De betaalde vrouw als stijlicoon

Silicon Valley, zo heet een rondborstige uitgaanswijk in Belgrado. De mannen hebben geld, de vrouwen uiterlijk. Ze zijn sponzorusa – gesponsorde vrouwen. „Ze worden gezien als slim en succesvol. Het is haast een ideologie.”

Op de witte leren bank op het terras van café Insomnia zit een prachtige jonge vrouw in een strakke strapless jurk naast een breedgeschouderde veertiger. Ze geven elkaar weinig aandacht, zodra ze denken dat niemand kijkt. Haar ogen dwalen naar het platte tv-scherm aan de buitenmuur van het café met beelden van Fashion TV – modellen op de catwalk met net zulke lange, gebronsde benen als zij. Zijn ogen gaan naar de dikke, zwarte auto's die langs kruipen, de ramen ver genoeg naar beneden om te laten zien dat op de passagiersstoel al net zo’n mooie vrouw zit.

Het nachtleven op Strahinjica Bana, een lommerrijke straat met veel cafés in het centrum van de Servische hoofdstad Belgrado, draait om zien en gezien worden. Mannen cruisen op motoren traag langs de terrassen. Nekken draaien, handen wuiven. Obers jagen bedelaars weg. Roma-jongens houden parkeerplaatsen bezet voor bestuurders die bereid zijn hun wat toe te stoppen. Mannen rekenen cocktails af voor vrouwen met borsten als uit een reclamefolder – groot, rond en goed zichtbaar.

„Het is de ziekte van de Servische man”, zegt barman Rasa (30) met een grijns die laat zien dat hij in de veertien jaar die hij in het Belgradose nachtleven werkt, zelf ook licht besmet is geraakt. „Als ik op zo’n plek zit met meerdere vrouwen en ik heb een dure auto, dan vraagt iedereen zich af wie ik ben.”

Vrouwen genoeg in Servië die dat spel mee willen spelen. Ze heten geen prostituee, maar sponzorusa (spreek uit: sponzoroesja), gesponsorde vrouw. Hij betaalt, voor een appartement, reizen, kleding, glamour. Voor het leven dat zonder sponsor ver buiten bereik ligt. Zij dient. Als trofee om mee gezien te worden. En voor de seks. Het is een onuitgesproken contract, waar toch weinig misverstanden over bestaan.

In Servië is eigenlijk maar weinig prostitutie te zien, ook al lijkt het decor bij eerste aanblik ideaal. Na de brede, met EU-subsidie aangelegde snelweg door Hongarije is Servië bij binnenrijden een beetje groezelig. Een onvermijdelijke doorgangsroute voor Bulgaarse en Turkse truckchauffeurs op weg naar West-Europa. Op parkeerplaatsen staat het gras hoog rondom nooit afgemaakte gebouwen, misschien ooit bedoeld als wegrestaurant. Ideale afwerkplekken voor tippelaarsters, zoals ze ook te zien zijn bij het binnenrijden Tsjechië of Polen vanuit Duitsland.

Maar ze zijn er niet. Geen caravans op parkeerplaatsen, geen discotheken met suggestieve raamverlichting, geen gebruikte condooms in de bosjes of flyers met ronde borsten onder de ruitenwisser. Servië doet niet mee aan dat Oostblokcliché.

Misschien omdat de mannen uit de buurlanden Bulgarije, Roemenië of Hongarije de grens niet over hoeven om op de seksmarkt aan hun trekken te komen. Bovendien is de hoofdstad Belgrado als toeristenbestemming nog in opkomst. Potentiële klanten worden niet door prijsvechters aangevlogen. De rugzaktoeristen, de Amerikaanse echtparen op Donaucruise en de geëmigreerde Serviërs op familiebezoek, lopen zomers door een stad zonder rosse buurt en met vrijwel onvindbare seksshops en tippelzones.

Wie de sekseconomie in dit land probeert te ontleden, stuit op laagjes. Onder het hardnekkige Servische imago van oorlog, huurmoordenaars en scheefgroei in welvaart, ligt een socialistisch fundament. Het vroegere Joegoslavië investeerde in onderwijs en de gelijkheid van man en vrouw, zoals voorgeschreven door de ideologie. Hardwerkende vrouwen konden opklimmen tot manager van een staatsfabriek of directeur van de radio. Maar na 1991 werd alles anders.

Tijdens de oorlogen in Joegoslavië werd Belgrado overspoeld door stromen vluchtelingen en emigranten. Door sancties tegen het regime van Slobodan Milosevic werden nieuwe maatschappelijke wetmatigheden van kracht, anders dan in de georkestreerde Joegoslavische economie. Het grootste deel van de bevolking werd in armoede gestort en had de handen vol aan overleven. Een selecte club profiteerde van de oorlog, van oude connecties en werd van de ene op de andere dag puissant rijk. Door smokkel van wapens, drugs of gewoon benzine en kleding. Criminelen knapten voor de regering vuile klusjes op.

De mensen die hun Joegoslavische dinars per uur aan waarde zagen verliezen, werden op straat voorbij gereden door patsers in dure wagens die zwommen in Duitse Marken. Media lieten zien hoe zij daar in nachtclubs mee smeten, uiteraard omringd door schaars geklede vrouwen die eruit zagen als fotomodellen.

