Het begint met 1 volkje

Net als in New York groeit ook hier de belangstelling voor het imkervak.

„Ik vul nu met gemak een klasje van twintig”, zegt imker Paul van Rooijen.

„Als de bijen je in de greep krijgen, ben je verkocht”, zegt Paul van Rooijen. „Je begint met één volkje, daarna wil je er steeds meer.” Van Rooijen is secretaris van Imkersvereniging Den Haag en omstreken. Tijdens een bezoek aan de Floriade raakte hij in de ban van de bij. Tien jaar geleden volgde hij een cursus bijen houden en startte zijn eerste kast. Een jaar later haakte zijn vrouw Hanneke in.

Nu is het echtpaar de drijvende kracht achter de bijna honderdjarige imkersvereniging, die zich schuil houdt achter een oud stenen muurtje langs de Leidsestraatweg, pal naast het nagelnieuwe Louwmanmuseum. Met veel plezier verzorgen ze de gemeenschappelijke bijenkasten en organiseren cursussen in het houden van bijen.

„Dat bijen houden in New York zo populair aan het worden is, verbaast me niets”, zegt Paul van Rooijen. „Ook hier zien we een stijgende belangstelling. Vroeger had ik met moeite acht cursisten per seizoen. Nu kan ik met gemak een klasje van twintig vullen. Er zitten meer jonge mensen tussen. En ook steeds meer vrouwen.”

Dat laatste valt ook Kleis Hensen op, secretaris van de Algemene Nederlandse Imkersvereniging. „Bijen houden is niet langer exclusief een liefhebberij voor grijze heren. Het aantal vrouwelijke imkers in Nederland neemt toe.” Hoeveel imkers ons land precies telt is niet officieel geregistreerd, maar de drie landelijke verenigingen (NBV, ANI en ABTB) tellen samen een kleine 6.000 leden. 95 procent is hobby-imker, slechts een klein percentage houdt bedrijfsmatig bijen.

Het volgen van een cursus is voor beginnende imkers geen overbodige luxe. Een bijenvolk beheren en gezond houden, weten wanneer en hoeveel honing je kunt afnemen, na de zomer suikerwater suppleren zodat de bijen ’s winters voldoende voedsel hebben; er valt nogal wat over te leren.

Cursussen lopen van maart tot september en beginnen met een aantal theorielessen. Daarna krijgen cursisten in groepjes van twee een bijenvolk toegewezen en een coach. „Maar na één bijenseizoen ben je er nog niet”, legt Paul van Rooijen lachend uit. „Je kunt het vergelijken met het halen van je rijbewijs. Pas na een jaar of drie, vier praktijkervaring krijg je het echt in de vingers.”

Niet alle Haagse cursisten willen daadwerkelijk (hobby)imker worden. Sommigen volgen de cursus puur uit theoretische interesse. Maar wie ermee wil starten, krijgt traditiegetrouw een bijenvolk van de vereniging cadeau. Zo was er vorig jaar een student die zijn eerste bijenkast neerzette op het balkon. Dat ging goed totdat de buurvrouw het in de gaten kreeg. Veel mensen zijn – onterecht, volgens Paul van Rooijen – angstig voor bijen. En in de meeste gemeenten mag je zonder toestemming geen bijen houden op minder dan 30 meter van een andere woning of van de openbare weg. De kast moest dus weg.

Het echtpaar Van Rooijen heeft haar eigen kasten ook niet in de Voorschotense achtertuin staan, maar bij een kinderboerderij. De boerderij is er blij mee, want zo’n bijenvolk zorgt niet alleen voor de bestuiving van bloemen en bomen, maar heeft ook educatieve waarde. Andere leden van de vereniging hebben hun kasten geplaatst in heemtuinen, in parken en op volkstuincomplexen. Sommige hobby-imkers verdienen wat bij door hun kasten tijdens het bloeiseizoen te plaatsen bij tuinders.

Hanneke van Rooijen: „Wij nemen één keer per jaar een paar van onze volken mee naar de hei bij Elspeet, puur voor de pret. Heidehoning is zoiets moois. Het heeft een heel hoge viscositeit. Je kunt zo’n pot gewoon ondersteboven houden en dan loopt er niets uit.”

Voor meer informatie: www.bijenhouders.nl