Geluid critici risico voor eenheid CDA

Het CDA voert intern strijd. Prominente oudgedienden hebben moeite met de PVV, een groot deel van de achterban niet. Het formatiecongres kan straks duidelijkheid bieden.

Oud-premier Dries van Agt, voormalig landbouwminister Cees Veerman, ex-informateur Herman Wijffels, ex-minister van Financiën Frans Andriessen, oud-minister Hans van den Broek, oud-vakbondsman Doekle Terpstra. Ziehier een aantal CDA-prominenten die zich, met uiteenlopende argumenten, uitspraken tegen regeringssamenwerking met de PVV. De teller van het aantal actieve CDA’ers dat het manifest Wij staan voor onze grondrechten heeft ondertekend, stond vanmorgen op 920.

Tekent zich een scheiding der geesten af binnen het CDA? Of gaat het om een beperkte groep ‘leunstoelgeneraals’ die zich nu roert, en is het maar een klein deel van de achterban dat een minderheidskabinet van VVD en CDA met een gedogende PVV niet ziet zitten? Het tegenmanifest Wij staan achter het CDA kreeg in een paar dagen ruim 1.700 reacties, maar hier is niet duidelijk om hoeveel CDA’ers het gaat. De teneur van de reacties duidt op een generatiekloof. Een oud-raadslid schrijft: „Het wordt tijd dat de oud-bewindslieden zoals Van Agt en Van den Broek het veld ruimen. Zij denken dat ze de partij zijn. Hebben moeite om te erkennen dat hun macht voorbij is.” En: „Liever gedogen met PVV dan regeren met links.”

Een van de eerste daden van waarnemend voorzitter Henk Bleker was, toen hij na de desastreus verlopen verkiezingen aantrad, een formatiecongres aankondigen. Dat wordt gehouden als het CDA aan een regeringscoalitie gaat deelnemen. Het leek vooral bedoeld om eventuele onrust over samenwerking met de PVV in te dammen. CDA-leden hoeven zich tijdens de onderhandelingen niet te roeren, ze hebben altijd het laatste woord.

Maar die rustgevende werking heeft de maatregel van Bleker nog niet gehad. Dat geldt ook niet voor twee bijeenkomsten met partijprominenten die hij organiseerde. Ook die hadden als doel om publieke onrust te voorkomen. De rijen gesloten houden, was eens dé kwaliteit van het CDA, maar nu schuwen veel partijleden de publiciteit niet.

De kritiek kwam niet alleen van mensen als Doekle Terpstra of oud-Kamerlid Ton de Kok, die vaker kritisch zijn over de eigen partij. De kritiek komt ook niet alleen van de linksige protestanten – „ARP’ers uit jaren zeventig en tachtig”, zoals in kringen rond de partijtop valt te horen. Ook katholieken als Van Agt, Van den Broek en Andriessen roerden zich. En het gaat ook niet alleen om uitgewerkte oud-bewindslieden. Cees Veerman werd tot voor kort nog als serieuze kandidaat voor het partijleiderschap gezien. Hij wijst de samenwerking overigens niet heel stellig af. „De vraag is of het past bij onze basiswaarden”, zegt hij in de Volkskrant over de PVV. De voorzitter van Natuurmonumenten vreest vooral dat bij het aanstaande kabinet natuur en milieu zullen ondersneeuwen. Dat geldt ook voor Herman Wijffels, de man die in 2006 het kabinet van CDA, PvdA en ChristenUnie formeerde. Maar hij is ook los van het milieu bezorgd. De coalitie die nu in de maak is, gaat volgens Wijffels „noch voor de landsmacht, noch voor de partij in de gewenste richting”. Ze zal „de tegenstellingen in de maatschappij verscherpen in plaats van overbruggen”.

Vanuit de partijtop wordt niet op de publiciteit gereageerd, met een verwijzing naar het formatiecongres. Als het resultaat van de onderhandelingen maar goed is, zal daarbij blijken dat een overgrote meerderheid de PVV als gedoger van het kabinet wel acceptabel vindt, is de inschatting. De voorlopige partijleider, fractievoorzitter Maxime Verhagen, is een pragmatisch politicus: hij is er van overtuigd het CDA met zijn 21 zetels niets klaar kan maken in de oppositie. Bij de huidige kiezersmarkt win je alleen als je in beeld bent. En met een cruciale plek in de rechtse coalitie komt het CDA ondanks de weinig zetels volop in beeld. Op een goede manier, zolang maar wordt wordt vastgelegd dat de extreme opvattingen van Geert Wilders niet tot beleid worden verheven.

De fractievoorzitter in de senaat, Jos Werner, denkt dat het grootste deel van de achterban achter deze lijn staat, net als hij. Werner was tegen regeren met de PVV, maar met de gedoogconstructie kan hij leven. „De PVV is niet melaats. In de Tweede Kamer werd al wel eens samengewerkt met de PVV. Het CDA sluit nooit partijen uit. En ik ben ervan overtuigd dat de rechtstaat niet wordt verkwanseld.” Als er een goed akkoord komt, zal hij niet tegenstemmen.

In de provincie waar het CDA het meest verloor, Limburg, is er ook steun voor de partijlijn. Bestuurslid Hubert Mackus zegt: „Als wij zeggen dat de PVV onacceptabel is, dan zeggen we tegen de PVV-kiezers dat ze onacceptabel zijn. En dat zijn er toch wel erg veel. Die zouden we zo niet terugkrijgen.” Hij vindt dat de grote aandacht voor kritische prominenten een vertekend beeld geeft over wat de achterban denkt.

Als dat klopt, dan kan de partijtop nog steeds niet zorgeloos naar het formatiecongres uitzien. Als daar 20 à 30 procent tegenstemt, heeft het CDA wel degelijk een probleem. Als je de mening van pakweg 15.000 van de 65.000 CDA-leden doortrekt naar de kiezersmarkt – de vraag is natuurlijk of dat één op één kan – dan verliest de partij een belangrijk deel van haar vaste aanhang. Dat zou kunnen betekenen dat de ChristenUnie bij de volgende verkiezingen een keer in de zo gewenste dubbele cijfers terechtkomt.