Marija Grujic (36) zat begin jaren negentig op het gymnasium in Belgrado. „Mijn middelbare schooltijd begon braaf. Hard leren werd aangemoedigd. Dat veranderde. Opeens kwam het voor dat vriendinnen die er in minirok goed uitzagen, aanbiedingen kregen van oudere mannen”, vertelt ze op een terras in het centrum van Belgrado. „Dat was natuurlijk vleiend. Maar het contrast was groot tussen ‘thuis’, waar niet eens geld was om tandpasta te kopen, en de manier van leven van dat soort mannen met dure auto’s en geld om alle dagen uit eten te gaan.”

Grujic is inmiddels docent aan de vakgroep genderstudies van de Central European University in de Hongaarse hoofdstad Boedapest. Voor haar dissertatie bestudeerde ze de relatie tussen de muziekstijl turbofolk die opkwam in die wettenloze jaren negentig, het nationalisme en de gevolgen voor de positie van de vrouw.

Die factoren komen samen in het bekendste glamourhuwelijk uit die jaren, tussen Zeljko Raznatovic alias Arkan en de jonge, mooie zangeres Svetlana Velickovic, beter bekend als Ceca. Hij was zowel oorlogsmisdadiger, gezocht in zeven landen en ooit ontsnapt uit de Bijlmerbajes, als parlementariër. Zij was mooi, van eenvoudige komaf, getalenteerd en rondborstig. Samen waren ze steenrijk en leefden als sterren. Arkan werd omgelegd, Ceca is nog steeds een geliefde beroemdheid. In vrouwentijdschriften figureert ze als hip geklede moeder. Op tv is ze nog altijd de seksbom. Arkan en Ceca zijn het prototype van een model dat sindsdien vele uitvoeringen kent.

Rasa signaleert op het terras waar hij bedient behalve oudere, rijke mannen vooral jonge vrouwen uit de provincie die een luxe leven in de hoofdstad kopen met zichzelf als betaalmiddel. „Ze houden hem en zichzelf natuurlijk voor dat het liefde is.” Hun zorgvuldig onderhouden uiterlijk is hun kapitaal. „Tien jaar geleden waren het vaak vluchtelingen uit Kosovo en Bosnië. Nu is het iets gecultiveerder. Vaker studentes die denken geen andere keus te hebben.” Vraag en aanbod komen samen op de populairste dansboten langs de Sava en de Donau en eerder genoemde straat Strahinjica Bana, bijgenaamd Silicon Valley.

De mengvorm van prostitutie en scheve relatie is een product van de snelkookpan waar het land in werd gestopt. En van de hypocrisie in de Servische samenleving, oordeelt Grujic streng. „Het land is conservatief en dus ook een beetje hypocriet. Het concept van de sponzorusa, een afhankelijke vrouw die eruit ziet als een trofee, past dan misschien beter dan een heldere ‘overeenkomst’, zoals in de prostitutie.”

De meest fanatieke sponzorusa’s zijn over het algemeen niet de allerarmste vrouwen, die ’s nachts op pad moeten om hun kinderen te kunnen voeden, maar dames die een bepaalde levensstijl verwachten. Een universiteitsdocent verdient ongeveer 500 euro per maand, niet genoeg om van rond te komen. Vrouwen jagen niet op mannen die dokter of ingenieur worden, maar op basketbalspelers. Wie slaagt is in sommige ogen een zeer geslaagde vrouw, mooi en met een luxe leven. De jongste generatie Servische vrouwen groeit op met een heel ander voorbeeld dan hun moeders, die hun zomers doorbrachten in socialistische padvinderskampen.

Hoewel prominent aanwezig in de media, blijft het vermoedelijk een getalsmatig beperkte groep. Mannen roddelen onderling over vrienden die failliet zijn gegaan doordat een bloedmooie vrouw hen leegzoog. Een sponzorusa kost een stuk meer dan een gewone prostituee.

De oorlogen zijn voorbij, de economie normaliseert, maar de sponzorusa werd een haast alledaags fenomeen en een stijlicoon. Net als ‘turbofolk’ was de term aanvankelijk denigrerend bedoeld, vertelt Grujic. „Maar op de vrouwen die het doen, wordt niet neergekeken. Ze worden gezien als slim en succesvol. Het is haast een ideologie.”

Het woord straalt seks uit. Het stuiverromannetje Sponzorusa, vrouw van vuur, te koop bij de krantenkiosk, prijst zichzelf aan met een foto van een stel flinke, nauwelijks bedekte borsten. Volgens de tekst op de omslag zijn deel 1 en 2 van het verhaal van sponzorusa Natasa, met een glamoureus leven vol seks, in een „ongelofelijke oplage” van 100.000 stuks gedrukt.

Er zijn rapsongs over sponzorusa’s, de goed verkopende roman Roofdier van Simonida Stankovic en een spottende weblog, zogenaamd geschreven door de voorzitter van de Sponzorusa vakbond-in-oprichting. „De ergste slachtoffers van de economische crisis zijn wij, want op ons wordt als eerste bezuinigd nu het onze sponsors tegen zit.”

Dit is deel vijftien van een serie over prostitutie wereldwijd.