm
  • scheutje worcestershiresaus
  • wat geraspte nootmuskaat
  • 3 volle el broodkruim
  • olijfolie

Zet een grote pan water met zout op. Smelt de boter op laag vuur in een ovenvaste braadpan, voeg de bloem toe, draai het vuur tot middelhoog en roer tot je een dikke pasta krijgt, de roux. Voeg de gesnipperde knoflook toe, blijf roeren tot de knoflook goudkleurig is. Voeg de laurierblaadjes toe en, in kleine beetjes tegelijk, de melk. Goed blijven roeren, doorgaan tot alle melk op is. Breng de saus zachtjes aan de kook en laat hem pruttelen, roer af en toe.

Verwarm de oven voor op 220 graden.

Kook de macaroni in het zoute water. Snijd intussen de tomaten in stukjes en bestrooi ze met zout en peper.

Giet de pasta af en voeg toe aan de saus. Roer door en draai het gas uit. Voeg de geraspte kaas, de tomatenstukjes en de helft van de tijm toe, en een stuk of tien druppels worcestershiresaus en drie raspjes nootmuskaat. Proef of de smaak bevalt.

De macaroni moet een beetje nat zijn want hij gaat nog in de oven, voeg eventueel  een scheutje water toe. Zet de pan in de oven en bak een half uur ‘tot het goudkleurig, borrelend, knapperig en verrukkelijk is’.

Bak intussen het broodkruim en de tijm met een klein scheutje olie op middelhoog vuur tot het kruim lichtbruin is.

Serveer het broodkruim bij de macaroni.