Een nieuwe baan en nieuwe jongens voor pater Jan

Nadat justitie zijn misbruik van kinderen in Rijswijk seponeerde, ging pater Jan verder in Zeeland. De orde van salesianen liet het gebeuren. Zijn slachtoffers werden genegeerd.

Op zijn kamer in een bejaardentehuis in Wijchen, bij Nijmegen, vertelde pater Jan N. vorige week aan een zedenrechercheur van de politie Haaglanden hoe hij vijfendertig jaar geleden kinderen misbruikte. Een van zijn slachtoffers, de Hagenaar Paul Brandt (44), wilde duidelijkheid en de politie werkte daaraan mee, ook al is het vergrijp verjaard.

Pater Jan is 88 jaar, bijna blind en salesiaan van Don Bosco. Vanaf 1953 had de pater de leiding over jeugdcentrum Don Bosco in Rijswijk. Hij was ook geestelijk adviseur van voetbalclub RKSV Juventas en jeugdleider van de Rooms Katholieke Tafeltennisvereniging Steeds Hoger, ook bekend als The Smash Boys. Onder de jongens van de vereniging deden verhalen de ronde. Men waarschuwde elkaar om niet alleen met de pater ‘naar achteren’ te gaan.

Leo van Adrichem, ex-bestuurslid van de Stichting Vrienden Jeugd- en Jongerencentrum Don Bosco: „In de jaren zeventig was hij in de weer met jongetjes. Die liet hij bij zich komen om te biechten. Binnenskamers werd daar schande over gesproken. Zijn plotse vertrek was omgeven met geheimzinnigheid. Zo ging dat toentertijd. Er werd niet over gepraat.”

Paul Brandt was destijds uit huis geplaatst door de kinderbescherming. Hij verbleef in een kindertehuis in Scheveningen. In 1974, toen Paul acht jaar was, misbruikte de priester hem geregeld. Pater Jan nam hem als 10-jarige een weekeinde mee naar de Belgische badplaats Knokke. „We gingen met de trein naar Maastricht. Daar werden we in de hal van het station opgehaald door een eigenaar van een cafetaria uit Knokke. Die bracht ons met zijn auto – ik herinner me een witte Mercedes – naar Knokke. Daar ben ik in een huis door vier andere mannen misbruikt. De pater en de cafetariahouder waren erbij. Achteraf had het er alle schijn van dat de pater lid was van een netwerk van pedofielen. Vandaar ook die foto’s.”

De kleurenfoto’s werden de pater noodlottig. Jan N. had de jongens naakt laten poseren en zijn seksuele handelingen met hen vastgelegd.

In mei 1979 stapten twee rechercheurs met een stapeltje foto’s het kindertehuis in Scheveningen binnen. Ze ondervroegen Paul Brandt en een andere internaatsjongen van wie ook foto’s gemaakt waren. Pater Jan zat een week in de cel. Hij bekende ontuchtige handelingen gepleegd te hebben met minderjarige jongens. Daarna ging hij met ziekteverlof.

Het Openbaar Ministerie in Den Haag ontving van de politie het dossier met de belastende verklaringen, de bekentenis en de foto’s. Een kant-en-klare zaak, maar pater Jan hoefde niet voor de rechter te verschijnen. Op 12 april 1980 ontving hij een brief van de officier van justitie. Zijn zaak werd voorwaardelijk geseponeerd, met een proeftijd van drie jaar. In deze periode mocht hij niet actief zijn in het jeugdwerk en diende hij therapie te volgen, blijkt uit documenten die deze krant heeft ingezien. Het Haagse parket kan het besluit niet toelichten. Het dossier is vernietigd.

De salesianen zorgden in 1979 voor hun medepater. Hij werd weer opgenomen in de congregatie. Die zorg was er niet voor slachtoffers. Zij hoorden niets. Ze kregen geen begeleiding, geen vergoeding en geen excuses.

