De Talibaan winnen aan zelfvertrouwen

Voor de derde keer dit jaar komen de Talibaan in het nieuws als aanklager, rechter en beul in Afghaanse zedenzaken. De officiële rechtspraak blijft in gebreke.

De steniging van twee Afghaanse geliefden die zonder toestemming van hun ouders wilden trouwen is het derde voorbeeld dit jaar dat de Talibaan zich opnieuw opwerpen als de zedenmeesters van Afghanistan. Qayum en Sadiqa (beiden twintigers) ontvluchtten vorige week hun dorp in het noordelijke Kunduz maar werden weer opgespoord. Zondag zijn zij gestenigd door Talibaanstrijders en hun eigen familieleden, ten overstaan van juichende dorpsgenoten.

De executie komt na de voltrekking van het Talibaandoodvonnis tegen een 48-jarige weduwe in het noordwestelijke Badghis vorige week, die ongetrouwd zwanger zou zijn geraakt. Voordat zij werd doodgeschoten kreeg ze 200 zweepslagen. En in januari kregen twee meisjes van dertien en veertien zweepslagen omdat zij hun echtgenoten waren ontvlucht in Ghor, in het midden van het land.

Het provinciebestuur van Kunduz heeft de steniging veroordeeld als „strijdig met de mensenrechten en internationale conventies”. Volgens Amnesty International is dit de eerste bevestigde steniging sinds de verdrijving van het Talibaan-regime eind 2001, al is daarmee zeker niet gezegd dat het niet vaker is voorgekomen. Eerder deze maand vestigde het tijdschrift Time de aandacht op Talibaanstraffen door een publicatie over een achttienjarig meisje uit Uruzgan, wier oren en neus waren afgesneden omdat zij was weggelopen van haar gewelddadige schoonfamilie.

De lijfstraffen en executies worden gezien als een teken van het groeiende zelfvertrouwen van de Talibaan, ook in regio’s als Badghis en Kunduz, waar zij voorheen niet sterk stonden. „De Talibaan en andere opstandelingengroepen worden steeds wreder in hun geweld tegen Afghanen”, zegt Amnesty, dat wijst op de toename van het aantal burgerslachtoffers door acties van de opstandelingen.

Onbekend is of de Talibaan in Kunduz de steniging eigener beweging hebben bevolen, of dat de familie van het stel hun hulp heeft ingeroepen. In alle regio’s waar de Talibaan sterk staan hebben zij schaduwrechtbanken die claimen de ware handhavers te zijn van de hudood, het strikte strafrecht van de shari’a. Afghanen wenden zich tot die rechtbanken omdat de officiële justitie vooral in de rurale gebieden afwezig is of gebrekkig functioneert.

Organisaties als Amnesty waarschuwen dat mensenrechten en met name vrouwenrechten niet mogen worden opgeofferd bij de pogingen van president Karzai om vrede te stichten met de opstandelingen. Behalve met de Talibaan van Mullah Omar zoekt de regering contact met de zeer fundamentalistische krijgsheer Gulbuddin Hekmatyar. Gevreesd wordt dat de opstandelingen mogen delen in de macht in ruil voor een einde aan het geweld.

Overigens lopen geliefden die weglopen in Afghanistan ook grote risico’s zonder een oordeel van een Talibaanrechtbank. Een onderzoek van de Afghaanse mediaorganisatie SABA in 2008 wees uit dat 37 procent van de bevolking van Uruzgan vindt dat in zo’n geval beiden moeten worden gedood. Als een meisje haar ouders of man ontvlucht vindt 34 procent dat zij moet worden gestenigd.