Een ministerie van Veiligheid is onzalig

In de rechtsstaat gaat het om méér dan veiligheid: burgers moeten beschermd worden tegen de overheid. Politie overhevelen naar Justitie is niet raadzaam, aldus Frank Kuitenbrouwer.

Waarover praat het nieuwe ‘justitieclubje’ van de Kamerleden Teeven (VVD), Van Haersma Buma (CDA) en Brinkman (PVV)? Tien tegen één dat een nieuw ministerie van Veiligheid op hun boodschappenlijstje staat. Dat kan op verschillende manieren: samenvoeging of overkoepeling van de huidige departementen van Binnenlandse Zaken en Justitie, of alleen het overhevelen van de politie naar Justitie. Het streven naar een efficiënter ‘kernkabinet’ bestond al langer. Daar komt nu bij dat een minderheidskabinet minder ministersposten nodig heeft om te verdelen.

Een groot ministerie van Veiligheid vormt een krachtig signaal. Dat dreigt echter de kern van de zaak te overstemmen. De verdediging van de rechtsstaat is niet hetzelfde als veiligheid. Dat ene ministerie is dan ook „het verkeerde antwoord op een verkeerde vraag”, zoals oud-topman van het Openbaar Ministerie De Wijkerslooth het uitdrukte in zijn Leidse oratie van 2005. Een onzalige gedachte.

Het lijkt handig een eind te maken aan de spreekwoordelijke stammenstrijd tussen Justitie en Binnenlandse Zaken over de politie. Deze heeft ongetwijfeld hinderlijke kanten. Maar achter het onderlinge gehakketak schuilt een spanning van fundamenteel belang tussen de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde (officier van justitie) en de bestuurlijke (burgemeester). Dit soort kwesties verdient op landelijk niveau openlijk op tafel te komen en niet te worden weggemoffeld in de interne machinaties van een superministerie.

De bestrijding van terrorisme is een sterk argument voor eenheid van beleid. Maar het ministerie van Veiligheid gaat ook over de aanpak van alledaagse misdaad en overlast. Nu al is er een olievlekwerking van de uitzonderlijke overheidsbevoegdheden tegen terrorisme naar georganiseerde zware criminaliteit, waar ze niet voor bedoeld waren, en naar de gewone burger, waarvoor ze helemaal niet bedoeld horen te zijn.

Het is voor een minister van Veiligheid moeilijk om zonodig ‘nee’ te zeggen. Het strafrecht dreigt alleen maar verder in politiek vaarwater te komen. Zeker met de inbreng van de PVV, die al een initiatief wetsvoorstel op haar naam heeft staan over verplichte minimumstraffen en verhoging van strafmaxima, oplopend tot 250 procent. „Onverantwoord”, aldus de strafrechtsgeleerde Groenhuijsen in Delikt en Delinkwent van februari. „Het komt neer op een verbod na te denken bij het opleggen van straf.” En dan heeft hij het nog niet over de afbreuk die dit plan doet aan de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht.

De kwetsbaarheid voor politieke druk van het OM dat soms gevoelige beslissingen moet nemen over het al dan niet instellen van strafvervolgingen, neemt in de nieuwe opzet alleen maar toe. Een andere complicatie: onder een ministerie van Veiligheid valt ook de AIVD. „Dat kan echt niet”, zei de vorige minister van Binnenlandse Zaken Guusje ter Horst tegen de Volkskrant. „Degene die de scepter zwaait over de opsporing, kan onmogelijk beschikken over alle informatie die de inlichtingendienst verzamelt. Het is onbegrijpelijk dat niemand daarover valt.”

Zij vindt dat de AIVD dan ergens anders heen moet, naar Algemene Zaken, direct naar de minister-president. Maar dat lost het probleem voor het OM niet op.

Trouwens, wat is veiligheid? Die bevorder je ook – misschien wel beter – door een goed jeugdbeleid, dat steeds maar uitblijft. Maar dat wil toch niet zeggen dat de ministers van Onderwijs en voor Jeugd en Gezin nu maar in het Veiligheidsministerie moeten worden getrokken. Op de keper beschouwd geldt dat ook voor Landbouw (gevaarlijke diervirussen), Verkeer (gevaarlijke transporten) of VROM (gevaarlijk vuurwerk). Dat is natuurlijk niet de bedoeling van het nieuwe kernkabinet. Maar zo’n superministerie draagt wel bij aan onrealistische verwachtingen bij de burgers.

Het gaat ook tegen de trend in. Zie Groot-Brittannië, dat altijd heeft vastgehouden aan een overkoepelend Home Office, zij het met een aparte Lord Chancellor voor de rechterlijke macht, wiens functie terugging tot de Normandische verovering in 1066. Dat bleek uiteindelijk toch niet voldoende. In 2007 stelde het Verenigd Koninkrijk een afzonderlijk ministerie van Justitie in. In de staten van continentaal Europa is dat ook de regel. Een minister van Justitie heeft binnen de regering een aparte (gewetens)functie, zoals ook blijkt uit de naamgeving: Garde des Sceaux in Frankrijk en in de VS: Attorney General. Wat ze er van maken is een tweede, maar de boodschap is duidelijk: de rechtsstaat is méér dan veiligheid. Niet voor niets is het voorstel veiligheid als zelfstandig grondrecht op de nemen in onze Grondwet een zachte dood gestorven. De Grondwet is er juist om de rechten en vrijheden van de individuele burger te beschermen tegen de overheid. Ook als deze voldoet aan zijn elementaire plicht op te komen voor de interne veiligheid van het land. Het is onvoldoende om te verwijzen naar de rechterlijke macht als tegenwicht. De regering heeft een zelfstandige opdracht vorm te geven aan de rechtsstaat. Dat moet ook tot uitdrukking worden gebracht in de organisatie van het kabinet.

Frank Kuitenbrouwer is medewerker van NRC Handelsblad.