Ik zou zelfs werk als straatveger aannemen

De aanpak van de nieuwe conservatief-liberale regering is onduidelijk.

„Langdurige werkloosheid achtervolgt jongeren in de rest van hun loopbaan.”

Al drie jaar maakt Adzor Samms (30) elke twee weken de gang naar het arbeidsbureau in de Londense wijk Brixton. Om te zien of er werk is en om recht te houden op zijn uitkering van 65 pond (78 euro) per week. Maar een baan heeft de zwarte jongeman met zijn laag hangende broek nog altijd niet.

„Er is gewoon niets te vinden. Zelfs als ze me werk zouden bieden als straatveger zou ik het aannemen”, zegt Samms, die is geboren en getogen in deze buurt in het zuiden van de Britse hoofdstad. Vanouds zijn hier veel mensen uit het Caraïbisch gebied neergestreken. Zijn laatste baantje was bij een bakkerij verderop in de straat.

De werkloosheid onder Britse jongeren is de laatste jaren sterk gestegen en juist jongeren uit etnische minderheidsgroepen hebben het vaak zwaar te verduren. Hier en daar worden zelfs al parallellen getrokken met ‘de verloren generatie’ onder het premierschap van Margaret Thatcher in de jaren ’80, toen er onder jongeren massale werkloosheid heerste.

Zulke vergelijkingen lijken enigszins voorbarig. Het nationale werkloosheidspercentage bedroeg volgens de recentste cijfers (eerste kwartaal van dit jaar) 7,9 procent, beduidend meer dan een paar jaar geleden, maar nog lang niet zo dramatisch als 25 jaar geleden. Het Britse bureau voor de statistiek meldt bovendien dat het werkloosheidspercentage voor jongeren in de groep 18-24 jaar – altijd iets hoger dan de rest – ruwweg even snel is gestegen als dat voor de beroepsbevolking als geheel. In totaal zaten eind april 713.000 18- tot 24-jarigen zonder werk.

Richard Exell, econoom bij de vakcentrale TUC , waarschuwt tegen onderschatting van het probleem van de jeugdwerkloosheid. Sociaal gezien kleven er volgens hem grote risico’s aan. „We weten uit de jaren tachtig en negentig dat langdurige werkloosheid in zo’n vroeg stadium jongeren vaak ook in de rest van hun loopbaan achtervolgt”, zegt hij. „Ze lopen ook later meer kans hun baan kwijt te raken en hun loon blijft naderhand achter bij dat van anderen.”

Ook Samms’ leven is volkomen ontwricht door zijn langdurige werkloosheid. Hij was getrouwd en hij heeft twee jonge kinderen. „Maar mijn Missus wilde van me af, omdat ik geen werk heb”, vertelt hij, terwijl hij zijn zonnebril omhoog schuift over zijn met olie bewerkte haar. Nu heeft hij een nieuwe vriendin, maar ook met haar heeft hij vaak ruzie. Het voornaamste twistpunt? Ook weer het feit dat hij geen werk heeft.

Zijn auto heeft Samms, die is opgeleid als schilder en stukadoor, moeten verkopen en zelfs voor het verlengen van zijn rijbewijs ontbrak hem enige tijd geleden het geld.

Een bijzonder kwetsbare categorie vormt ook die van alleenstaande ouders, zoals de 26-jarige Sakeena Abdullah. Voor hetzelfde arbeidsbureau wacht ze met haar twee jonge kinderen op een vriendin, een accountant die ook werkloos is. Abdullah, die haar hoofd bedekt heeft met een hoofddoek, is afkomstig uit Kosovo, maar woont hier al veertien jaar en heeft een Brits paspoort. Ze wil graag werken en geld verdienen. Maar hoeveel cv’s ze ook rondstuurt en hoeveel werkgevers ze ook benadert, het wil niet lukken.

De huidige problemen vloeien deels voort uit de recessie, maar de groeiende werkloosheid onder jongeren had zich al enkele jaren daarvoor gemanifesteerd, althans bij de groep van 16- tot 24-jarigen. Ook de vorige Labourregering wist daar niet goed raad mee. Haar speciale New Deal-programma’s voor jongeren waren aanvankelijk succesvol. Ze gaven werkzoekende jongeren tussen de 18 en 24 intensieve begeleiding, hielpen hen aan arbeidsplaatsen, bij voorkeur als betaalde krachten, maar eventueel ook in de vrijwillige sector. Wie na vier maanden nog zonder werk zat, moest verplicht een aanvullende opleiding volgen. Na enkele jaren nam de effectiviteit van de New Deal for Young People echter af. Mogelijk was het reservoir getalenteerde werkloze jongeren uitgeput.

De aanpak van de nieuwe conservatief-liberale regering is nog niet duidelijk, al staat vast dat ze minder geld wil spenderen aan het reduceren van de jeugdwerkloosheid dan Labour. Op dit moment biedt de overheid echter nog wel zachte leningen voor een andere opleiding. Maar iemand als Samms schiet daar naar eigen zeggen niets mee op: „Ik heb nú geld nodig, niet over een jaar of zo.”

Langdurige werkloosheid herbergt ook andersoortige sociale risico’s in zich. Samms vertelt dat ook de meeste van zijn vrienden, velen net als hij jonge vaders, geen werk hebben. Sommigen zijn inmiddels het criminele pad opgegaan. Komt Samms niet in de verleiding dat voorbeeld te volgen? „Als ik een fast buck kan verdienen, zal ik het niet laten”, zegt hij met een veelbetekenende grijns.