De kleine rode knop

De zittingsduur van de president van De Nederlandsche Bank zal worden beperkt tot twee termijnen van zeven jaar. Dat is de belangrijkste stap die minister De Jager (Financiën, CDA) heeft genomen als gevolg van het plan van aanpak dat de centrale bank heeft ingediend. De bewindsman heeft dat gisteren aan de Tweede Kamer gemeld.

De Nederlandsche Bank had deze opdracht gekregen naar aanleiding van de conclusies die de Commissie-Scheltema, die vorige maand zeer kritisch was over het toezicht op de banksector.

De stap van De Jager doet stoer aan, maar is in wezen gratuit en, ernstiger nog, schadelijk. De tweede termijn van de huidige bankpresident Wellink loopt volgend jaar juni af. Al voor het rapport van Scheltema was duidelijk dat het politieke draagvlak voor een eventuele derde termijn was afgebrokkeld.

De Jager kon kennelijk drie dingen doen. De meest vergaande ingreep, het wegsturen van de centralebankpresident, ligt indirect binnen de mogelijkheden van de minister, maar is ondenkbaar. Het betreft hier de zogenoemde ‘nuclaire optie’: De Jager kan deze grote rode knop indrukken, maar vernietigt daarmee eveneens de monetaire en financiële reputatie van Nederland.

De Jager had ook simpelweg kunnen wachten tot volgend jaar. Zoals het er nu voorstaat zou Wellink toch niet worden herbenoemd. Het is een raadsel waarom hij dat niet heeft gedaan.

In plaats daarvan, de derde optie, komt de minister nu met de wetswijziging die het aantal termijnen beperkt tot twee. De schade die de minister hier mee aanricht is groot. Als het beperken van het aantal termijnen een kennelijke hartewens was van de minister, had hij daarmee ook tot volgend jaar kunnen wachten, bij de benoeming van de nieuwe bankpresident. Nu grijpt De Jager indirect toch in en dat heeft gevolgen.

De autoriteit van een topman van een bedrijf of instelling houdt vaak op op het moment dat zijn aftreden bekend wordt gemaakt. Daarom wordt daar doorgaans zo lang mogelijk mee gewacht. Doordat nu al een jaar van tevoren formeel en plompverloren wordt vastgesteld dat Wellinks tijd erop zit, boet de centrale bankier nu al aan autoriteit in.

Daar is niemand bij gebaat. Het autoriteitsverlies gaat niet alleen op voor het toezicht op de bankensector, maar ook die andere belangrijke taak: het monetaire beleid dat bij de Europese Centrale Bank (ECB) wordt bepaald. Bij de ECB is De Nederlandsche Bank deel van de besluitvorming én deels ook van de uitvoering van die besluiten op de geldmarkt.

Daar zit de blinde vlek van De Jager. Er is de figuur van de president van De Nederlandsche Bank, en er is het instituut van de president van De Nederlandsche Bank. Door onnodig ferm op te willen treden tegen de figuur Wellink brengt minister De Jager het instituut schade toe. Dat is, vriendelijk uitgedrukt, ondoordacht. Een minister van Financiën zou beter moeten weten.