Laatste gezicht van Griekse kolonels

Dimitris Joannídis greep in 1973 de macht binnen het Griekse kolonelsregime en lokte in 1974 de invasie van Cyprus door Turkije uit.

In de Atheense Korydallós-gevangenis is gisteren Dimitris Joannídis (87), Griekenlands ‘laatste dictator’, overleden. Hij zat een straf van zeven maal levenslang uit voor zijn aandeel in de militaire staatsgreep van 21 april 1967, de folteringen die daarop volgden en de onderdrukking van de studentenopstand op de Polytechnische Hogeschool van Athene in november 1973.

Joannídis, die in de jaren vijftig aangesloten was bij de geheime, uiterst rechtse officiersgroep IDEA, speelde al een hardvochtige rol als commandant van het concentratiekamp op het eiland Makróniso, tijdens de burgeroorlog van 1946 tot 1949. Bij de staatsgreep van 1967 trad hij als brigadegeneraal niet op de voorgrond, maar in de jaren daarna werd hij berucht als leider van de ESA, de militaire politie. Toen al werd hij genoemd als alternatief voor het bewind van Jorgos Papadópoulos, waarbij diens aanhangers in binnen- en buitenland waarschuwden „dat het nog erger kon”.

Toen dictator Papadópoulos in 1973 over leek te gaan naar een vorm van liberalisatie, gepaard met algemene amnestie, betoonde Joannídis zich daarvan een overtuigd tegenstander. De studentenopstand van november, waarbij bleek hoe weinig steun het regime had, bood hem de gelegenheid de macht te grijpen.

Joannídis benoemde een nieuwe president en premier, maar bleef zelf als een soort spinachtige figuur achter de schermen de macht uitoefenen. Het regime werd, met talloze nieuwe arrestaties, inderdaad weer harder en het concentratiekamp op het eiland Jaros werd weer in gebruik genomen.

Joannídis kwam in juli 1974 ten val ten gevolge van zijn politiek inzake Cyprus, waar aartsbisschop Makarios hem al jaren een doorn in het oog was. Om de énosis (vereniging met Griekenland) te bewerkstelligen, liet hij het Griekse contingent op het eiland op de morgen van 15 juli een staatsgreep uitvoeren. Makarios wist echter levend te ontsnappen.

Turkenhater Nikos Samsón werd ‘president’, maar vijf dagen later landden de Turken op het eiland, hetgeen tot de ontbinding van de junta in Athene leidde, die een chaotisch verlopen mobilisatie had afgekondigd. In de nacht van 23 op 24 juli werd oud-premier Karamanlis uit Parijs teruggeroepen.

Pas het jaar daarop kwamen de processen tegen de juntaleiders op gang, maar tot het veel bepleite proces tegen Joanníd wegens „verraad van Cyprus” is het niet gekomen om de betrekkingen met de Verenigde Staten niet te schaden. Hij werd wel veroordeeld voor zijn rol in de staatsgreep van 1967.