Het seksueel misbruik was voor de salesianen geen belemmering om de pater vijf jaar later een baan te bezorgen waardoor hij opnieuw in contact zou komen met jongens. Met hulp van het bisdom Breda werd de pater pastoor van de Willibrordusparochie in Terneuzen. De parochianen in Terneuzen wisten niets over zijn pedoseksuele verleden. Ook het bisdom Breda werd niet geïnformeerd, volgens vicaris-generaal Vincent Schoenmakers: „Wij wisten niet dat hij eerder bij zulke zaken betrokken was.”

In Terneuzen ging het opnieuw mis. Pater Jan had drie jaar lang seks met twee 13-jarige jongens en een 15-jarige jongen. De pater liet zich aftrekken en trok de jongens af. Daarvoor gaf de priester de jongens geld. Ook dat kwam uit. In 1990 veroordeelde de rechtbank Middelburg de salesiaan tot vier maanden voorwaardelijke celstraf 160 uur taakstraf. In het eindvonnis stelde de rechtbank vast dat „bij ten minste één van de jongens ernstige psychische problemen zijn ontstaan. Rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat ook andere jongens dergelijke problemen zullen krijgen. Mede in aanmerking genomen de maatschappelijke positie van verdachte is de rechtsorde door deze feiten ernstig geschokt.”

Nergens is in het vonnis een verwijzing te vinden naar het kindermisbruik in Rijswijk. Dat de straf laag uitviel, kwam ook omdat de rechtbank een rapport van een psychiater liet meewegen. Die omschreef pater Jan in zijn verslag als een „karakterneurotische man” met een „gebrekkige ontwikkeling der geestvermogens”. „Met name het ernstige conflict tussen zijn celibatair leven en zijn seksuele drang is voor betrokkene een moeilijk te verwerken probleem.”

De belangrijkste conclusie was dat de pater geen normale ontwikkeling had doorgemaakt van kind tot puber en vervolgens tot volwassen man. Zijn seksuele beleving en fixatie waren in een kinderlijke fase blijven steken. Hij was op 12-jarige leeftijd ingetreden bij de salesianen. Het was aannemelijk dat zijn latere misbruik in verband gebracht kon worden met de nog vóór zijn puberteitsfase afgebroken ontwikkeling, de opgelegde kuisheid en het isolement van de mannenwereld.

Drie jongens uit Terneuzen hadden aangifte gedaan, maar er was meer aan de hand, verklaren twee slachtoffers van pater Jan. De salesiaan had volgens hen alleen al in Terneuzen vijftien jongens misbruikt. Daarin ging hij verder dan ontuchtige handelingen, volgens een slachtoffer dat ook verkracht zegt te zijn. Dat dit niet bekend was tijdens het politieonderzoek naar de pastoor, is volgens Martin de Witte, advocaat van het slachtoffer, verklaarbaar: „De jongens schaamden zich en durfden niet alles te vertellen. Daarbij denk ik ook dat de zedenpolitie gewoon slecht werk geleverd heeft. Ze hadden dit boven water moeten halen.”

Na de veroordeling ontsloeg de toenmalige bisschop van Breda, Huub Ernst, de pastoor. Hij ging terug naar zijn congregatie. Bisdom noch congregatie deed nader onderzoek naar de omvang van het misbruik of zocht contact met de slachtoffers om hen te steunen of om bij te dragen in de kosten van de psychische hulp. Volgens de kerkelijke regels had het bestuur van de salesianen pater Jan uit het priesterambt kunnen laten zetten. Dat gebeurde ook niet.

Pater Jan wil niet veel zeggen. Voor de feiten in Rijswijk is hij „nooit veroordeeld” zegt hij, en in Middelburg kreeg hij „slechts een taakstraf”. „Als u meer wilt weten belt u mijn advocaat maar.” Die wil niet reageren. Ook de salesianen weigeren commentaar.

Reacties: misbruik@nrc.nl